Zoek je LHBT specifieke hulp in combinatie met een gelovige achtergrond?

websitefoto-3-300x300

Even voorstellen, ik ben Yvonne Bosman (1964) en heb sinds een tijdje een eigen praktijk in de ‘roze hulpverlening’. Waarom specifiek in de ‘roze hulpverlening’ zou je nu misschien denken en dan ook nog met een gelovige achtergrond. Dit is omdat ik uit eigen ervaring weet wat een coming-out in een christelijk milieu voor je kan betekenen en wat een worsteling dit kan zijn.
Ik heb jarenlang, dit is inmiddels alweer 30 jaar geleden, geworsteld omdat ik van mening was dat lesbisch zijn en gelovig zijn niet samen konden gaan. Ik heb vaak tot God gebeden of hij me wilde ‘genezen’ maar dit werd steeds niet verhoord. En bij medegelovigen liep ik regelmatig tegen een muur op van niet geaccepteerd worden. Ik liep uiteindelijk helemaal vast in mezelf en het leven had niet echt veel zin meer voor mij.
Toch ben ik weer op zoek gegaan naar mensen die én gelovig waren én openstonden voor homoseksualiteit. Na een lange zoektocht ben ik in contact gekomen met een christelijke vrouw die daar helemaal voor open stond. Door haar ben ik mezelf, als lesbienne, meer en meer gaan accepteren en ik voelde me daardoor ook steeds sterker worden. Ook durfde ik toen te gaan geloven dat God ook van mij houdt, dat die liefde onvoorwaardelijk is. Dat het hem niet uitmaakt of ik nou bi, ho, he, trans of lesbisch ben.
Mijn eigen coming-out periode is één van de zwaarste perioden in mijn leven geweest en ik heb er jaren over gedaan om ‘uit de kast’ te komen. Het waren jaren van grote eenzaamheid en zelfontkenning die, helaas pas achteraf gezien, niet nodig waren geweest.
Daarom zou ik ze ook jou graag besparen en door met mij, als gelijkgestemde, in gesprek te gaan kun je het hele proces versnellen en wordt het allemaal minder zwaar.
Herkenning en erkenning zijn dan ook sleutelwoorden bij mijn hulpverlening aan jou als gelovige lesbienne of bi-vrouw en dit wordt vaak als een extra steuntje in de rug ervaren.
Wat je niet moet vergeten is dat er niet één visie van gelovigen is op het lesbisch of bi-zijn is maar dat er vaak veel verschillende visies zijn.
En uiteindelijk kan alleen jijzelf bepalen hoe je je voelt en hoe je met je gevoelens en met je geloof om wilt gaan. Er zijn altijd verschillende keuzes mogelijk, anderen kunnen en mogen die keuze niet voor jou maken.
Als ‘roze hulpverlener’ kan ik jou hierin ondersteunen en begeleiden zodat je gaat ontdekken wat voor jou de beste keuze is en waarbij jij je het gelukkigst voelt, en dat is toch waar het leven om draait!?
Voor meer informatie kijk op mijn website: www.bosmancounselingencoaching.nl

LHBT-specifieke hulpverlening

Refo Coming Out 2

Je bent onze dochter en we houden van je ….

Het duurde relatief lang voordat ik het toe durfde geven. Het was wel al eens vaker door mijn hoofd geschoten, maar dat soort gedachtes duwde ik vol afgrijzen snel weer weg: ‘ik…. lesbisch? Nooit!!’ Toen ik 24 was kon ik er niet meer omheen: ja, ik val op vrouwen. Het woord ‘lesbisch’ kreeg ik nog niet door m’n strot.

Enerzijds gaf het een enorme opluchting. Heel veel dingen waar ik niets van had begrepen, werden nu duidelijk. Nu begreep ik bijvoorbeeld waarom ik zo ontzettend onder de indruk was van die basisschooljuffrouw; nu begreep ik waarom ik zo graag dat ene meisje uit de kerk steeds wou zien en ontmoeten al durfde ik niet tegen haar te praten; nu begreep ik wat ik voor die reisgenote voelde tijdens die wandelvakantie in Oostenrijk; nu begreep ik waarom ik midden in de nacht uren zat te bellen met een vriendin; ga zo maar door….

Anderzijds kwam er een berg van onmogelijkheden en bezwaren op me af. Want als vrouw op andere vrouwen vallen, kan niet. Met mijn reformatorische opvoeding was dat onmogelijk en ook nog eens een grote schande. Een gruwel in Gods ogen en een schande voor mezelf en mijn familie. Mijn plan was dan ook om het eerst weer weg te stoppen. Gewoon met niemand erover praten en mijn leven lang er niet voor uit komen. Dat hield ik niet lang vol; ik stikte er bijna in. Helemaal toen ik de bekende Bijbelteksten erop na had geslagen, gelezen met mijn reformatorische bril. Dat kán toch niet waar zijn, dat God zó over mij denkt? De volgende actie die ik ondernam was boeken lezen: wat zeggen anderen erover? Daar werd ik niet veel wijzer van. De enige conclusie die ik trok, was dat er ontzettend veel meningen en verklaringen zijn. Afhankelijk van het boek dat ik las, paste ik mijn eigen mening weer aan.

In die tijd was ik juist bezig om op mezelf te gaan wonen. Ik zou samen met een vriendin die uit het buitenland kwam in één huis gaan wonen. Omdat ik daarvoor naar een andere woonplaats zou verhuizen, ging ik op bezoek bij mijn dominee. Gedurende het gesprek zei hij ‘realiseer je je wel dat er eventueel praatjes van kunnen komen als je in een dorp samen in één huis gaat wonen met een vrouw?’ Ik ervoer die opmerking als een duwtje in de rug om over mijn ‘ontdekking’ te praten. Hij bevestigde mijn beeld dat het volgens de Bijbel niet kon en gaf me het adres van een christelijke hulpverleningsinstantie. Naar aanleiding van een andere kwestie belde hij me een aantal maanden later op. Aan het einde van het gesprek vroeg hij ‘ben je eigenlijk nog naar een hulpverlener gegaan?’ Ik zei dat ik dat nog niet had gedaan, want tja, dat vond ik ook weer zo’n stap. Hij sloot het gesprek toen af met de opmerking: ‘ga maar op korte termijn naar een hulpverlener, zodat je snel weer een vrolijke en gezonde meid wordt’. Die opmerking sloeg in als een bom en tot op heden heb ik nog steeds moeite om die man te respecteren. Temeer omdat ik hem later confronteerde met deze opmerking en hij laconiek reageerde ‘ik kan me niet herinneren dat ik zo’n opmerking heb gemaakt en ik kan het me ook niet indenken dat ik dat heb gezegd, omdat ik altijd heel goed weet om te gaan met dit soort kwesties’. Tja, dan ben je uitgepraat….

