“Van excommunicatie naar communicatie”

Samenvatting thesis ‘Van excommunicatie naar communicatie’

Over communicatie homoseksualiteit in orthodox protestante gezindte

Ik ben januari/februari 2011 gaan nadenken over een thesis-onderwerp en -opzet.

Mijn uitgangspositie was mijn indruk, dat homoseksuelen die tot de orthodox protestantse
gezindte behoren door

1. kerkelijk lidmaatschap en
2. familie-afkomst en
3. huidige familiekring

zich in deze gezindte niet geaccepteerd zouden voelen en alleen op internet en bij eigen verenigingen zichzelf konden zijn.

Op basis van deze begin-indruk leek het me interessant deze onderstroom of ‘subway’ voor communicatie rond homoseksualiteit te onderzoeken: hoe zou deze onderstroom bijvoorbeeld reactie of aanvulling vormen op de hoofdstroom (de totale communicatie)?

Mijn interesse ging natuurlijk uit naar de achterliggende vraag, hoe communicatie in de verdrukking plaats vindt rond het vinden van een identiteit, namelijk het integreren van geloof en homoseksualiteit, als deze combinatie zo ingewikkeld is?

Ik overwoog daarbij de onderzoekstitel: ‘Alleen thuis op het web of ook in de kerk?’.

Na voor-onderzoek besloot ik toch de hele communicatie in de orthodoxe gezindte rond homoseksualiteit onder de loep te gaan nemen. Ik wilde uitzoeken, hoe nu eigenlijk het gesprek in een homoseksualiteit niet van harte accepterende en soms zelfs dood-zwijgende omgeving toe gaat. Vanwege dit zwijgen en afwijzende als startpositie koos ik de titel voor mijn onderzoek:

‘Van excommunicatie naar communicatie’

Ik was met name benieuwd, wat in de laatste tien jaar de openstelling van het huwelijk voor homoseksuelen had bijgedragen aan het gesprek en benieuwd of de maatschappelij-ke gelijkstelling van homo- aan heteroseksuelen ook gelijkstelling in deze geestelijk-culturele richting dichterbij had gebracht. De tien jaar van 2011-2011 leek me ook een handige afbakening. Was dus de kloof tussen maatschappelijke gelijkheid en orthodox protestantse gelijkheid voor hetero- en homoseksuelen kleiner aan het worden of niet?

Daarbij moest ik ook een bepaalde invalshoek of onderzoeksperspectief kiezen en verantwoorden om duidelijk te maken, vanuit welke gezichtspunt of zoeker mijn blik gericht was op het veld.

Ik besloot om een actueel psychologisch perspectief te kiezen, ontleend aan familie-therapie, de zogenaamde ‘systeemtherapie’.

Dit koos ik omdat systeemtheorie mij al enkele jaren boeit. Zo naar groepen en systemen kijken als naar een gezin of familie bood mij de gelegenheid om processen en acties te duiden op een manier, die de communicatie rond homoseksualiteit goed zou helpen begrijpen evenals de soms afwezige communicatie. Ook bood systeemtheorie mij gelegenheid om de kerkelijke communicatie met de bijkomende cultuur in één kader te kunnen plaatsen.

Terwijl ik de cultureel-geestelijke richting in den brede, dus niet alleen de orthodox protestantse kerken maar ook hun cultuur en maatschappelijk reikwijdte zo wilde onderzoeken, reikte dr. Heyen mij de term ‘gezindte’ aan als sleutelwoord om de brede familiekring van een homoseksueel te benoemen: ‘gezindte’ als variant op ‘gezin’, zodat duidelijk zou worden, wat ik vermoedde, dat de gezindte een familie in het groot is, waarvan het eigen gezin van herkomst het kerngezin vormt.

Ik hoopte met deze invalshoek ook een bijdrage aan contextueel pastoraat te leveren: zodat predikanten en pastoraal werkenden zich meer van de context van een homoseksueel bewust zouden worden en voor echt gesprek over homoseksualiteit er vooral ook gesprek met homoseksuelen zelf zou ontstaan in deze gezindte en vooral ontmoeting in de context zou gaan plaatsvinden.

Een homoseksueel ervaart ook – heel normaal en gezond – zijn of haar afkomst als familie en eventuele ontgroeien daaraan als een verzelfstandiging ten opzichte van kerngezin en jeugd. Doordat de homoseksuele geaardheid tot voor kort niet goed bespreekbaar was binnen deze gezindte leidde dit in het verleden vaak tot ontworsteling en losmaken van
de verbanden van zijn of haar opgroeien; dus tot een losmaken van kerk en familie.

Ik onderzocht literatuur die in de laatste tien gepubliceerd was om het gesprek en de bezinning rond homoseksualiteit te verhelderen of verbeteren. Ik enquêteerde onder
leden van christelijke homo-verenigingen en interviewde schrijvers van de besproken literatuur, voorzitters van christelijke homo-verenigingen, een webmaster van een christelijk forum voor lesbiennes, een aantal predikanten en een voorzitter van een koepelorganisatie op het gebied van kerk en homoseksualiteit.

In mijn onderzoek bleek de maatschappelijke acceptatie en gelijkstelling van homo- aan heteroseksuelen, ondersteund door beleid van het ministerie van OCW op emancipatie-gebied wel enig positieve gevolg te hebben gehad, maar bleek eveneens dat de orthodoxe gezindte minstens zozeer op zichzelf was blijven staan en een verzetsgroep dreigde te worden. Ik stuitte op toenemende polarisatie, in de afgelopen tien jaar.

Tot slot bekeek ik ook de overheidsrapporten rond emancipatiebeleid uit de laatste jaren en onderzoeken van het Sociaal Cultureel Planbureau en de Roosevelt academy rond
het ervaren in de orthodox protestantse gezindte van het emancipatiebeleid van de over-
heid, dat niet alleen de emancipatie van homoseksuelen maar ook van vrouwen op het oog heeft.

Om communicatie goed te begrijpen koos ik een definitie die communicatie als volgt definieert:

‘Communicatie is de uitwisseling van symbolische informatie, die plaatsvindt tussen mensen, die zich bewust zijn van elkaars aanwezigheid, onmiddellijk of gemedieerd.
Deze informatie wordt deels bewust, deels onbewust gegeven, ontvangen en geïnterpreteerd‘ (Frank Oomkes)

Daarom voeg ik nu ook een tekening toe, die het gesprek of de communicatie verbeeldt:

(zichtbaar in een presentatie via scherm)
Als het gesprek of de communicatie zo verbeeld is als een uitwisselingsproces,
met onbewuste en bewuste kanten, met directe en indirecte stromen en wat mij betreft op morele basis van gelijkwaardigheid en respect, dan kom ik tot 10 conclusies:

1. het gesprek over homoseksualiteit in de orthodox protestantse gezindte lijdt onder
het ethisch accent: door de nadruk op het al of niet afwijzen van een leven als homo-
seksueel in deze gezindte is er weinig ruimte geweest in de afgelopen tien jaar voor
het gesprek over de contextuele aspecten aan een ‘coming out’: de relationeel-emotio-
nele kant van een coming out is daarbij over het hoofd gezien. De gevolgen voor kin-
deren van een homo-ouder, de ouders en verdere familie van homoseksuelen zijn
daardoor minder in de aandacht betrokken. Pastorale aandacht ging uit naar het
homoseksueel zijn en de opdracht tot verandering en dus niet naar de context,
het systeem. Niet alleen de homoseksueel maar ook zijn context wordt daarvan ‘kind
van de rekening’.

2. Voor lesbische vrouwen is in de orthodox protestantse kerken officieel geen plek
geweest, aangezien als er al stemrecht is voor vrouwen in de kerk, zij alleen actief kun-
nen stemmen, maar niet in het ambt gekozen kunnen worden over het algemeen. Zij
kunnen wel door een kerkenraad van mannenbroeders van het avondmaal geweerd en
onder tucht gezet worden.
In pastoraat staat het herder zijn onder het opziener-zijn, de twee aspecten van het
ambt van ouderling of lerend ouderling, de predikant. Daarmee staat of valt pastoraat
met beleid op synode-niveau en is er hooguit ‘pastorale ruimte’ geweest in de manier
waarop men tucht uitvoerde. De tekst ‘de man is het hoofd van de vrouw’ heeft
daarnaast consequenties voor de gelijkwaardigheid als gesprekspartners, terwijl het
Woord en de woordverkondiging ook een relationeel proces in zich bergen.
Onveiligheid om uit de kast te komen is een gevolg geweest bij gebrek aan gelijkwaar-
digheid in het gesprek; dit met alle psychische en contextuele gevolgen van dien.

3. De overheid is ingesprongen in dit gesprek de afgelopen tien jaar, uit geconstateerd
gebrek aan assertiviteit en weerbaarheid van homoseksuelen in de onderzochte ge-
zindte. De overheid heeft zich als bondgenoot van de zwakkere minderheid ontpopt.

Dit heeft een dubbele uitwerking gehad: zowel steun en versterking van deze minder-
heid. De overheid heeft tussen de maatschappelijke acceptatie van homoseksualiteit en
de ongelijkheid van hetero- en homoseksuelen in de onderzochte gezindte onrecht
bespeurd en een onwenselijke situatie. Het gesprek is door de polarisatie ook onder
druk komen te staan en heeft zijn vrijblijvendheid verloren in de onderzochte gezindte.
Homo-tolerantie in deze gezindte is besmet geraakt en de rust in het pastoraat en
groeiende aandacht voor de context is onder druk komen te staan.

4. Homoseksuelen zelf in de onderzochte gezindte ervaren pastoraat als een voortvloeisel
van het er niet mogen zijn. Contextueel pastoraat aan hen zal in deze gezindte bij
kunnen dragen aan het gesprek rond homoseksualiteit, tot er dusdanig ruimte,
aandacht en zicht is op homoseksualiteit, dat pastoraat alleen het omgaan hiermee
dient en niet meer nazorg rond tucht inhoudt.