In die tijd kwam ik in contact met een lesbische collega. Ik werd al snel verliefd op haar. En deze keer dus bewust. Voor mezelf was dit een extra bevestiging van het feit dat ik lesbisch was. Daarnaast zorgde dit wel voor heel veel extra verwarring. Nadat we elkaar een paar keer hadden ontmoet, kregen we een relatie. Vanaf dat moment werd het steeds lastiger om mijn lesbisch-zijn te verbergen voor mijn omgeving. Twee niet-christelijke vriendinnen had ik het al verteld. Zij reageerden heel positief en steunden me zoveel als mogelijk. Mijn broer woonde tegenover mij en had al snel in de gaten dat er meer was tussen mij en ‘die ene meid die zo vaak langskwam’. Toen ik het hem vertelde, was één van zijn reacties ‘zorg dat pa en ma het niet te weten komen’. Een raar dubbelleven was dat. Mijn ouders kwamen het echter al snel te weten. Ze vonden het heel moeilijk om er mee om te gaan. Heel begrijpelijk, dat vond ik zelf namelijk ook. Eén opmerking van hen zal ik nooit vergeten: ‘we zijn het niet eens met wat je allemaal doet, maar je blijft onze dochter en we zullen altijd van je blijven houden’. Dat was geen loze uitspraak. Ondanks dat het vaak moeilijk is geweest en soms nog wel eens is of zal worden hebben ze die basishouding van ‘we houden van je’. Na verloop van tijd erkenden ze dat homoseksualiteit bestaat en geen ziekte is. Ze begrepen daarmee ook meer van mijn gedrag in het verleden. Ze hebben echter wel vastgehouden aan het feit dat zij het vanuit Bijbels oogpunt onmogelijk vonden dat ik een relatie had. Ik heb ruim twee jaar een relatie met mijn vriendin gehad. Ze hebben haar nooit willen zien of spreken. Als ik haar naam noemde, viel de kamer stil.

Ondertussen was ik er zelf nog steeds niet over uit of een relatie nu wel of niet kon. Dit had grote invloed op de verhouding tussen mij en mijn vriendin. Te meer omdat zij niet gelovig was en daardoor niet alles van mijn strijd begreep. Mijn familie kwam regelmatig met uitspraken, artikelen of boeken waarin het onderscheid tussen homofilie en homoseksualiteit werd gemaakt. Het verschil was het praktiseren, zoals dat dan werd genoemd. Zelf was ik een keer voor een intakegesprek geweest bij de EHAH in Amsterdam, een organisatie die tegenwoordig Different heet. Tijdens dat intakegesprek kreeg ik echter te horen dat ik eerst mijn relatie moest verbreken, anders konden ze mij niet genezen. Na dat gesprek was ik dus spontaan genezen van de EHAH. Toen ik op internet ging zoeken, kwam ik op de CHJC-site terecht. En via die site ook op de site van de Holy Females Ik las alle artikelen die op de sites stonden. Het verwarde me want de mogelijkheid van christen-zijn en homoseksualiteit was nieuw voor mij, toch gaf het mij ook een gevoel van begrepen worden. Ik, mijn vriendin en onze relatie werden dus van alle kanten beïnvloed door meningen van anderen. Omdat ik zoveel van mijn vriendin hield, kon ik het niet voorstellen dat een relatie in Gods ogen niet goed was. Na een paar maanden kwam ik tot de conclusie dat het erop aankomt wat je zelf kunt verantwoorden tegenover God. Ik heb toen bewust gekozen voor de relatie met mijn vriendin; in de maanden ervoor had ik het namelijk al twee keer gepresteerd om het uit te maken.

Ik zat op dat moment in de Gereformeerde Gemeente. Gezien het feit dat ik hun standpunt kende, bracht ik mijn relatie daar niet ter sprake. Mijn kerkbezoek nam heel snel af en al gauw bezocht ik geen kerk meer. Bidden en Bijbellezen vond ik ook niet meer zo nodig. Het zei me allemaal weinig meer en doordat ik mijn reformatorische bril nog op had, voelde ik me meer afgewezen dan begrepen door de Bijbel. Ik genoot van mijn relatie en vermeed God, de Bijbel, mijn familie en kerkelijke kennissenkring. In die tijd leerde ik een christelijke heteroseksuele vrouw kennen die al snel een heel goede vriendin werd. Zij stond open tegenover mijn relatie, ondanks het feit dat ze neigt naar de mening dat een homoseksuele relatie vanuit Bijbels oogpunt niet mogelijk is. In de gesprekken met haar werd regelmatig over het geloof gesproken en werd ik steeds met mijn eigen houding geconfronteerd. Uiteindelijk leidde dat ertoe dat ik een gesprek kreeg met een dominee van de PKN. Die dominee begreep mijn tweestrijd en gaf zijn eigen overwegingen rondom het onderwerp weer. Hij erkende dat de Bijbel hierover verschillen uitgelegd wordt en benadrukte dat ik zelf mijn daden tegenover God moest kunnen verantwoorden. Hierdoor kwam ik weer vaker in de kerk. Daar ervoer ik dat als ik God vermeed, dat dit nog niet betekende dat God mij vermijdt. Voor mijn gevoel kwam Hij steeds weer naar mij toe.

Mede door het feit dat ik weer meer actief bezig was met het geloof, liep de relatie met mijn vriendin niet goed meer. Na ruim twee jaar hebben we de relatie beëindigd. In de maanden daarna kreeg ik weer in volle hevigheid de vraag op me af of een homoseksuele relatie in Gods ogen mogelijk was. Uiteindelijk kwam ik al stampvoetend tot de uitspraak dat als een relatie in Gods ogen niet mogelijk was, dan het geloof in God voor mij geen waarde meer had. Vervolgens trok ik de conclusie dat een relatie dus wel mogelijk is. De periode die daarop volgde heb ik voor mezelf het onderwerp laten rusten. In die tijd ben ik wel intensief met God en de Bijbel bezig geweest, vooral ook betreffende mijn persoonlijke relatie met God en de manier waarop de Bijbel gelezen kan worden, zonder reformatorische bril. Het onderwerp kwam niet meer naar boven totdat ik weer verliefd werd op een vrouw en op een avond een gesprek kreeg met heel goede vrienden die vonden dat een relatie vanuit Bijbels oogpunt niet mogelijk was. De vraag kwam weer in volle hevigheid op me af. Diezelfde avond heb ik de bekende Bijbelteksten weer eens doorgelezen. Doordat ik meer objectief de Bijbel had leren lezen, kwam hier voor mij geen veroordeling meer uit naar voren. Daarnaast hoorde ik in een kerkdienst kort na die avond dat God niet meer van ons vraagt dan trouw te zijn en de weg te gaan de Hij wijst, de weg van het liefhebben. Een weg die wij al zoekend, stap voor stap, leren. Dat was voor mij een extra bevestiging dat ik mezelf kon zijn. En dat ik dus ook op mijn manier van een vrouw mag houden en een relatie met haar kan hebben.

Nadat ik eenmaal die bevestiging heb gekregen, twijfel ik niet meer. Soms vragen mensen nog wel eens om te beargumenteren waarom ik vind dat een relatie wel kan. Tja, ik kan dan een hele verhandeling geven over hoe verschillend de teksten in Leviticus en Romeinen uitgelegd kunnen worden. Daar begin ik niet meer aan; ik hoef mezelf niet te verdedigen. Ik kan voor mezelf verantwoording afleggen tegenover God en ik voel dat het zo goed is. Dat is niet iets wat je uit kunt leggen, dat is iets wat een ieder zelf uit zal moeten vechten. Ik hoop dat iedereen die dit leest en nog twijfelt over het wel of niet aangaan van een relatie, dat gevecht aandurft. Ik kan je verzekeren: het is de moeite waard!

 

Willeke ( 2008)

 

Evangelische Coming Out 1

Over een paar dagen ga ik trouwen met M. Dat ik deze belangrijke stap zou gaan zetten met een vrouw, had ik niet voor mogelijk geacht.

Trouwen was iets voor een man en een vrouw. Aangezien ik op een vrouw val, was zoiets voor mij niet weggelegd. God zou dit zeker ook niet goedkeuren. Opgegroeid in een christelijk gezin, waarin homoseksualiteit gezien werd als een zware zonde, en het toekomstperspectief van meisjes gelegen was in het trouwen met een man, en kinderen krijgen. Dat was ook mijn toekomstbeeld, totdat ik verliefd werd op een vrouw. Daarvoor heb ik wel een vriendje gehad, maar dat was meer vriendschap dan vlinders in je buik en verliefdheid. Maar verliefd zijn op een vrouw, dat was eindelijk van binnen dit is het, zo natuurlijk, zo goed en zo mijzelf. Maar op dat moment was ik lid van een evangeliegemeente. Homoseksualiteit was daar een “gruwel in Gods ogen”, een verleiding waartegen ik moest vechten. Ik geloofde dat zelf toen ook, omdat ik niet beter wist. Maar het natuurlijke gevoel en het zo helemaal mijzelf kunnen zijn bij een vrouw, bracht verwarring. Met mijn verstand was het zonde, maar met mijn gevoel was het zoals het moest zijn.

De relatie die ik toen had was een geheime relatie. Niemand wist dat het een lesbische relatie was, maar men zag het als een goede vriendschap. Ik was bang voor het oordeel, bang om buitengesloten te worden en om alleen en eenzaam te zijn. Al mijn vrienden zaten in deze gemeente en vonden dat homoseksualiteit zonde was. Dus als ze er achter kwamen zouden ze mij buitensluiten en veroordelen. Mijn ouders kwamen er per ongeluk achter en toen ben ik 2 jaar niet thuis geweest. Ook zij vinden het een “gruwel in Gods ogen”. Ook de gemeente kwam er achter, en ik ben er toen net op tijd uit gegaan, voordat ik er uitgezet zou worden. Ik heb toen mijn geloof op een laag pitje gezet, want het was teveel om te geloven en lesbisch te zijn. Dit heeft een paar jaar geduurd, maar altijd was er die onrust. Ik heb gepraat met kerkelijke lesbische vrouwen die een relatie hadden, en vroeg hen of God het goed vond dat ik lesbisch was. Het enige wat ik steeds terug kreeg, is dat ik er op een gegeven moment zelf rust in zou krijgen. Maar de onrust bleef.

Ik heb toen besloten om niet meer lesbisch te zijn en terug te gaan naar de gemeente. Daar heb ik gebeden en gesmeekt dat het over zou gaan. Er werd voorbede gedaan voor mij, en ieder die ervan wist was lief en aardig, want ik was een zondaar die zich wilde bekeren. De onrust en chaos werden alleen maar groter. Ondertussen was ik ook lid geworden van het CHJC (zie ook www.chjc.nl) want het bleef maar in mijn hoofd hangen dat er ook christelijke homo’s waren en ik vroeg me af of die wel met God konden leven. Opnieuw ben ik uit de gemeente gegaan, want dit werkte niet. Heel persoonlijk ben ik toen met God bezig gegaan. Ik heb bij de vrouwen van het CHJC een rust ervaren die ik ook graag wilde. Door met er samen over te praten, maar vooral door die rust te ervaren is er ook bij mijzelf rust gekomen. Heel langzaam, maar gestaag werd het bij mij echt duidelijk dat God mij heeft geschapen zoals ik ben n.l. lesbisch, en ik mag zijn wie ik ben. Mijn ouders zijn niet veranderd en de gemeente ook niet, maar ik ben veranderd en kan volledig mezelf zijn. Ik ben God enorm dankbaar dat ik M. heb leren kennen en dat we samen heel gelukkig een relatie in liefde en trouw hebben.

(2001)

Refo Coming Out 1

Ik ben opgegroeid in een refo omgeving. Een gereformeerde gemeente basisschool bezocht en uiteindelijk op een onvolprezen reformatische middelbare school terecht gekomen.

Al vroeg in mijn leven had ik het idee dat ik anders was dan anderen. Hoe anders wist ik toen nog niet. Op mijn vijftiende begon ik gevoelens te krijgen voor een vriendin. Vreemd, maar ik dacht dat komt vanzelf wel weer goed als ik wat ouder ben. Niemand heeft me uitgelegd dat homoseksualiteit bestond, en dat het uberhaupt mogelijk is om op hetzelfde geslacht te vallen. Ik dacht dus waarschijnlijk net als de rest van de school dat het onder christenen niet voorkwam, en zeker niet in de gereformeerde gezindte.