5. Contextueel pastoraat, dus zorg vanuit de kerk aan de homoseksuele broeder en zuster en zijn of haar context, is een tot nu toe te onbekend fenomeen in de onderzochte gezindte en zal dienstig aan genezing van verstoorde verhoudingen zijn, bijdragen aan genezing, begrip en respect onderling. Hoe meer echte aandacht voor elkaar, hoe
minder er afscheid genomen wordt van elkaar binnen ‘gezin‘ en ‘gezindte’ door toedoen
van openheid aan homoseksualiteit.

6. De thematiek in het gesprek over homoseksualiteit is aan het veranderen in de afgelo-
pen tien jaar: in plaats van de nadruk op verandering of genezing van de homoseksue-
le geaardheid is het accent op de erkenning van deze geaardheid komen te liggen en
is er meer ruimte aan het groeien voor een plek in de gemeente. Alhoewel het accent
nog steeds ligt op een opdracht tot onthouding voor de homoseksueel, is aanvaarding
gegroeid en maakt het ethische accent langzamerhand een beetje ruimte voor
aandacht aan de relationeel-emotionele aspecten en aan de context.

7. Het gesprek over de bijbelteksten die klassiek rond homoseksualiteit werden aange-
haald maakt mondjesmaat plaats voor gesprek over de bril, waarmee men de Bijbel
leest, ofwel: over de hermeneutiek die voorafgaat aan de exegese. M.n. Ganzevoort
en Loonstra schreven hierover.

8. Zowel in de theologie als in de gender-studie is op wetenschappelijk niveau behoefte
ontstaan na te denken over de rollen van man en vrouw, zoals ze in onze westerse
wereld zijn aanvaard, ook in contrast met deze rollen in verschillende culturen, zoals de
oud-oosterse, de Griekse, de Romeinse, de Moslim-culturen van vandaag, de
Antilliaanse cultuur, culturen van verschillende plaatsen en tijden.
De grondvraag is, of diversiteit in gender-invulling acceptabel is, misschien zelfs
verrijkend of een teken van ontaarding of ontsporen is.

9. Door onze eigen muticulturele samenleving anno 2011/2012 is het gesprek over homo-
seksualiteit verbreed, maar ook bedreigd geraakt: enerzijds relativeert verbreding van
gesprek eigen en als algemeen aanvaard ervaren rol- of ‘gender’invullingen, anderzijds
is zichtbaarheid en openlijke homoseksualiteit door het multiculturele van onze samen-
leving ook bedreigend gebleken. Verbreding en relativering van eigen cultuur brengt
naast een bredere blik in de onderzochte gezindte ook verwarring en soms agressie
mee, op dit moment met name in de Randstad.

10. Het gesprek over homoseksualiteit bevindt zich in de orthodox protestantse gezindte
in een spannende, misschien zelfs cruciale fase: welke kant het gesprek op zal gaan,
is nog niet duidelijk en hoe de polarisatie door de laatste tien jaar zal uitwerken, even
min.
Kenmerkend voor deze spanning is het congres, dat afgelopen vrijdag, 20-01, aan de
TU gehouden is.

In mijn onderzoek heb ik tot slot enige aanbevelingen en handreikingen gedaan.

Jolande van Baardewijk

Anders bijbellezen: een studie

Stelling: als je afwijkt door een andere geaardheid, heb je psychisch, relationeel en geestelijk het nodige te verwerken. Maar dat homoseksueel-zijn tot afwijzing door kerk of christenen moet leiden, erger nog: tot de suggestie, dat God homo’s afwijst, is onnodig en ‘vloeken in de kerk’.

De kerk kan net als familie een bemoedigende, steunende maar ook remmende of afwijzende rol spelen: onnodig voor wie de relatie met God echt telt. Als je vanuit de

relatie met God in Jezus Christus de Bijbel leest, kom je tot anders kijken en bijbel-

lezen dan de zogenaamde ‘letterlijke’ leeswijze.

Inventarisatie van problemen in de discussie rond homoseksualiteit en de Bijbel

  1. Genesis 1 en 2, de eerste hoofdstukken van de Bijbel: het scheppingsverhaal.

Het begin presenteert de mens als Gods schepsel, kroon op de schepping, in twee geslachten:‘mannelijk en vrouwelijk’. De opdracht in 1:26 is: wees vruchtbaar en talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar .. hoe kun je dat ‘vruchtbaar en talrijk’ nu, letterlijk gelezen, anders zien dan van betrekking op de man-vrouw-verbintenis? Dit wordt de scheppingsopdracht genoemd. En toegegeven: kinderen krijgen is alleen door die verbintenis letterlijk of natuurlijk gezien mogelijk. Dus een ‘hetero-start’ van de Bijbel!

2.  de zo op het oog duidelijkheid van verder bijbelteksten in OT en NT, waarin homo-seksualiteit lijkt veroordeeld te worden: Genesis 19, Leviticus 18 en 20, Romeinen 1.

 W.b. 1: ja, zo is de start, Genesis 1 en 2: duidelijk, mooi, compleet en ideaal geschetst. Maar tussen Gen 1 en 9 ligt de zondeval, gebrokenheid, de kiem voor moord, haat, jacht (dierenmoord), vlees eten, onvruchtbaarheid, ziekte en dood. Toch laat God na de zond-vloed de mensheid niet aan zijn lot over, maar hernieuwt Zijn verbondsrelatie met de mensheid. Hij geeft opnieuw een belofte mee en een nieuwe scheppingsopdracht, met verdiscontering van zonde, gebrokenheid en alle gevolgen; nu hebben we te maken met afwijkende (queer) mensen:

 a. die zich anders geaard weten (zonder trauma of aanleiding tot gelegenheidshomofilie)

b. mensen die zich in lichaam ‘misplaatst’ voelen (transgenders)

c. mensen die onvruchtbaar zijn

d. mensen zonder een specifieke geslacht: ‘interseksuelen’

  1. mensen die aseksueel zijn, die geen partner in welke zin ook verlangen, of rigide zijn
  2. mensen die zich seksueel niet tot volwassenen aangetrokken voelen.
  3. mensen die door verminking van hun seksuele drang en voortplantingsvermogen beroofd zijn (castraten/eunuchs).

 Over onvruchtbaarheid zegt de Bijbel: de drie aartsmoeders Sara, Rebekka en Rachel zijn onvruchtbaar; andere sleutel-vrouwen in de Bijbel ook, zodat er een behoorlijke lijst daarvan in het geslachtsregister van Jezus terecht komt. Aan vrouwen die een kind na prostitutie of na overspel baren, zelfs een stamvader van de Messias, worden in het OT Rachab, Tamar, Bathseba genoemd, allemaal niet netjes binnen het huwelijk. Over om-gaan met onvruchtbaarheid zegt de Bijbel nog, dat de aartsvaders soms om die reden meer vrouwen hadden: dit gaf veel herrie in de tent. Bij Arabieren en Mormonen is dit nog steeds ‘koosjer’, maar vandaag de dag keuren we moreel gezien veelwijverij af. De Bijbel spreekt bijna kritiekloos ook over slavernij en in het NT over het achterstellen van de vrouw, terwijl we dit allemaal als ingehaald door ‘de moraal’, gebaseerd op ons Christen-dom en de moderne tijd vinden.

Over ‘gesnedenen  (ontmanden) zegt het OT eerst, dat die niet bij de tabernakel mochten komen; maar Jesaja dat ze als teken van de laatste dagen wel welkom zijn in de tempel en het NT (in Handelingen 8), dat de kamerling uit Ethiopië een rol bij de tempel heeft gekocht. Hij is er dus speciaal voorgekomen en leest nu de ‘Bijbel’ en wil uitleg van de Jesajarol die hij leest! Hij krijgt er zo het nieuwe testa-ment mondeling bij. Afwijkingen (als eunuchs) konden Gods heiligheid niet weerspiegelen. Tegenwoordig kennen we geen ontmanden meer, wel siamese en eeneiige tweelingen, spelingen van de natuur; in Afrikaanse culturen is het krijgen hiervan of van albino’s een slecht teken: het boze oog, maar in onze cultuur weer niet. Verstandelijk gehandicapten zijn ook in vele culturen teken van de boze, maar ook in de onze weer niet. Alleen homo-seksueel zijn zoals wetenschappelijk erkend: vanaf geboorte, is in vrijwel alle culturen lastig te hanteren: je ziet er aan de buitenkant weinig van. Je kunt het niet corrigeren, is ook voldoende aangetoond nu. Afwijkingen, zo ‘minimaal’, zijn voor velen bedreigend. 4-8% blijkt in het algemeen homoseksueel geaard. Dus dat is een niet te verwaarlozen aantal. Voor mensen zijn dus afwijkingen lastig, zelfs bedreigend.

 Maar hoe zijn afwijkingen, en afwijkende mensen, ‘queers’, nu voor God?

In het geheel van OT en NT krijgen afwijkingen een plek in de ‘lijn’ van Jezus: onvrucht-baarheid bijvoorbeeld, maar ook mindere posities als vrouw, buitenlander of slaaf zijn. God had weliswaar rond de tabernakeldienst volmaaktheid en heiligheid geëist, maar dit heeft voor die tijd symboolfunctie, net als rituele reinheid, onthouding en koosjer eten (zie de Thora, Genesis tot en met Deuternomium).

In het NT worden deze symboolwetten als vervuld in Jezus beschouwd; het onderscheid of discrimineren tussen Jood-heiden moet Petrus afleren, door onrein voedsel ook te gaan eten, zie het vizioen van het laken uit de hemel.

 Wat houden we over: in Hand. 15 leren de apostelen omgaan met christen geworden hei-denen. De vraag is, wat moeten die aan regels houden? Besneden worden, koosjer eten?

Nee, slechts 3 kerngeboden: onthouding van ontucht, aan de afgoden gewijde zaken en van vlees, dat bloed bevat. Daar staat niets bij als onthouding in homoseksualiteit, wel over onthouding van biefstuk eten; dit even voor het perspectief.

 W.b. 2: de zogenaamde ‘duidelijke’ teksten in OT zijn zo letterlijk niet op te vatten in onze tijd: Sodom en Gomorra gaat over groepsverkrachting door heteromannen en schending van gastrecht (zie het parallel-verhaal in Richteren). Het verbod op man-man-contact (Leviticus) staat in de context van de Heiligheidscodex, waarin ook op vloeken en niet je ouders eren de doodstraf staat. Vaak stond ontucht in het kader van afgoderij, waardoor je je af kunt vragen, waar het hier om gaat en wat er nu afgekeurd wordt (zie ook Romeinen 1). Wij keuren ook seks in de satanskerk af. Als Paulus schrijft in Rom.1 over vrouw-vrouw-contact, dat het ‘para fysin’ is, ‘tegen de natuur’, concluderen veel christenen: onnatuurlijk. Maar ‘fysis’, het Griekse woord voor natuur. kan ook met ‘gewoonte’ worden vertaald, dus het is tegen de gewoonte, ongewoon.

Als je het zo uitlegt, begrijp je ineens, dat voor kern-homoseksuelen een hetero-huwelijk onnatuurlijk voelt. We weten, hoeveel narigheid er komt als homoseksuelen in een hetero-huwelijk gedwongen worden. We zouden wijzer moeten zijn nu en het gewoon laten staan als afwijking en elkaar daarin respecteren. Onvruchtbare stellen dwingen we ook niet tot kinderen krijgen; we laten ze er in, als ze het daarbij laten; we respecteren hen, als ze willen adopteren of pleegkinderen willen verzorgen. We krabben misschien even achter onze oren, als ze daar een donor bij willen betrekken. Ik doe dat tenminste, als ik zowel bij hetero- of homo-stellen hoor van donors erbij halen. Ik vind wel, dat een homo-verbintenis net als een heteroverbintenis er een in liefde en trouw moet zijn. Ook al is het een afwijkende geaardheid, toch is zo’n verbintenis aan dezelfde beschermende voorwaarden gebonden, als een hetero- huwelijk. Het ‘vruchtbaar en talrijk’ zijn is dan niet letterlijk mogelijk, maar zeker kunnen homostellen die goed hun plek in kerk en maatschappij vinden, erg bijdragen aan kerk en samenleving, pleegkinderen opvangen en in dus minder letterlijke maar zelfs geestelijke manieren vruchtbaar en talrijk zijn!

Ik zie Gods zegen daarover in Genesis 9: een regenboog en belofte over een gebroken wereld! Ook over queers is deze zegen uitgesproken.

 Auteur: Jolande van Baardewijk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Late bewustwording

‘Het leven wordt voorwaarts geleefd en achterwaarts begrepen’ (Søren Kierkegaard.)

Ongeveer 15 jaar was ik, toen ik tijdens een Bijbelstudieavond voor het eerst over homoseksualiteit hoorde. De predikant, die deze Bijbelstudie leidde was uitgenodigd om te komen spreken tijdens een Pinksterfeest in de regio. Maar hij weigerde, omdat Ds. Alje Klamer ook was uitgenodigd.
Deze dominee kreeg in de jaren 70 van de vorige eeuw bekendheid, omdat hij binnen de protestantse kerken het homotaboe begon te doorbreken.
De Baptistenpredikant die mijn bijbelstudiegroep leidde, was het niet eens met de acties van Ds. Klamer. Homoseksualiteit was een zware zonde.
Ik heb daar veel over gepiekerd en het feitelijk nooit kunnen begrijpen. OK, die teksten waren duidelijk, maar ik kon mij eigenlijk niet voorstellen waarom God daar nou zo veel moeite mee zou hebben. Als mensen nu zo in elkaar zaten, dan was er toch niets verkeerds aan.
Vreemd genoeg dacht ik alleen aan mannen, aan homofielen, zoals ze in die tijd nog vaak werden genoemd.
Toen ik ging studeren, kwam ik in contact met het feminisme, maar dat trok mij niet aan. De fanatieke en vijandelijke toon tegenover mannen stond mij tegen. In mijn naïviteit trok ik de conclusie dat lesbiennes allemaal feministisch waren, die ervoor kozen geen relatie met een man aan te gaan en daarom maar samen gingen leven.

Ik wilde heel graag normaal zijn en hunkerde naar liefde en bevestiging. Ik verlangde erg naar verkering, trouwen en een gezin. Ik ontmoette een jongen, die mij leuk vond, en al gauw werd er getrouwd. We kregen samen drie kinderen. Mijn grote wens, een gezin was vervuld.
Het moederschap viel mij soms zwaar en ik voelde mij niet altijd gelukkig. Ik weet dit aan mijzelf; ik had toch wel een wat complex karakter en mijn familie heeft geen groot talent voor gelukkig wezen.
Vriendschappen met andere vrouwen waren erg belangrijk voor mij, ik was daar erg gevoelig in en het hield mij erg mee bezig. Op een gegeven moment had een bepaalde vriendschap mij helemaal in de greep..ik snapte er niets van, totdat ik ontdekte dat ik verliefd op die vriendin was…. Verliefd op een vrouw, ik lesbisch……?Maar toch alles viel op zijn plek, veel onbewuste gevoelens in mijn pubertijd, het ontevreden, onvervulde gevoel over mijn relatie. Het grote onbehagen.
Dit onbehagen kon ik nu een plek geven en merkwaardigerwijs heeft dit de relatie verbeterd. Het niet-vervulde verlangen had met mij te maken, niet met mijn partner.
De eerste jaren hield ik mijn ontdekking voor mijzelf, de kinderen waren nog zo klein en bovendien kon ik een echtscheiding niet in overeenstemming brengen met mijn geloof. We waren in de kerk getrouwd en hadden elkaar immers voor het aangezicht van God en in Zijn gemeente trouw beloofd, totdat de dood ons scheiden zou.
Langzamerhand begon ik mij wat te oriënteren en wat rond te neuzen. Internet kwam binnen mijn handbereik en zo ontdekte ik dat er meer mannen en vrouwen getrouwd waren, terwijl ze overwegend gericht waren op iemand van het eigen geslacht. Er bestonden zelfs lotgenotengroepen. Ik begon onder een schuilnaam ook aarzelend mee te doen op de mailinglijst van de Holy Females.
Ik vertelde het aan mijn man…ook voor hem viel het één ander wel op zijn plek. Maar er veranderde niet veel in onze relatie. We waren er beiden niet aan toe om uit elkaar te gaan. We hadden een gezin en ach…. het ging immers allemaal wel.
Ik herinner mij een avond dat ik uitgenodigd was voor een lezing bij een vriendin die actief was binnen de Baptistenkerk. De lezing was in het Engels en opgenomen, we luisterden bij haar thuis. Het ging over de band van moeders en dochters. Op een gegeven moment ging het over lesbische gevoelens, die veroorzaakt zouden worden door een slechte band met de moeder. Deze gevoelens konden hersteld worden door Jezus, vertelde de mevrouw van de lezing. Op dat moment realiseerde ik mij met een schok, dat ik dat absoluut niet wilde: genezing van mijn gevoelens voor vrouwen. Hierover heb ik mij altijd schuldig gevoeld, want die gevoelens waren de oorzaak van de wederzijdse onvrede in ons huwelijk.
De kinderen werden groter en de oudste twee gingen het huis uit. Weer werd ik opnieuw heel verliefd, een verliefdheid die mij met grote droefheid vervulde maar mij tegelijkertijd deed opleven. Ik werd veel energieker en levenslustiger. Die verliefdheid had geen schijn van kans, maar ik wist dat ik nu op een punt stond om te beslissen wat ik met deze gevoelens voor vrouwen wilde…
In die periode hebben mijn man en ik veel gewandeld en met elkaar gesproken…blijven we bij elkaar of laten we elkaar los. We hebben voor het laatste gekozen.
De scheiding werd in gang gezet. Eerst intensieve gesprekken met de kinderen, bij wie veel los kwam. We ontdekten dat ons asymmetrische relatie toch wel degelijk zijn sporen had nagelaten bij hen.
We hebben de wederzijdse ouders op de hoogte gebracht, de verdere familie en onze vrienden. Een zeer hectische en enerverende periode. We gingen de scheiding organisatorisch regelen met behulp van een mediator. In onze laatste bijeenkomst zei deze mediator dat we zo’n leuk stel waren.
In die maanden leerde ik een vrouw kennen, met wie ik een relatie kreeg. We waren nog getrouwd. Ik had nooit gedacht dat ik dit zou doen, maar toch is het gebeurd. En ik heb er geen spijt van. De relatie met haar bevestigde mijn ontdekking van jaren her, dat vermoeden, dat ik lesbisch ben, een vermoeden waarover ik toch al die jaren ook getwijfeld heb; of ik mijzelf misschien voor de gek hield.
Deze vrouw is nog steeds mijn vriendin en we hebben het heel goed samen. Zij haalt het beste in mij boven. Door haar ben ik thuis gekomen bij mijzelf.
Ik heb ook veel gerouwd. Gerouwd om het huwelijk dat geen stand heeft gehouden. Gerouwd om mijn man, die ik zo graag met mijn hele hart zou willen liefhebben, want dat heeft hij zo verdiend, ik gunde het hem zo, maar het zat er niet in.
Gerouwd omdat de kinderen geen heel ouderlijk huis meer hebben.
Deze rouw zal wel pijn blijven doen en deel blijven uitmaken van mijn leven. Langzaam leer ik aanvaarden dat er altijd iets blijft wringen.
Nog altijd merk ik dat ik weinig heb met de Bijbelteksten, die lijken te zeggen dat God een homoseksuele relatie afwijst. Ik moest meer in het reine komen met mijn echtscheiding. Met het feit dat ik hierdoor voor mijzelf gekozen heb.
Mijn ex-man en ik realiseren ons dat de scheiding scheuren heeft aangebracht in het weefsel van het leven van onze kinderen.
We hebben nog een heel goed contact met elkaar, we zien elkaar als gezin nog regelmatig en doen nog verjaardagen en andere festiviteiten samen. Zo vertrouwen wij erop dat onze kinderen verder kunnen met ouders die beide een andere partner hebben, maar ook respectvol met elkaar omgaan en nog altijd veel voor elkaar betekenen.
Beide hebben we geen spijt van onze beslissing. We komen zo beter tot ons recht, we leven weer met hart en ziel, dat is toch waartoe we leven!
E. 52 jaar.