Later kreeg ik een vriend, maar ik was zeer verheugd om het na twee maanden uit te kunnen maken. Helaas was hij een stuk minder blij.. maar ik was ontzettend opgelucht

Het voelde helemaal verkeerd, ik vond hem heel aardig en lief maar lichamelijk niet aantrekkelijk.

Tsja wat toen? Ik wist voor mezelf zeker dat ik veel meer van vrouwen hield dan van mannen, en dan vooral van die ene speciale vrouw……Ik wist me met mezelf geen raad. Ik was dus echt lesbisch ( het woord kreeg ik niet door mijn strot heen, zo smerig vond ik het) Ik zag het leven niet echt meer zitten. Mijn perspectief was dat ik voor de rest van mijn leven gedoemd was alleen te blijven. Niet echt aantrekkelijk.

Ik had geen enkel voorbeeld, en al helemaal geen christelijk voorbeeld, laat staan een reformatorisch voorbeeld van hoe het dan wel moest. De meeste schamele eformatorische literatuur over homoseksualiteit in die Tijd probeerde je met Bijbelcitaten je een gruwel voor God te laten voelen. Wat moet je dan nog op deze aardkloot? Als je een gruwel voor God bent? Je tot in je diepste wezen afgewezen voelt door God?

Ook een gesprek met een ouderling uit mijn gemeente bood geen uitkomst. Ik had ook niet verteld dat ik zelf homoseksueel was, maar had het over een klasgenoot die besloten had aleen te blijven. Dit vonden ze natuurlijk erg weldig.

Stuitend en typerend was een andere opmerking: Als ik het met mijn hondje zou willen doen, dan moet dat zeker ook maar kunnen? Yeah right, homofilie vergelijken met het sexueel benaderen van een beest….

Ook vond de ouderling dat homo’s die een relatie hadden, geweerd mochten worden van het avondmaal. Ik nam me voor nooit meer aan het avondmaal deel te nemen naar aanleiding van dit gesprek. Ik had dan nog wel geen relatie, maar ik verlangde er wel naar.

Na een lang gevecht met mezelf en God had ik besloten dan maar voorlopig de bijbel dicht te laten. Voelde me bijna door elke tekst die ik las diep gekwetst in mijn zijn. Wat blijft er dan nog over? Mensen die ik in deze tijd sprak over homoseksualiteit probeerde ik te overtuigen dat het echt niet kon vanuit de bijbel.

Uiteindelijk kreeg ik een internet aansluiting. Waanzinnig wat een uitkomst is dat internet voor een homoseksueel zeg….

Ik vond al snel www.chjc.nl en deed daar de blijde ontdekking dat er nog meer christenen waren die homoseksueel zijn…. Ikke helemaal enthousiast. Ben al vrij snel helemaal alleen naar een weekend getogen van het CHJC. Daar leerde ik een hele hoop homoseksuele christenen kennen.

Waauw, het kon dus toch. Homoseksueel en een relatie met God onderhouden. Wat was dat een geweldige ontdekking!

Ik voelde mezelf sterker worden en werd bevestigd in mijn zijn. Ik toog naar de dominee van de Gereformeerde Bond waar ik toen nog lid van was. Ik heb hem heel schuchter verteld dat ik lesbisch was. Ik heb hem uiteindelijk ook om zijn mening gevraagd.

Zijn antwoord was: ik zou er ook niet aan moeten denken dat ik mijn vrouw nooit meer aan zou mogen raken. Zo’n antwoord had ik nooit verwacht, maar ik vond het behoorlijk tof, en was ook wel geschokt, dat hij er heel anders over dacht dan ik van te voren had gedacht……

Sindsdien is alles in een stroomversnelling geraakt. Al snel kreeg ik een vriendin, en sindsdien ben ik echt gelukkig geworden.

En hoe zit het dan met mijn geloof? De gereformeerde gezindte en haar stijl van geloofsbeleving met de bijbehorende dogma’s heeft voor mij al zijn smaak en aantrekkingskracht verloren. Als je er niet bij hoort, ontwen je vanzelf.

Ik ben nu actief in een oecumenische gemeente die mij en mijn vriendin van harte accepteert, en waar we ook volledig mogen meedoen in de gemeente. Wie had dat ooit kunnen denken een aantal jaar geleden?

Eliane 2002

Late bewustwording

‘Het leven wordt voorwaarts geleefd en achterwaarts begrepen’ (Søren Kierkegaard.)

Ongeveer 15 jaar was ik, toen ik tijdens een Bijbelstudieavond voor het eerst over homoseksualiteit hoorde. De predikant, die deze Bijbelstudie leidde was uitgenodigd om te komen spreken tijdens een Pinksterfeest in de regio. Maar hij weigerde, omdat Ds. Alje Klamer ook was uitgenodigd.
Deze dominee kreeg in de jaren 70 van de vorige eeuw bekendheid, omdat hij binnen de protestantse kerken het homotaboe begon te doorbreken.
De Baptistenpredikant die mijn bijbelstudiegroep leidde, was het niet eens met de acties van Ds. Klamer. Homoseksualiteit was een zware zonde.
Ik heb daar veel over gepiekerd en het feitelijk nooit kunnen begrijpen. OK, die teksten waren duidelijk, maar ik kon mij eigenlijk niet voorstellen waarom God daar nou zo veel moeite mee zou hebben. Als mensen nu zo in elkaar zaten, dan was er toch niets verkeerds aan.
Vreemd genoeg dacht ik alleen aan mannen, aan homofielen, zoals ze in die tijd nog vaak werden genoemd.
Toen ik ging studeren, kwam ik in contact met het feminisme, maar dat trok mij niet aan. De fanatieke en vijandelijke toon tegenover mannen stond mij tegen. In mijn naïviteit trok ik de conclusie dat lesbiennes allemaal feministisch waren, die ervoor kozen geen relatie met een man aan te gaan en daarom maar samen gingen leven.