 

“Hoe wordt de kerk veilig voor hetero’s en homo’s?”

Ik kom in de kerk nog voortdurend mensen tegen, die zich niet alleen openlijk tegen homorelaties uitspreken, maar die ook een onverhoord oordeel vellen over degenen die voor zo’n relatie hebben gekozen.

Ik wil daarover hier niet in discussie gaan. Ik wil alleen iets van mijn verhaal vertellen. Ik ben mijn hele leven al lid van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Ik ben predikant. En ik ben homo. Sinds ik bij familie, vrienden en collega’s voor mijn homoseksuele geaardheid uitgekomen ben, is er veel gebeurd. Het is niet gemakkelijk geweest. En dat zal het in de komende tijd ook niet worden.

Toch wil ik mijn identiteit niet langer blijven verbergen. Onder dit ingezonden maak ik mijn naam nog niet publiek. Daarvoor zijn andere wegen geschikter. Door mijn coming-out ben ik in contact gekomen met een stukje van de homowereld in de kerk. Ik spreek broeders en zusters van allerlei leeftijden, ik hoor hun verhalen, ik zie hoe ze soms worstelen met zichzelf, met God en met de kerk. Ik proef de angst en de afwijzing die ze tegenkomen in hun omgeving en in zichzelf. Maar ik zie ook hoe ze groeien en sterker worden in de ontmoeting met elkaar en met anderen die echte aandacht voor hen hebben.

Ik merk dat er pastoraal veel te doen is, dat er gelukkig ook veel goeds gebeurt, maar dat er evenzeer sprake is van onkunde en nalatigheid, en dat er soms ernstige fouten worden gemaakt die schade doen aan zielen. Ik merk bij kerkenraden en ambtsdragers verlegenheid en onzekerheid, hoe ze over homoseksuele gemeenteleden moeten denken en hoe ze met hen moeten handelen.

Ik kom ook kerkleden tegen die een duidelijke mening over homoseksualiteit hebben, die ze op de Bijbel baseren, maar die ervan lijken te schrikken dat ze daarmee hun homofiele broeders en zusters afstoten. Ze willen dat niet en toch gebeurt het. Gelovige homo’s en lesbiënnes voelen zich in de kerk vaak niet echt gezien en gehoord, niet begrepen en niet erkend in wie ze zijn. Wie neemt het voor hen op tegenover de onmacht en de verlegenheid en tegenover de veroordeling en de uitsluiting, die zij in de kerk ontmoeten? Hoe wordt de kerk van de Here Jezus een veilige plek, waar hetero’s en homo’s samen kunnen leven, elkaar open ontmoeten en aanspreken, van elkaar leren en elkaar helpen om, bij alle verschil van geaardheid en inzicht en levenskeus, de goede Herder te blijven volgen? We hebben met elkaar nog heel veel te doen!

Wereldgodsdiensten en homoseksualiteit

 

Zoals op de homepagina al werd gesteld, staan homoseksualiteit en godsdienst vaak op gespannen voet met elkaar . Toch zijn er vele gelovige holebi’s, die veel steun en kracht vinden in hun geloof.

 Hieronder vind je een overzicht van verschillende opinies over homoseksualiteit binnen verschillende godsdiensten (voor een vollediger overzicht: www.religioustolerance.org).

 Christendom

 De Bijbel

De Bijbel spreekt zich nergens expliciet positief uit over homoseksualiteit. Op negen plaatsen is er in de Heilige Schrift uitdrukkelijk sprake van homoseksualiteit, ondermeer in het verhaal van Sodom . Deze teksten geven dus negatieve interpretatie aan. Sommige uitleggers van de Bijbel concluderen op basis van teksten zoals Dat de liefde voor Jonathan hem meer verrukte dan de liefde voor vrouwen”(II Samuel 1,26), dat de Bijbel wel ruimte biedt voor homoseksualiteit.

De manier waarop binnen een bepaalde geloofsgenootschap naar de Bijbel gekeken wordt, bepaald in hoge mate hoe er tegen homoseksualiteit wordt aangekeken.

Rooms-Katholieke Kerk
De officiële leer binnen deze kerk is dat seksualiteit alleen bedoeld is in een huwelijk tussen een man en een vrouw. Er is dus weinig plaats voor homoseksualiteit. Homoseksuele gevoelens en geaardheid wordt wel erkend maar homosexueel gedrag wordt veroordeeld. Gelukkig vinden  in vele plaatselijke parochies homoseksuelen wel dan niet in relatie levend wel een warm onthaal.

Protestantisme

Er is een groot verschil orthodoxe en niet-orthodoxe  protestanten. Onder het orthodox-protestantisme  vallen Reformatorische en Evangelische kerken en geloofsgenootschappen. Bij niet-orthodoxe  protestanten is er geen probleem, terwijl orthodoxe protestanten homoseksualiteit afwijzen.  Sommigen richten zich zelfs tot homoseksuelen om hen te genezen. Dit standpunt heeft te maken met hun visie op de Bijbel: dat wat de Bijbel zegt heeft altijd durende geldigheid. In het algemeen houden zij geen rekening met de verworvenheden van de wetenschap en met het verschil in cultuur. Voor meer informatie zie ons artikel: Kerkelijke visies over homoseksualiteit bij Bijbelstudie

Judaïsme/Jodendom

De houdingen van Joodse geloofsgroepen tegenover homoseksualiteit lijkt op die van de Christelijke geloofsgenootschappen en variëren van conservatief tot liberaal. Orthodoxe joden beschouwen homoseksualiteit als “abominatie” (een verschrikking). Liberale joden laten homoseksuele leden toe en verzetten zich discriminatie van holebi’s. Hervormingsgezinde joden gaan nog een stap verder en staan holebi’s toe volledig te participeren in ceremonies.

Het HeiligeBoek van het joodse geloof is de Tenach, dat deel van de Bijbel dat christenen het oude testament noemen. Het is het verhaal van het volk van Israël, het uitverkoren volk van God, zoals de joden geloven. In het belangrijkste deel van de Tenach, de Torah staat de doodstraf op homoseksualiteit van mannen. Letterlijk staat er: ‘En als een man seksuele relaties met een man onderhoudt, hebben zij beiden een gruwel begaan, en zij zijn schuldig en zullen ter dood gebracht worden.’ (Leviticus 20,13).

Verschillende gezaghebbende joodse commentatoren hebben door de eeuwen heen de tekst van Leviticus 20,13 specifiek op anale seks toegepast. Alleen daar zou volgens hen de doodstraf op staan. In de Torah staat niets expliciet over seks tussen vrouwen. Aanvullingen op de Tenach staan in de Talmoed, een verzamelwerk met toelichtingen over het maatschappelijke en godsdienstige leven van joden. De Talmoed refereert wel specifiek aan vrouwen die met vrouwen vrijen. Zij worden ‘mesolelot’ genoemd en worden uitgesloten van een huwelijk met een priester. (Babylonische Talmoed, Yebamot 71:a). Dit fragment is later expliciet toegelicht door een schriftgeleerde. Het zou namelijk alleen gelden voor vrouwen die ‘samen liggen op de manier van gemeenschap tussen man en vrouw en hun vrouwelijke delen tegen elkaar wrijven met de wens om gemeenschap te hebben’. Sommige joodse homo’s en lesbo’s zien in deze nuanceringen ruimte om hun seksuele voorkeur te combineren met hun geloof. Zij zien af van bepaalde seksuele handelingen en doen daardoor niets tegen het geloof. Ook binnen het joodse geloof is er verschil tussen strengere orthodoxe en minder strenge geloofsgemeenten. Meer informatie over homoseksualiteit en jodendom: www.glbtjews.org.

 Islam

In de Koran en de Hadith (uitspraken van Mohammed) staan enkele verwijzingen naar homoseksualiteit. Er bestaat een consensus onder islamitische geleerden dat alle mensen van nature heteroseksueel zijn, en dat homoseksualiteit een zondige (en volgens sommige gevaarlijke) afwijking is. Sommige landen met een op islamitische leest geschoeide strafwet spreken strenge straffen uit voor homoseksueel gedrag, sommige landen zelfs de doodstraf.

 Moslims geloven dat de Koran, het heilige boek van de islam, een directe neerslag is van de woorden van God, of Allah, zoals die geopenbaard werden aan de profeet Mohammed.

Homoseks tussen mannen wordt in de Koran (net als in de Bijbel) alleen beschreven in termen van losbandigheid, dwang en verkrachting. Het verhaal van de profeet Loet is het bekendste voorbeeld daarvan, en het lijkt erg op het verhaal van Lot in de Bijbel. Zie ook vraag 25. Er wordt in de Koran meerdere malen gewaarschuwd voor sodomie of ‘liwaat’.

Ook binnen de islam zijn er verschillende stromingen die het geloof verschillend uitleggen en beoefenen. Er zijn grote stromingen als de Shiieten en de Soennieten, maar ook per land, per streek en per imam kan het geloof verschillen. Net als bij het christendom en het jodendom kun je dus niet spreken van ‘de islam’. Bij de interpretatie van de Koran maken sommige mensen onderscheid tussen liwaat en liefdevolle homogevoelens. Liwaat staat voor verkrachting van een man door een andere man, seks met dieren en seks met minderjarigen. Het gaat daarbij met name om anale seks. Dit soort gedrag zou net als bij heteroseks slecht zijn omdat het gaat om misbruik, overmaat of schending van de publieke eerbaarheid. Over gelijkwaardige, vrijwillige en liefdevolle homorelaties schrijft de Koran niet.