Ik wilde heel graag normaal zijn en hunkerde naar liefde en bevestiging. Ik verlangde erg naar verkering, trouwen en een gezin. Ik ontmoette een jongen, die mij leuk vond, en al gauw werd er getrouwd. We kregen samen drie kinderen. Mijn grote wens, een gezin was vervuld.
Het moederschap viel mij soms zwaar en ik voelde mij niet altijd gelukkig. Ik weet dit aan mijzelf; ik had toch wel een wat complex karakter en mijn familie heeft geen groot talent voor gelukkig wezen.
Vriendschappen met andere vrouwen waren erg belangrijk voor mij, ik was daar erg gevoelig in en het hield mij erg mee bezig. Op een gegeven moment had een bepaalde vriendschap mij helemaal in de greep..ik snapte er niets van, totdat ik ontdekte dat ik verliefd op die vriendin was…. Verliefd op een vrouw, ik lesbisch……?Maar toch alles viel op zijn plek, veel onbewuste gevoelens in mijn pubertijd, het ontevreden, onvervulde gevoel over mijn relatie. Het grote onbehagen.
Dit onbehagen kon ik nu een plek geven en merkwaardigerwijs heeft dit de relatie verbeterd. Het niet-vervulde verlangen had met mij te maken, niet met mijn partner.
De eerste jaren hield ik mijn ontdekking voor mijzelf, de kinderen waren nog zo klein en bovendien kon ik een echtscheiding niet in overeenstemming brengen met mijn geloof. We waren in de kerk getrouwd en hadden elkaar immers voor het aangezicht van God en in Zijn gemeente trouw beloofd, totdat de dood ons scheiden zou.
Langzamerhand begon ik mij wat te oriënteren en wat rond te neuzen. Internet kwam binnen mijn handbereik en zo ontdekte ik dat er meer mannen en vrouwen getrouwd waren, terwijl ze overwegend gericht waren op iemand van het eigen geslacht. Er bestonden zelfs lotgenotengroepen. Ik begon onder een schuilnaam ook aarzelend mee te doen op de mailinglijst van de Holy Females.
Ik vertelde het aan mijn man…ook voor hem viel het één ander wel op zijn plek. Maar er veranderde niet veel in onze relatie. We waren er beiden niet aan toe om uit elkaar te gaan. We hadden een gezin en ach…. het ging immers allemaal wel.
Ik herinner mij een avond dat ik uitgenodigd was voor een lezing bij een vriendin die actief was binnen de Baptistenkerk. De lezing was in het Engels en opgenomen, we luisterden bij haar thuis. Het ging over de band van moeders en dochters. Op een gegeven moment ging het over lesbische gevoelens, die veroorzaakt zouden worden door een slechte band met de moeder. Deze gevoelens konden hersteld worden door Jezus, vertelde de mevrouw van de lezing. Op dat moment realiseerde ik mij met een schok, dat ik dat absoluut niet wilde: genezing van mijn gevoelens voor vrouwen. Hierover heb ik mij altijd schuldig gevoeld, want die gevoelens waren de oorzaak van de wederzijdse onvrede in ons huwelijk.
De kinderen werden groter en de oudste twee gingen het huis uit. Weer werd ik opnieuw heel verliefd, een verliefdheid die mij met grote droefheid vervulde maar mij tegelijkertijd deed opleven. Ik werd veel energieker en levenslustiger. Die verliefdheid had geen schijn van kans, maar ik wist dat ik nu op een punt stond om te beslissen wat ik met deze gevoelens voor vrouwen wilde…
In die periode hebben mijn man en ik veel gewandeld en met elkaar gesproken…blijven we bij elkaar of laten we elkaar los. We hebben voor het laatste gekozen.
De scheiding werd in gang gezet. Eerst intensieve gesprekken met de kinderen, bij wie veel los kwam. We ontdekten dat ons asymmetrische relatie toch wel degelijk zijn sporen had nagelaten bij hen.
We hebben de wederzijdse ouders op de hoogte gebracht, de verdere familie en onze vrienden. Een zeer hectische en enerverende periode. We gingen de scheiding organisatorisch regelen met behulp van een mediator. In onze laatste bijeenkomst zei deze mediator dat we zo’n leuk stel waren.
In die maanden leerde ik een vrouw kennen, met wie ik een relatie kreeg. We waren nog getrouwd. Ik had nooit gedacht dat ik dit zou doen, maar toch is het gebeurd. En ik heb er geen spijt van. De relatie met haar bevestigde mijn ontdekking van jaren her, dat vermoeden, dat ik lesbisch ben, een vermoeden waarover ik toch al die jaren ook getwijfeld heb; of ik mijzelf misschien voor de gek hield.
Deze vrouw is nog steeds mijn vriendin en we hebben het heel goed samen. Zij haalt het beste in mij boven. Door haar ben ik thuis gekomen bij mijzelf.
Ik heb ook veel gerouwd. Gerouwd om het huwelijk dat geen stand heeft gehouden. Gerouwd om mijn man, die ik zo graag met mijn hele hart zou willen liefhebben, want dat heeft hij zo verdiend, ik gunde het hem zo, maar het zat er niet in.
Gerouwd omdat de kinderen geen heel ouderlijk huis meer hebben.
Deze rouw zal wel pijn blijven doen en deel blijven uitmaken van mijn leven. Langzaam leer ik aanvaarden dat er altijd iets blijft wringen.
Nog altijd merk ik dat ik weinig heb met de Bijbelteksten, die lijken te zeggen dat God een homoseksuele relatie afwijst. Ik moest meer in het reine komen met mijn echtscheiding. Met het feit dat ik hierdoor voor mijzelf gekozen heb.
Mijn ex-man en ik realiseren ons dat de scheiding scheuren heeft aangebracht in het weefsel van het leven van onze kinderen.
We hebben nog een heel goed contact met elkaar, we zien elkaar als gezin nog regelmatig en doen nog verjaardagen en andere festiviteiten samen. Zo vertrouwen wij erop dat onze kinderen verder kunnen met ouders die beide een andere partner hebben, maar ook respectvol met elkaar omgaan en nog altijd veel voor elkaar betekenen.
Beide hebben we geen spijt van onze beslissing. We komen zo beter tot ons recht, we leven weer met hart en ziel, dat is toch waartoe we leven!
E. 52 jaar.

 

Evangelische Coming Out 2

Het is voor mij al weer enkele jaren geleden dat ik lid ben geworden van het CHJC. Ik wist al heel lang dat ik lesbisch was, maar durfde dat aan niemand te vertellen. In de evangeliegemeente waar ik toentertijd lid van was werd dit fenomeen beschouwd als een zware zonde.

Uiteindelijk heb ik het aan iemand durven vertellen. Er werden gebedskringen voor mij opgericht opdat ik maar mocht genezen van deze “tegennatuurlijke afwijking”. Toen de genezing niet lukte werd het gebed omgezet in dat ik kracht mocht vinden in het alleen door het leven gaan. Iets doen met je homoseksuele gevoelens was een onbegaanbare weg.

Zo heb ik dus een aantal jaren gestreden tegen mijn verliefdheden en het verdriet dat ik alleen zou blijven. Uiteindelijk heb ik dit niet vol kunnen houden. De drang om lief te hebben en van iemand te houden was te groot. Na een jaar van intensieve Bijbelstudie en gebed kwam ik tot de conclusie dat er nergens in de Bijbel een verbod op homoseksualiteit staat, maar wel op het uitleven van je lusten.

De evangeliegemeente had hier toch een andere opvatting over en ik werd de deur gewezen. Inmiddels had ik ook gehoord van het CHJC en me opgegeven om kennis te maken.

Ik vond het doodeng om de eerste keer naar het CHJC te gaan. Ik kende geen mensen die homoseksueel waren en worstelde nog steeds met de indoctrinaties dat ik zondig en zwak was. Van te voren had ik een afspraak gemaakt met de contactpersoon van de vrouwengroep. Na een leuk gesprek in een cafetaria begon het allemaal wat minder eng te worden. Zo ging ik dus op weg naar mijn eerste activiteit: pannenkoeken bakken en eten. Ik vond het zo bijzonder dat er vrouwen waren die lesbisch en christen zijn. Dat feit alleen al heeft me erg gesteund in mijn zelfacceptatie. Ook het feit dat de combinatie geloven en lesbisch zijn echt bestond, heeft me erg geholpen.

Vanaf die tijd bezoek ik bijna iedere maand de activiteiten van de vrouwengroep en inmiddels ben ik ook wat actiever geworden binnen het CHJC.

Ik vind het nog steeds bijzonder om deel uit te maken van een groep gelovige lesbische vrouwen, en voel me hierdoor ook gesterkt. Ook wil ik een actieve bijdrage leveren binnen het CHJC, zodat er ook voor anderen een plek is waar lesbisch zijn en geloven normaal is. In de loop der jaren is deze vrouwengroep uitgegroeid tot een groep van ongeveer dertig leden. Nog steeds is het een gezellige plek voor mij, waar ik ondertussen ook echte vrienden heb gemaakt, veel lol heb beleefd, maar ook genoeg diepgaande gesprekken gevoerd heb. Het CHJC is een veilige en gezellige groep waar iedereen welkom is!

( datum: 2001)

Coming Out van Marja

Ik was me op school aan het vervelen, zat in 1983 gewoon 17 jaar te zijn in Zwolle, toen een klasgenote Angela, er uitziend als een rasechte stereotype pot: stoer, leren jasje en heel erg jongensachtig naar mij toe kwam lopen. Ze ging achter mij staan en wilde iets van mijn tafel afpakken. Daar moest ze echter een beetje moeite voor doen, want ik zat namelijk een beetje in de weg, dus boog ze zich behoorlijk over me heen. Ik kreeg daarbij nogal wat kriebels in mijn buikje, nu was dat op zich geen probleem. Ik begreep alleen de link niet tussen die kriebels en het gegeven dat ze door een andere meid werden veroorzaakt. Ik had op dat moment namelijk een vriendje, Roelof. Wat me wel direct opviel is dat ik dat gevoel bij Roelof nog niet eerder had gehad. Sterker nog, die mocht niet eens aan me zitten. Dat laatste begreep ik dus eigenlijk ook niet. Het hele lesbisch zijn, homoseksualiteit in z’n algemeenheid eigenlijk, speelde helemaal niet bij me. Bestond ook helemaal niet in mijn belevingswereld, althans, niet bewust.

Nu ik er zo bij nadenk: enige tijd voor de dag dat Angela zich zo over me heen boog en ik dus die kriebels in m’n buik voelde, zag ik eens dat Angela met haar vriendinnetje op school kwam – er gingen nogal wat verhalen over die twee door de school heen- en dat zij samen, heel sneaky het toilet indoken. Al behoorlijk nieuwsgierig van aard en nu bovendien aangewakkerd door de roddels die toch al de ronde over haar deden, ben ik die twee achterna gelopen. Ik begon een beetje te dralen in het toilet, spoelde een keertje door, begon extra lang mijn handen te wassen en de boel in de gaten te houden. Ineens zag ik in de spiegel een koppie boven de deur uitkomen, kijkend of ik misschien al weg was. Je gelooft natuurlijk dat het een ongekend komische situatie was. Wat daar nou allemaal gebeurde laat zich wel raden. In ieder geval, ik zag het, maar toch drong het niet echt tot me door.. kan het nog naïever?! Nou, dat veranderde natuurlijk wel enigszins nadat Angela zo over me heen boog.

Die kriebel in mijn buik kwam in het begin dus nogal vreemd over, maar tegelijk ook heel erg vertrouwd. Na enige tijd begon ik mij bewust te worden van mijn lesbische gevoelens en heb die vervolgens ook direct in de praktijk gebracht. In de popfoto van destijds stond een advertentie, daar heb ik op gereageerd en zo heb ik mijn eerste vriendinnetje Barbara leren kennen. Nou, toen was ik dus voor de heteroseksuele eeuwigheid verloren!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Wat ik wel heel erg moeilijk heb gevonden was het kenbaar maken van mijn lesbisch zijn aan mijn familie. Mijn familie was en is nog steeds, redelijk conservatief. Niet zozeer in kerkelijke zin; mijn familie die grotendeels Nederlands Hervormd is, ging gewoonlijk alleen maar op speciale momenten, zoals bij bruiloften, kerst en begrafenissen, naar de kerk. Dat is nu overigens wel iets anders. Over het algemeen hebben zij wel een sterk geloof in God en het was dus meer die combinatie die me “wat” angst inboezemde. Om die reden heb ik het uiten van mijn lesbisch zijn, uitgesteld tot mijn 19e jaar. Ik woonde inmiddels in Nijverdal, een dorp in Overijssel. Ondertussen had ik dus al wel een vriendinnetje, namelijk Barbara. Die kwam al uitgebreid bij mij thuis zonder dat ik haar had voorgesteld als mijn vriendin. Thuis wisten ze, naar mijn idee, niet beter dan Barbara was “een” vriendin. Toen ik het uiteindelijk thuis vertelde bleken mijn zorgen geheel onterecht. De reactie van mijn ouders was van, maar meid, dat weten we toch al lang. Het bleek namelijk dat mijn ouders, toen ik een jaar of 16 was en verkering had met Roelof, al de conclusie getrokken hadden dat ik wel eens lesbisch kon zijn. Dat had vooral te maken met de manier waarop ik met Roelof en met jongens/mannen in het algemeen, omging. Zij konden later natuurlijk ook de vergelijking maken met mijn omgang met Barbara.