De islam staat over het algemeen veel positiever tegenover seksualiteit dan het christendom. Seks is iets om van te genieten. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de belofte voor de hemel. Gelovigen die zich op aarde aan de voorschriften van de islam hebben gehouden, worden in het paradijs beloond en kunnen daar uitgebreid eten en vrijen met mooie jonge mannen en vrouwen. Volgens sommige interpretaties kunnen vrouwen in het paradijs ook van vrouwen genieten, en mannen ook van mannen.

Tegenover deze interpretaties staat de dagelijkse praktijk waarin veel moslims homoseksualiteit streng afkeuren. Voor veel islamitische homo’s en lesbo’s is het daarom lastig om een vorm te vinden voor hun gevoelens.

Binnen de Islam bestaat er ook een lange traditie die het mogelijk stelt om homoseksuelen buiten de wet te stellen en vogelvrij te verklaren. Het komt voor dat in sommige meer afgelegen en primitievere gemeenschappen homoseksuele jongens worden gestenigd. Tegelijkertijd echter, wordt in ruimschoots de meeste gevallen (bijvoorbeeld in de grotere steden), de homoseksueel gedoogd en min of meer geaccepteerd. De in Nederland levende Moslim-jongeren, krijgen echter dikwijls te maken met een tweestrijd tussen de traditionele geloofswaarden, en de vrijere gewoonten in Nederland Maar zoals alle moderne godsdiensten is ook de islam een godsdienst met veel verschillende opinies. In diverse westerse landen zijn holebiverenigingen voor moslims actief, ook in Nederland.Meer informatie over islam en homoseksualiteit op http://nl.wikipedia.org/wiki/Islam_en_homoseksualiteit

Boeddhisme

Ook binnen het Boeddhisme zijn veel verschillende stromingen, met telkens een andere houding tegenover homoseksualiteit. Maar door de band hechten boeddhisten weinig belang aan seksuele voorkeur. In de geschriften van Boeddha is hier niets over terug te vinden.

Hindoeisme
De Kama Sutra is een van de bekendste hindoegeschriften. Daarin worden alle facetten van seksualiteit en genot tussen man en vrouw beschreven. “Samen met de Koka Shastra is dat het geschrift waarin seks voor het eerst als genot werd gezien”, vertelt de Haagse hindoepriester Attry Ramdhani van de Ram Mandir. Daarvoor werd seks puur als iets functioneels gezien. “Mensen deden alleen aan seks om zich voort te planten.” Homoseksualiteit komt in de heilige geschriften van de hindoes niet voor als zodanig.

“In geen enkel geschrift ben ik homoseksualiteit tegengekomen”, zegt pandit Dharm Shriemissier uit Purmerend. Afgelopen zondag hield de Stichting Arya Samaadj Utrecht (SASU) een bijeenkomst met als thema ‘Hindoeïsme en Homoseksualiteit’. Daar vertelde pandit Bhasker Rewti dat seksualiteit tussen mensen van hetzelfde geslacht nergens voor komt in de eeuwenoude Veda’s. “Wel wordt er geschreven over de plicht je voort te planten. Om de voortgang van de mensheid in stand te houden.” Rewti van de Haagse Vereniging Arya Samaj Nederland (ASAN) stuitte op een gegeven ogenblik tijdens zijn onderzoek op een belangrijk punt.

“Hoewel we verplicht zijn om ons voort te planten, mogen we ook niemand discrimineren. Iemand handelt uit vrije wil. Als een homo een relatie wil aangaan, wie zijn wij dan om te zeggen: dat mag niet.” Hij benadrukte tijdens zijn lezing dat er ‘zeker’ over dit onderwerp gesproken moet worden om het uit de taboesfeer te halen. Echter, er zijn wel hindoemythologische verhalen waarmee de priesters homoseksualiteit verklaren. “Er is een verhaal in de Mahabharata waarin een vrouw reïncarneert als man. Het hindoeisme zegt dat je gevoelens en emoties meeneemt naar je volgende leven, dus wellicht ook je geaardheid. Dat creëert een opening om te praten over homoseksualiteit”, zegt Ramdhani.

Ook pandit Surindre Tewarie van de Haagse Sewa Dhaam Mandir refereert naar de Mahabharata wat betreft homoseksualiteit. “We kunnen niet ontkennen dat deze geaardheid bestaat. Het is zelfs terug te vinden in de Mahabharata.” Een opening om over dit onderwerp te beginnen is nodig, omdat homoseksualiteit nog heel erg in de taboesfeer verkeert. Ramdhani: “Vroeger was deze vorm van seksualiteit echt een taboe. Ik merk nu dat de Hindoestaanse gemeenschap het steeds meer gedoogt. Ze weten dat het voorkomt in de eigen omgeving, mensen komen er steeds vaker voor uit, maar er wordt niet over gesproken. Wat rest is openheid.” Volgens de 26-jarige ‘Shareshma’ klopt dat wel zo’n beetje. “Ik weet dat ik lesbisch ben, maar in mijn familie is het nog niet officieel bekend. Mijn ouders weten het, maar willen niet dat de rest het ook weet. Ik heb het pas op mijn 25e aan mijn ouders verteld, maar ik denk dat de rest van mijn familie er pas achter zullen komen als ik ga trouwen met mijn vriendin. Misschien word ik wel verstoten.

” Claudio Galvez-Kovacic is een klinisch psycholoog en historicus die gespecialiseerd in homoseksualiteit. “Tegenwoordig zitten de homo’s vooral in een acceptatie- en waarderingsproces. Vroeger werd het afgedaan als iets smerigs, iets psychisch of onnatuurlijks. Nu gaat het er meer om: hoe kom ik met mijn homoseksualiteit naar buiten, vroeger ging het meer om verandering”, vertelt de bijzonder hoogleraar aan de Harvard University en internationaal consulent van de Schorer Stichting. Bij allochtonen kost het proces om ‘uit de kast te komen’ veel meer tijd.

“Dat betekent bijna altijd dat homo’s en lesbo’s uit bijvoorbeeld de Hindoestaanse gemeenschap nog meer lijden dan die uit de autochtone gemeenschap.” Veel homoseksuele Hindoestanen uiten zich anoniem. Ze zoeken elkaar op, op homo-ontmoetingsplekken (’de baan’) en via het Internet. De Hindoestaanse datingsite Radha (www.radha.nl) biedt ook de mogelijkheid voor on-line homoseksuele relatiebemiddeling. Van de in totaal vijftienduizend leden heeft er ongeveer zeven procent zich aangemeld als homoseksueel, aldus de woordvoerder van de website. “Ze worden lid om de anonimiteit. Er heerst nog steeds een taboe. Ze zijn bang om niet geaccepteerd te worden. Er ligt nog veel werk, maar het begin is er.”

Overdenking over seksualiteit

HC zondag 41

Broeders en zusters, geliefd in onze Heer, Jezus Christus,

Na zoveel weken onderbreking is het tijd weer eens verder te gaan met de
tien woorden. Vanmorgen het zevende gebod.
Ik heb al aangekondigd dat ik dat zou gaan samenvatten als ‘respecteer elkaar’.
Als ik het zo zeg, gebruik ik ‘respecteren’ in een heel moderne zin.
Misschien is u dat ook al wel eens opgevallen, dat wij dit woord
tegenwoordig anders gebruiken dan vroeger.
In mijn oudere druk van Van Dale wordt respect en respecteren vooral
met gezag in verband gebracht. Je hebt respect, je respecteert mensen en
instanties die een bepaald gezag over je hebben.

Tegenwoordig hoor ik respect en respecteren meestal in een ander verband gebruiken.
We worden geacht respect te hebben voor elkaars mening en voor de integriteit van de ander.
Elkaar respecteren heeft weinig met gezag en veel met voorzichtigheid en
om-zichtigheid te maken. Het andere woord dat tegenwoordig bij respect hoort
is niet meer gezag, maar veel eerder iets als kwetsbaarheid, breekbaarheid,
kostbaarheid ook. Als je respect hebt voor slachtoffers laat je dat merken
Respect hebben voor de mening van een ander betekent die ander serieus nemen
en niet laten merken dat je zijn of haar mening eigenlijk maar dom of vreemd vindt.

Respect en kwetsbaarheid, breekbaarheid, kostbaarheid, dat is, voor zover ik zie,
de combinatie die wij tegenwoordig makkelijk leggen.
Als je elkaar respecteert ga je met elkaar om ergens zoals je met een doos glaswerk omgaat,
waar op staat: pas op, breekbaar. Voorzichtig dus, om-zichtig.
Het is een aardige bijkomstigheid dat om-zichtig een letterlijke vertaling lijkt van re-spect.
Hoe dan ook, onze taal leeft, en verandert dus. En dat is toch leuk.

In ieder geval zorgt dit ervoor dat ‘respecteer elkaar’ een goede samenvatting
van dit zevende gebod wordt. Want het gaat hier precies om kwetsbaarheid
en breekbaarheid en kostbaarheid. Een huwelijk is prachtig, maar breekbaar,
en daarom zegt God: wees voorzichtig, breek het niet. Menselijke integriteit,
ook lichamelijke integriteit, is kostbaar, maar breekbaar.
En daarom zegt God: pas op, breek haar niet. Menselijke relaties zijn kostbaar, maar breekbaar.
En daarom zegt God: pas op, breek ze niet. De Here God zelf vraagt van zijn volk,
van zijn christenen voorzichtigheid, omzichtigheid in de omgang met elkaar en met
anderen, en die eis heeft recht en reden, net als zo’n tekst op een doos glaswerk.
Want het gaat hier om echt kostbare dingen en als hier iets breekt is er echt iets kapot,
iets wat je misschien wel weer lijmen kunt, maar wat toch nooit meer wordt als vóór die breuk.