Mijn ouders hebben de familie verder geïnformeerd over mijn lesbisch zijn. Ook zij keken er niet van op. Nu toch iedereen het wist hoefde ik me ook bepaald niet meer in te houden voor wat betreft mijn voorkeuren. Het is natuurlijk wel zo dat een aantal familieleden er wel moeite mee hadden, maar die hebben dat eigenlijk nooit naar mij toe laten blijken, niet in de zin van vervelend doen of zo. Nou, zelfs die mensen zijn inmiddels over de streep hoor. Nadat een vrouwenstel in de gereformeerde kerk van Raalte, waar mijn oom en tante te kerke gaan, hun kinderen lieten dopen zijn zij ook om. Mijn grootouders ook, zij hebben het er altijd moeilijk mee gehad, maar dan meer in de zin van dat zij niet begrepen dat zoiets kon bestaan.

Volgens een tante zou mijn grootvader van vaders kant en zijn toenmalige vriendin wel erg negatief naar mij toe gereageerd hebben. Je hebt het nog nooit met een kerel gedaan, dus hoe weet je nou of je lesbisch bent. Nou, als zo’n kerel z’n “@#$” eens in je stopt dan wordt dat ook wel weer anders. Eerlijk gezegd kan ik me die specifieke opmerking helemaal niet herinneren. Ik weet wel dat zij er niet bepaald positief tegenover stonden, maar zo’n opmerking?! Ik ben ook praktisch genoeg om te weten dat niet iedereen altijd alles kan waarderen en dat vind ik ook helemaal niet erg. Zolang mensen zich niet misdragen moet iedereen zelf weten wat hij denkt en binnen het redelijke ook wat hij zegt. Overigens moet ik daar nog wel bij vertellen dat mijn grootvader inmiddels geen probleem meer heeft met mijn lesbisch zijn. Hij is er ingegroeid om het maar zo te zeggen.

Dat was het eigenlijk, veel meer valt er niet over te zeggen. Ik ben bij mijn weten nog nooit ergens afgewezen of verkettert om mijn lesbisch zijn en als dat in stilte wel zo gebeurd is dan is dat in ieder geval niet mijn probleem.

Marja ( 2002)

 

 

Coming Out van Esther

Mijn coming out, zoals dat heet, is nu ruim twee jaar geleden. In tegenstelling tot veel verhalen die ik gehoord heb, was het een rustig en vrij pijnloos proces. Toch wil ik er hier wat over delen, in de hoop dat anderen er wat aan hebben.

Mijn naam is Esther, ik ben 22 jaar en woon momenteel in Ierland, waar ik bijna een jaar geleden naar toe verhuisd ben met mijn vriendin. Aan mijn coming out is veel vooraf gegaan. Voordat ik überhaupt wist dat ik lesbisch was, had ik al een gevoel van anders zijn. Niet omdat ik niet op jongens viel, daar heb ik heb me nooit zorgen om gemaakt. Wel vroeg ik mij af wanneer ik toch de ‘ware’ zou ontmoeten.

Ik voelde mij in andere opzichten anders was dan mijn omgeving die voornamelijk uit evangelische christenen bestond. Ik ben nogal diepzinnig en dacht veel na. In mijn beleving deden andere christenen dat niet. Hoe zat dat met mensen die niet in God geloven? Zou hij hen echt allemaal naar de hel laten gaan? Bestond er eigenlijk wel een hel? Hoe kan er een plek zijn waar God niet is? Waarom zijn oosterse geneeswijzen fout en waarom zouden andere godsdiensten niet ook een deel van de waarheid kunnen kennen? Wie God zoekt, vindt Hem toch? De vragen die ik stelde waren voor mijn omgeving vaak moeilijk te begrijpen en ik denk dat mijn puberteit niet alleen voor mij, maar ook voor hen heel erg lastig geweest is.

Toen ik vier jaar geleden voor een jaar naar het buitenland vertrok om als au-pair te werken, was dat vast niet alleen voor mij een opluchting. In Ierland kwam ik thuis, hoewel mijn reis verre van beëindigd was en is. De enige kerk in het dorp waar ik zat was een katholieke kerk, en omdat ik altijd al nieuwsgierig was naar andere vormen van christendom, ben ik niet eens echt op zoek gegaan naar iets anders. ‘s Zondags ging ik naar de mis en genoot van de rust, die ik in Evangelische kerken nog niet eerder tegengekomen was. De symbolen en rituelen spraken mij dieper aan dan ik daarvoor was aangesproken. Ik voelde me thuis. Regelmatig ging ik een weekend naar een klooster. Spiritueel gezien was het een heerlijk jaar, waarin ik veel leerde, veel van mijn oude vooroordelen losliet, ook die ten opzichte van homoseksualiteit, wat belangrijk is voor dit verhaal en dichtbij God leefde. Het werd me ook duidelijk dat ik niet zo’n interesse had in jongens. Op een of andere manier is het nooit in me opgekomen dat ik misschien op meisjes viel.

Ik denk dat God me tegen die schok beschermd heeft: alle acceptatie ten spijt zou het toch heftig geweest zijn om me te realiseren dat ik zelf ook lesbisch ben. God’s timing was perfect, maar daarover later meer. Aangezien ik duidelijk geen interesse had in jongens, en wel in een spiritueel leven dichtbij God, begon ik te overwegen het klooster in te gaan. Ik was nog niet eens katholiek, maar tegen de tijd dat ik Ierland verliet, had ik besloten in Nederland echt te gaan kijken of ik bij de katholieke kerk kon gaan horen. Daar komt nog aardig wat bij kijken, catechisatie, communie doen en dergelijke. Het was een proces dat ik in gang wilde gaan zetten.