Extra voordeel van deze samenvatting is, dat je meteen ziet dat er in dit verbod
nog meer gebeurt dan we toch al denken. Zoals meestal in de tien woorden noemt
de Here God alleen een bepaald extreem. Maar daar komt in het geheel van de bijbel
veel meer achter vandaan. Strikt genomen staat hier alleen: je mag geen overspel plegen.
En dat is een behoorlijk beperkt verbod, was het zeker in die tijd.
Het gaat er om dat de vrije Israëlitische man, die hier wordt aangesproken,
geen overspel mag plegen met de vrouw van een medeburger, van een andere vrije
Israëlitische man. En dan gaat het er in feite ook nog om dat daardoor die andere man
in zijn recht aangetast zou worden. Verder moeten we ons er maar niet al te veel bij voorstellen.
Naar een hoer gaan was in de Israëlitische samenleving een ondeugd,
een zwakheid, maar geen groot kwaad. Wat je met je eigen slavinnen deed,
voor zover die niet getrouwd waren, moest je tot op grote hoogte zelf weten,
als man tenminste. Allerlei wat bij ons overspel zou heten, was dat in die tijd niet.

Laat je dit gebod in het geheel van de bijbel klinken, dan blijkt er meer
in te gebeuren dan wat ik tot nu toe noemde. Zondag 41 werkt dat netjes uit.
Het gebod gaat over allerlei vormen van onkuisheid, en krijgt de betekenis van:
leef zuiver, leef rein, en leid een huwelijksleven dat gedragen wordt door
wederzijdse liefde en toewijding en uit is op de verheerlijking van God.
Maar hoe ook uitgebreid, één ding blijft toch: in de catechismus gaat
dit verbod over seksualiteit, en over meer niet.

Maar het gaat wèl over meer dan seksualiteit.
Dat leer je zien, zodra je het samenvat met ‘respecteer elkaar’
en daarbij denkt aan kwetsbaarheid, breekbaarheid, kostbaarheid. Kijk maar.

Je ziet het meteen al binnen het huwelijk zelf. Echtbreuk door overspel,
dat is zoiets als je huwelijk aan gruzelementen gooien.
Maar als God zegt: pleeg geen overspel, dan bedoelt hij ook: pas op,
wees voorzichtig, een huwelijk is breekbaar. En dat begint veel eerder
dan bij het helemaal kapot gooien van je relatie.
Dan gaat het zomaar ook over langs elkaar heen leven, over venijnige ruzies
die niet worden bijgelegd, over eindeloze verwijten, over wantrouwen,
ook op gebieden die helemaal niet met seks te maken hebben.
Allemaal van die dingen die scheuren en barsten in je huwelijk trekken
omdat je niet voorzichtig genoeg met elkaar geweest bent.

Kijk, als ik het zo zeg, zie je meteen dat dit ‘meer dan seksualiteit’
heel belangrijk is, eigenlijk veel belangrijker dan die seksualiteit zelf.
In een situatie waarin een huwelijk al gebarsten is door één of meer
van dit soort dingen is overspel een naar verhouding kleine stap.
In een huwelijk dat heel is, waarin man en vrouw een werkelijke levenseenheid vormen,
waarin de een het kostbaarste is dat de ander op aarde heeft,
is overspel eenvoudig onvoorstelbaar.

Het lijkt me één van de gemeenste valkuilen van de duivel dat hij ons wijs
laat maken dat seks en seksualiteit zo eindeloos belangrijk is,
dat het apart, op zichzelf behandeld moet worden.
Dat is de boodschap die in de wereld om ons heen permanent klinkt.
Vervelend genoeg is het ook een boodschap die in de kerk heel vaak klinkt.
Alleen dan negatief: seksuele zonden zijn van een heel andere orde dan andere zonden.
Maar dat is allemaal ernstige nonsens. Seks is niet zó belangrijk en je kunt er
nog veel minder ‘op zichzelf’ over praten of nadenken.
Ieder zinnig woord over seksualiteit begint bij heel iets anders,
namelijk bij het respecteren van elkaar.

En dat wil dus zeggen dat wij elkaar om-zichtig behandelen omdat mensen,
menselijke integriteit en menselijke relaties breekbaar,
kwetsbaar en eindeloos kostbaar zijn.
Eigenlijk starten we dan bij het besef dat God ons, heel persoonlijk,
eigenhandig heeft gemaakt, geboetseerd. Zoals Genesis 2 het tekent:
de grote God met zijn handen in de klei, zorgvuldig boetserend,
met liefde, ieder onderdeel van ons lichaam. Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.
Met een lichaam dus, een eigen lijf. En dat is geen wegwerpmateriaal, of iets om te gebruiken.
Dat is o zo mooi en eindeloos kostbaar.

In een wereld zonder zonde blijft het bij dat kostbare.
Daarom schaamden Adam en Eva zich niet voor elkaar.
Maar in een wereld waarin mensen egoïstisch zijn,
elkaar de schuld geven, elkaar gebruiken, geestelijk en ook lichamelijk,
is menselijke integriteit ook iets breekbaars en kwetsbaars.
Dat is één van de dingen die uitkomt in schaamte,
een besef dat die ander, die net zo is als jij, jou wel eens kan willen hebben,
kan willen gebruiken, een besef van kwetsbaarheid, van breekbaarheid,
een besef van dat je als de mens die je bent gebroken en ook geschonden kan worden.

Misschien zeggen we wel eens te makkelijk tegen elkaar dat we ons voor onszelf
toch niet hoeven schamen.
Er zit, lijkt me, ook een diepe naïeviteit in de schaamteloosheid van onze cultuur.
Mensen zijn kwetsbaar, mensen worden beschadigd.
Dat je jezelf niet bloot geeft is niet ongezond.

God wil in ieder geval dat we elkaar in dit alles respecteren,
dat we met elkaar omgaan als kostbare en kwetsbare mensen.
Wil je jezelf aan een ander geven, helemaal, als de mens die je bent, ziel-en-lichaam,
dan bindt God dat aan een huwelijk, in wat voor cultureel bepaalde vorm ook.
Waarom? Het lijkt me dat iedere discussie over ‘seks-voor-het-huwelijk’ flauw is
als we niet bij dit respect uitkomen.
Omdat we nergens meer kwetsbaar zijn dan als we onszelf helemaal geven,
wil God dat we dat in een veilige, een door beloften van trouw beveiligde relatie doen.
En zoals gebruikelijk heeft God groot gelijk.
Jezelf helemaal geven en dan in de steek gelaten worden,
dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Dat beschadigt je.
Wie vindt dat de ander zich ook vóór de beloften van de trouwdag maar geven moet,
laat zien dat hij of zij geen respect voor de ander heeft.

Denk ook eens over homofilie na vanuit dit respect.
Nee, dat betekent niet dat we alles maar goed moeten vinden.
Denk maar weer terug aan waar alles mee begint: God maakt ons als man, als vrouw.
Maar het betekent wel dat we in de eerste plaats op leren houden
om bij homofilie meteen aan seks te denken.
U wilt toch ook niet dat anderen bij u meteen aan seks denken?
Heterofiel? Zo? Praktiserend? En in de tweede plaats betekent het dat we elkaar helpen
in het besef dat God ons allemaal als man of als vrouw geschapen heeft.
Als het iemand dan overkomt dat hij als man van een andere man houdt,
of als vrouw van een andere vrouw, dan zal het de kunst zijn,
de christelijke kunst om ook werkelijk als man van die andere man te houden,
of als vrouw van die andere vrouw, en dat heeft nog niets met een karikatuur
van de liefde tussen man en vrouw te maken.
Ook als homofiele man of vrouw ben je kostbaar voor God, met huid en haar, inclusief alles.

Het is dit respect, dit besef van kostbaarheid en kwetsbaarheid van de ander,
dat ons allemaal verbindt. Als je getrouwd heb je recht op dit respect.
Zoals jij met jouw lichaam kostbaar bent, zo is je partner kostbaar.
Je mag ook als getrouwde mensen elkaar niet schenden of gebruiken.
En ook als je niet getrouwd bent heb je recht op dit respect.
Mensen mogen jou niet met de ogen uitkleden, en jij mag dat niet bij anderen.
Mensen zijn niet om te gebruiken voor jouw bevrediging.
Jouw lichaam is van jou. Niemand mag daar aankomen.
De Here God zelf heeft jou gemaakt, eigenhandig, zorgzaam.
En Hij heeft ook alle andere mensen gemaakt. Even eigenhandig. Even zorgzaam.
In het hele brede veld van de seksualiteit
(ook hoe je je kleedt en verzorgt, hoe je elkaar begroet en tegemoet treedt,
hoe je elkaar liefkoost, tot aan de totaalovergave toe) is het in de een of andere vorm
dit respect voor de ander en voor jezelf dat je uitdrukt.

Ziet u, hoe primair dat respect is. Het gaat ook aan het huwelijk vóóraf.
Het hoort bij ons mens-zijn, zo als we door God gemaakt zijn.
En het leert je daar positief naar te kijken. Zoals je bent,
getrouwd of ongetrouwd, met huid en haar, zo ben je kostbaar voor God
en daarom ook voor jezelf en voor elkaar.
Het leert je dat hele complex van seksualiteit eens goed te relativeren.
Het is niet meer en niet minder dan een manier waarop je die kostbaarheid
ook kostbaar behandelt, respecteert. En als het dat niet is, is het gevaarlijk,
is het in alle vormen een breken van elkaars integriteit.

Hoe ingrijpend dat is zie je het duidelijkst bij extreme vormen van seksueel geweld
en intimidatie. Dat laat enorme littekens achter bij een mens,
een gevoel juist niet van kostbaarheid, maar van waardeloosheid, van wegwerp-speelgoed zijn.
Maar laten we niet vergeten dat ook andere vormen van schaamteloosheid
en respectloosheid schade aanrichten, vaak heel ongemerkt.
Onze manier van kleden, van bijna ongekleed zijn, een manier van praten,
met seksueel getinte grappen en toespelingen, wat laat die over van het besef
dat jij kostbaar bent zoals je bent?
Dat jij uniek bent en je daarom alleen in een unieke relatie geeft met huid en haar?

Al met al begrijpt u, hoop ik, waarom ik het belangrijk vind dat we voor onszelf
leren om over dit gebod na te denken vanuit die achterliggende gedachte
die heel het gebod samenvat: ‘respecteer elkaar’.
Dat is dus helemaal gevuld vanuit het besef dat God ons eigenhandig heeft gemaakt,
moeite voor ons gedaan heeft en nog doet.
Daarom zijn we kostbaar.
En die kostbaarheid is in onze werkelijkheid kwetsbaar en breekbaar,
op allerlei manieren. God leert ons daarom voorzichtig te zijn, om-zichtig,
respect te hebben. Dat is goed voor mensen, dat geneest. God weet wel wat Hij ons gebiedt.
Zie Hem maar weer zitten, daar in dat paradijs. De grote God bezig in de klei,
eigenhandig. Hoe kostbaar is een mens die zo gemaakt is en wakker gekust met Heilige Geest.
Besef het en je ontdekt wat je te doen hebt: God verheerlijken met je lichaam.
Een mooie taak. Amen.

Overgenomen met toestemming

Bron website ds. W. van Schee

Overdenking 1 Samuel 3 (geschreven door HF-er)

© 2004 Nederlands Bijbelgenootschap

Overdenking geschreven door Jos ( een HF-er)

ik krijg al mijn leven lang tranen in mijn ogen als ik dat stuk hoor lezen.

Dat kleine mannetje dat door zijn moeder afgestaan is aan de tempel ligt daar te slapen.
Als hij dan wakker wordt loopt hij naar Eli en vraagt hem wat hij voor hem kan doen.
Al twee prachtige gegevens, het afgestane jongetje dat zo alleen ligt te slapen
in de tempel wordt midden in de nacht wakker en biedt dan zijn diensten aan.
Die dienstbaarheid ontroert me ook. En dan het moment dat de oude Eli
zich realiseert dat het God is die roept.
Het jongetje gaat naar bed en als hij opnieuw zijn naam hoort spreekt hij
de woorden die hij opgedragen heeft gekregen; spreek heer, uw knecht hoort.
Ik begin alweer te huilen. Het is net een geloofsbelijdenis.
Moeilijk uit te leggen, maar ik denk dat geroepen worden een antwoord is
op een verlangen dat diep in mij leeft. Verlangen is de drijfveer van mijn spiritualiteit.
Geroepen worden om te leven zoals het leven geleefd kan worden.
Mag worden. Er is een diepe ontroering in mij die bijna alleen door religiositeit gewekt wordt.

Deze ontroering vervult mijn verlangen.
Er is geen tekst in de bijbel die mij dieper raakt dan deze tekst.

1 Samuel 3 uit Nieuwe Bijbelvertaling 2004
1 De jonge Samuël diende dus de HEER, onder de hoede van Eli.
Er klonken in die tijd zelden woorden van de HEER en er braken geen visioenen door.
2 Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden,
hij kon bijna niet meer zien. 3 Samuël lag te slapen in het heiligdom
van de HEER, bij de ark van God. De godslamp was bijna uitgedoofd.
4 Toen riep de HEER Samuël. ‘Ja,’ antwoordde Samuël.
5 Hij liep snel naar Eli toe en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’
Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen. Ga maar slapen.’
Toen Samuël weer lag te slapen, 6 riep de HEER hem opnieuw.
Samuël stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’
Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen, mijn jongen.
Ga maar weer slapen.’ 7 Samuël had de HEER nog niet leren kennen,
want de HEER had zich niet eerder aan hem bekendgemaakt
door het woord tot hem te richten. 8 Opnieuw riep de HEER Samuël,
voor de derde keer. Samuël stond op, ging naar Eli en zei:
‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Toen begreep Eli dat het de HEER
was die de jongen riep. 9 Hij zei tegen Samuël: ‘Ga maar weer slapen.
Wanneer je wordt geroepen, moet je antwoorden: “Spreek, HEER, uw dienaar luistert.”’
Samuël legde zich weer te slapen, 10 en de HEER kwam bij hem staan
en riep net als de voorgaande keren: ‘Samuël! Samuël!’ En Samuël antwoordde:
‘Spreek, uw dienaar luistert.’ 11 Toen zei de HEER tot Samuël:
‘Let op! Ik ga in Israël iets doen waarvan ieder zo zal ophoren dat
beide oren tuiten! 12 Als die tijd aanbreekt zal ik alles, maar dan ook alles
ten uitvoer brengen wat ik Eli en zijn familie heb voorzegd.
13 Ik heb hem aangekondigd dat ik onherroepelijk het vonnis over zijn familie
zou voltrekken vanwege het wangedrag van zijn zonen: hij wist dat zij God minachtten,
(3:13) dat zij God minachtten – Volgens de oudste vertalingen.
MT: ‘dat zij zichzelf minachtten’, of: ‘dat zij een vloek over zichzelf zouden afroepen’.
maar hij heeft ze niet terechtgewezen.
14 Daarom heb ik Eli’s familie gezworen dat
hun schuld met geen enkel offer kan worden ingelost.’
15 Samuël bleef tot de ochtend liggen en opende toen de deuren van het heiligdom
van de HEER. Hij zag ertegen op om Eli te vertellen wat hij had gehoord.
16 Maar Eli riep hem bij zich: ‘Samuël, mijn jongen, kom eens hier!’
‘Hier ben ik,’ antwoordde Samuël, 17 en Eli vroeg: ‘Wat heeft hij tegen je gezegd?
Probeer niet het voor me te verbergen. God mag met je doen wat hij wil,
als je ook maar iets achterhoudt van wat hij tegen je heeft gezegd!’
18 Zonder iets achter te houden vertelde Samuël hem alles wat hij had gehoord,
en Eli zei: ‘Hij is de HEER. Laat hij doen wat hij het beste vindt.’
19 Samuël groeide op. De HEER stond hem bij en bracht alles in vervulling wat
hij had voorzegd. 20 Daardoor kwam iedereen in Israël, van Dan tot Berseba,
tot de erkenning dat Samuël door de HEER als profeet was aangewezen.
21 In de jaren daarna bleef de HEER in Silo verschijnen. Hij maakte zich daar
aan Samuël bekend door het woord tot hem te richten.

“Het is niet goed dat de mens alleen zij”

Er zijn mensen die willen dat God de richting aangeeft in hun leven, die de bijbel lezen en daaruit concluderen dat een homoseksuele relatie niet past in een leven voor God. Ook zijn er mensen die zich door God willen laten leiden, die de bijbel als richtingaanwijzer gebruiken en daaruit concluderen dat een homoseksuele relatie in Gods ogen mag bestaan.

In dit artikel wil ik laten zien hoe mensen door het lezen van dezelfde teksten tot verschillende conclusies komen.Onder het kopje ‘Zelf op zoek naar Gods wil’ komt, naast een meer algemene beschouwing, mijn persoonlijke opvatting over een aantal zaken met betrekking tot het gebruik en misbruik van de bijbel sterk naar voren.

Het lijkt mij niet heel zinvol om uitgebreid aandacht te besteden aan de manier waarop mensen teksten gebruiken om te zeggen dat God een afkeer heeft van homoseksualiteit, omdat de meeste lezers mijn inziens vaker (op christelijke scholen, catechisatie, bijbelstudievereniging etc.) met dergelijk opvattingen in aanraking zijn gekomen dan met theorieën die andere uitkomsten bieden. Wel wil ik de meest gebruikte teksten noemen die christenen hanteren om een homoseksuele relatie af te keuren en daarbij wil ik summier aangeven waarop die afkeuring gebaseerd is. Wie er als christen namelijk anders over denkt, kan toch niet zonder meer aan deze teksten voorbij gaan.

De 7 teksten die prof. J. Douma bespreekt in zijn boek ‘Homofilie’
(5e, sterk herziene druk, Kampen, 1984) zijn Genesis 19, Richteren 19,
Leviticus 18:22 en 20:13, Romeinen 1:26-27, 1 Corinthe 6:10 en 1 Timotheus 1:8-10.

Sodom
De wens van de mannelijke bevolking van Sodom om seks te hebben
met de gasten van Lot (in Genesis 19) wordt als zonde aangemerkt en
vaak direct gebruikt als argument tegen homoseksuele relaties in het algemeen.

Mensen die deze tekst anders uitleggen, hebben daar vaak de volgende redenen voor.
Het gaat hier niet om enige liefdesrelatie, maar om een geplande groepsverkrachting,
wat zowel homo- als heteroseksueel af te keuren is.
Naast het onvrijwillige element gaat het hier om de schending van het gastrecht,
dat in die cultuur zeer zwaar woog: dat Lot zijn dochters aanbiedt in plaats van de twee mannen,
betekent dan ook niet dat heteroseksuele ontucht minder erg is dan homoseksuele ontucht,
maar dat men toen liever een van zijn gezinsleden liet lijden dan zijn gasten.
Ook niet onbelangrijk is het feit dat het moeilijk is om aan te nemen dat
de hele bevolking van Sodom homoseksueel was.

Het gaat hier dus niet om de zonde van mensen die een liefdesrelatie willen opbouwen
met iemand van hun eigen geslacht, maar om de zonde van losbandigheid,
het wel eens iets anders willen dan je eigen vrouw, mensen treiteren en choqueren.

Gibea
Richteren 19 heeft veel elementen gemeen met Genesis 19, maar is veel minder bekend.
Deze tekst kan op bijna dezelfde manier naar twee kanten
(tegen homoseksualiteit of tegen verkrachting en schending van het gastrecht)
uitgelegd worden, maar een extra lastig element hierbij is dat de bijvrouw van de Leviet
(de gast) wel aan de boosdoeners wordt overgegeven
(niet door de gastheer, maar door haar man).
Zou hij als man in die cultuur meer waard zijn geweest,
of als Leviet, of zou men heteroseksuele verkrachting in die culuur echt
minder erg hebben gevonden?

De wetten
‘En gij zult geen gemeenschap hebben met een, die van het mannelijk geslacht is,
zoals men gemeenschap heeft met een vrouw, een gruwel is het.’ (Leviticus 18:22).