Drie jaar geleden kwam ik terug uit Ierland en ging naar de universiteit, waar ik mijn huidige vriendin leerde kennen. Het klikte meteen en we werden goede vriendinnen. Als ik terugkijk, kan ik lachen om mijn blindheid, want ik had absoluut niet door wat er gebeurde. Een aantal maanden later pas, realiseerde ik me opeens dat ik zo gelukkig was omdat ik verliefd op haar was. God’s timing was perfect. Op het moment dat ik mijn ogen opende tot de mogelijkheid, stroomde ik over van puur geluk en wist dat het goed was. Was dit moment eerder gekomen, had ik waarschijnlijk toch nog moeten worstelen. Nu was er eigenlijk geen weg meer terug.

Toen ging alles heel snel. We kregen een relatie en waren erg gelukkig. Toch heeft het nog een paar maanden geduurd voordat ik mijn ouders en vrienden op de hoogte stelde. Met een jongen had ik dat ook zo gedaan. Hoewel ik ervan overtuigd was dat dit goed was, wilde ik het niet direct op de proef stellen door het aan de omgeving te vertellen. Ook mijn vriendin wilde het nog even stil houden. We hebben gewacht op het moment dat we er beiden aan toe waren, omdat we vonden dat onze ouders het min of meer op hetzelfde moment moesten weten. Uiteindelijk kwam het toch nog onverwacht, omdat haar moeder ernaar vroeg.

De reacties vanuit mijn omgeving zijn over het algemeen positief geweest en in veel gevallen positiever dan ik had verwacht. Van mijn ouders wist ik dat het wel goed zou zitten, maar ik was erg gelukkig toen ik merkte dat mijn zusje er ook niet mee zat. Mijn ouders zijn gescheiden. Ik woonde bij mijn vader. Toen ik hoorde dat mijn vriendin het aan haar moeder had verteld, ben ik direct naar beneden gelopen om het mijn vader te vertellen. Achteraf bleek het niet al te goed getimed, maar ik was wel een beetje nerveus en wilde het zo snel mogelijk achter de rug hebben. Ik kreeg weinig reactie; later werden er wel wat vragen gesteld, maar toen het allemaal duidelijk was, is het snel geaccepteerd. Met mijn moeder ging ik in die tijd eens per maand uit eten en bij de volgende afspraak heb ik het verteld. Voor mijn vrienden had ik voor mezelf de deadline van mijn verjaardag, twee maanden later, gesteld: dan wilde ik mezelf kunnen zijn. Stiekem denk ik dat mijn vrienden er al aan gewend waren dat ik dingen deed waarvan zij denken dat het niet goed is, want ze reageerden niet al te verrast en gelukkig ook niet al te veroordelend. Hoewel ik weet dat niet iedereen het ermee eens is, is de vriendschap in veel gevallen toch blijven bestaan. De leukste reactie die ik gekregen heb, is van heel goede vrienden van me. Ik vertelde “Ik ben verliefd. En het goede nieuws is, zij is ook op mij.” Waarop hij zei: “Goh, en wat doet haar vader?”

Natuurlijk heb ik ook een aantal niet zo fijne reacties gekregen. De vervelendste was van een penvriendin. Ik wist dat zij ertegen zou zijn, maar omdat ze een vriendin was, wilde ik het niet verzwijgen. Ik schreef haar hoe het zat en dat ik hoopte dat ze het kon respecteren en accepteren, zelfs als ze het er niet mee eens was. Helaas kreeg ik een brief terug dat ze niet meer wilde schrijven met iemand die in zonde leeft. Dat deed pijn.

Aan de andere kant heb ik ook heel fijne reacties gehad. Een vriendin van mij die ik het eigenlijk niet durfde vertellen vanwege haar geloofsovertuiging die zoals ik vermoedde heel conservatief is, bleek er helemaal geen problemen mee te hebben. De enige mensen die het niet weten, zijn mijn grootouders van vaders kant. Zij zijn traditioneel christelijk, hebben de scheiding van mijn ouders al te verwerken gekregen, ik wil hen niet nog meer verdriet aan doen. Natuurlijk zou ik graag willen dat het hen geen verdriet zou doen, en natuurlijk ben ik het er niet mee eens dat zij het verkeerd vinden, maar soms is het belangrijker rekening met mensen te houden, dan hen van je eigen gelijk te overtuigen.

Gesprekken met vrienden en familie zijn pas later op gang gekomen. Veel mensen moesten er toch in eerste instantie aan wennen en waren misschien ook wel bang dat ik ook verliefd op hen was. De vraag is een paar keer voorbij gekomen. Gelukkig is dat snel op te lossen. Nu mijn vriendin en ik al bijna twee en een half jaar bij elkaar zijn, merk ik dat de acceptatie groeit. Nog steeds is niet iedereen het ermee eens, maar gesprekken zijn mogelijk. Een paar weken geleden zei mijn moeder dat ze vindt dat we het zo goed doen samen. Dat vond ik heerlijk om te horen en ik hoop dat meer mensen dat denken. De liefde waarmee Petra in mijn christelijke vriendenkring is opgenomen, waardeer ik enorm en dat betekent veel meer voor me dan dat we het ergens niet over eens zijn.

De Katholieke kerk behoor ik nog steeds niet toe. Ik kan niet bij een kerk horen die zo nadrukkelijk tegen mijn liefde is, dat voelt als zelfverraad en als verraad van haar. Jammer is het wel. Het was en is de enige kerk waar ik mij echt thuis gevoeld heb. Voorlopig ga ik niet naar een kerk. Op dit moment zou het me te veel kosten om weer een kerk te zoeken waar ik me thuis kan voelen. Daarbij komt dat dit hier in Ierland nog net wat lastiger ligt.

Het is me wel duidelijk geworden dat coming out een doorgaand proces is. Bij iedere nieuwe vriendschap of nieuw contact moet je weer de overweging maken of je vertelt dat je een vriendin hebt. Wij hebben er bewust voor gekozen het hier niet aan de grote klok te hangen. We laten liever eerst zien dat we van elkaar houden en bij elkaar horen, zodat mensen een eventueel oordeel daarop baseren. Vrienden die regelmatig bij ons thuis komen, vertellen we het wel, maar die zijn dan ook vaak niet meer verbaasd. Je wilt ook niet in een hokje geplaatst worden. “Lesbisch” beschrijft mij niet. “Christelijk” ook niet. Zelfs “christelijke lesbienne” is een onvolledig label.

Esther ( 2010)