‘Een man die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijk geslacht,
zoals men gemeenschap heeft met een vrouw, – beide hebben een gruwel gedaan,
zij zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen.’ (Leviticus 20:13).
De teksten in Leviticus lijken in eerste instantie volkomen antihomoseksueel te zijn.
God noemt het een gruwel dat een man gemeenschap heeft met een man,
zoals men gemeenschap heeft met een vrouw.
Daar staat tegenover dat mannen met elkaar echter niet exact dezelfde vorm van gemeenschap
kunnen hebben als met een vrouw.
Om die reden wordt de tekst door sommigen als onbruikbaar beschouwd,
door anderen als een verbod op anaal geslachtsverkeer
terwijl het dus verder niets over andere liefdesuitingen/technieken zegt,
en weer anderen gebruiken de tekst om alle seksuele handelingen tussen mannen af te keuren.
De teksten worden ook wel als cultuurgebonden aangemerkt en ze staan in een rij van
geboden en verboden, waarvan een aantal nu ook niet meer door christenen gehouden wordt.

Natuurlijk of tegennatuurlijk
‘daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten, want hun vrouwen hebben de
natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke.
Eveneens hebben de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven,
en zijn in wellust voor elkander ontbrand, als mannen met mannen schandelijkheid
bedrijvende en daardoor het welverdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende.’
(Romeinen 1:26-27).

De discussie over Romeinen 1:26-27 richten zich hoofdzakelijk op de vraag wat met
‘natuurlijk’ en ‘tegennatuurlijk’ bedoeld wordt en of Paulus wist dat er
behalve homoseksuele daden ook mensen waren die zich echt homoseksueel voelden,
zoals wij nu meer weet hebben van wat homoseksueel-zijn inhoudt.
Als je er als man van overtuigd bent dat je natuur op seksueel gebied homoseksueel is,
dan zou het voor jou tegennatuurlijk zijn om een vrouw lichamelijk lief te hebben.

Door het feit dat er sprake is van een verruilen van de natuurlijke omgang
voor de tegennatuurlijke, voelen de meeste homoseksuelen zich ook niet erg aangesproken; ze hebben namelijk nooit iets te kiezen (of te ruilen) gehad.
In mijn ogen toont het slot van vers 27 ook niet aan dat homoseksualiteit strafbaar is,
maar juist dat de daar bedoelde verwording/ontaarding zelf al een straf is.
Deze tekst kan beschouwd worden als een beschrijving van de homoseksualiteit
die in de Romeinse cultuur een onderdeel was van de sociale,
militaire en politieke opvoeding van jonge jongens door een leermeester,
vaak een staatsman of militair.
Als je deze tekst beschouwt als een beschrijving van een element
in de cultuur van het grote Romeinse rijk, hoeft het dus niets over mensen
met een homoseksuele aard te zeggen.

Knapenschender en schandjongens
‘Dwaalt niet! Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandjongens,
knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters,
zullen het Koninkrijk Gods niet beërven.’ (1 Corinthe 6:10)

Veel (christen)homo’s voelen zich helemaal niet verwant met de knapenschenders
en schandjongens uit 1 Corinthe 6:10 en 1 Timotheus 1:8-10.
De woorden doen aan prostitutie en aan ongelijkwaardigheid denken
en zeker niet aan het samen opbouwen van een levenslange relatie,
waarnaar veel (christen)homo’s op zoek zijn.

Mijn wil of Gods wil
Veel homo’s willen graag, hoe moeilijk het ook kan zijn,
Gods wil boven hun eigen wil stellen. Maar soms wordt het zoeken naar Gods wil
bemoeilijkt, doordat je eigen meningen of wensen dreigen te overheersen.

Als je bidt om wijsheid en je openstelt voor de Heilige Geest,
dan mag je toch aannemen dat jouw verlangens en Gods wil dichter bij elkaar komen?
Ik bedoel: dan mag je toch meer op je gevoel, op je geweten gaan vertrouwen
omdat de Heilige Geest zich daarin genesteld heeft.

Ik lees Gods woord, ik bid om wijsheid en om de Heilige Geest in mijn hart
en ik geloof dat ik van God mag zoeken naar een man.
Dat laatste denk ik al jaren, maar er duikt steeds weer twijfel op:
twijfel of ik mezelf echt openstel voor God.
Die twijfel is gebaseerd op het feit dat het beter in mijn straatje past
om voor een homoseksuele relatie te zijn dan tegen.

Aan de andere kant accepteer ik ook niet klakkeloos de opvatting van (heteroseksuele) christenen die tegen homoseksualiteit zijn, omdat die evenzeer meer op eigen aversie of andere persoonlijke gevoelens gebaseerd kan zijn dan op inzicht in Gods wil.

Liefde kan toch niet schadelijk zijn
Veel mensen kunnen niet geloven dat God een liefdesrelatie tussen twee mannen in principe afkeurt,
onder andere omdat ze er geen schade in kunnen zien,
terwijl dat bij de meeste andere geboden van God veel duidelijker ligt.
Bij ontrouw en echtbreuk doe je namelijk iemand pijn, bij moord breng je iemand schade toe,
bij fraude en diefstal doe je iemand tekort.
Ook al kun je begrip hebben voor iemand die haar
liefdeloze man ontrouw is, voor iemand die een slecht mens
ombrengt of voor een arme die van een rijke steelt, Gods geboden blijven daarbij overeind staan.
Maar hoe kun je klakkeloos aannemen dat God liefde, het mooiste wat hij de mens gegeven heeft, zou verbieden?

De scheppingsorde
Naast de genoemde bijbelteksten, wordt Gods bedoeling met de schepping aangehaald om
te beweren dat homoseksualiteit niet in Gods bedoeling past.
God schiep namelijk een man en een vrouw, de vrouw werd na de man geschapen
om zijn alleen zijn aan te vullen en op te lossen.

Veel christenen gebruiken die combinatie, die God toen maakte, als norm: man en vrouw horen bij elkaar.

Ik neem direct aan dat de combinatie man-vrouw een perfecte combinatie is;
God heeft alles namelijk perfect geschapen.
Maar ik geloof niet dat er nu nog een perfecte man-vrouw relatie is.
Alle mannen en alle vrouwen zijn toch na de zondeval gestraft met onvolkomenheden.
Niemand kan zijn/haar naaste meer volmaakt liefhebben.
Daarom zie ik Gods oorspronkelijke orde niet als reden om alleen te moeten blijven
of om een vrouw te ‘nemen’.

Ook vind ik het oneerlijk als teksten over homoseksuele uitspattingen en
over cultuurgebonden of cultische homoseksualiteit
(tempelprostitutie met vruchtbaarheidsrituelen in de tijd van Leviticus),
gebruikt worden om een liefdesrelatie tussen twee mannen of twee vrouwen af te keuren.
Is het ooit in iemand opgekomen om al het heteroseksuele overspel en alle heteroseksuele uitspattingen
in de bijbel te gebruiken als argument tegen het huwelijk?

Ten slotte
Het laatste woord is nog niet gezegd over homoseksualiteit en wat God daarvan vond, maar laten we onthouden dat, wanneer twee mensen Gods woord serieus onderzoeken en tot twee verschillende conclusies komen, niet een van beiden per definitie ‘de verkeerde kant’ vertegenwoordigt. God heeft immers zowel ruimte voor mensen die om Hem offervlees laten staan als voor mensen die offervlees eten in de wetenschap dat het hen niet van de enige God af kan leiden (1 Corinthiers 8).
Dit artikel verscheen eerder in ‘Bij de Tijd’, 01-02-’97. auteur: onbekend

Ontmoeting

‘Wat leuk om jullie weer eens te zien’ zei ik tegen de meiden die op me op het middenpad van de kerk met een brede glimlach tegemoet kwamen. ‘Wat leuk, ik herkende jullie meteen. Komen jullie bij me in de buurt zitten?’ Ik zong die dag in het koortje en ik was een van de voorgangers in de dienst. Na de dienst toen ik dolgraag met ze wilde kletsen kwam er een vrouw naar me toe met een heel verhaal, maar gelukkig zag ik ze uit mijn ooghoek rustig op een bankje zitten. Ik ken ze van een uitstapje een jaar of vier geleden. Toen waren ze net samen gaan wonen. Nu hadden ze een huis gekocht. ‘En verder ‘zei ik, ‘ getrouwd of gepartnerregistreerd? Nog niet en jij’ was hun wedervraag. Gepartnerregistreerd, een aantal jaren geleden al, toen dat nieuw was. Dat is mooi genoeg voor ons. Toen later het huwelijk opengesteld werd voor dames met dames voelde dat aan als een brug te ver. Bij onze partnerregistratie voelden wij ons al een beetje ongemakkelijk. De media sprong er bovenop, niet op de onze, maar in het algemeen, collega’s maakten grappen, van het stadhuis belden ze of ze ons telefoonnummer door mochten geven aan de pers. Mooi niet.

Die partnerregistratie was leuk, maar de weg er naar toe.

We kochten een huis in 1997. Op dat moment waren we al 15 jaar samen. We woonden voor die tijd niet samen, maar wel naast elkaar. Ik had kinderen en zij niet. Zo hield zij ruimte voor zichzelf en ik ruimte voor de kinderen. En we deelden ons leven toch wel. We aten samen en sliepen samen, maar tussen het eten en het slapen waren we ieder in ons eigen huis.

Nadat het laatste kind de deur uit was kochten we samen een huis. En een paar maanden later kwam de partnerregistratie in beeld. We zouden er niets aan doen. Dit was een zakelijke stap. Zorg voor elkaar nemen, dingen goed regelen en wettelijk familie van elkaar worden. Dat sprak ons wel aan. De kinderen mochten dan wel mee, om te getuigen, maar verder geen flauwe kul. Met de kerst ging het mis. Familie bij elkaar en gezellig praten over de dag waar wij niets aan zouden doen. Nieuwe kleren kopen, wij niet, feestje geven, nee joh, we gaan om 9.00 uur naar het stadhuis en dat is het.

‘Maar wij komen’ zeiden haar broers, ‘hoe laat is het’ zei mijn zus, mogen wij mee komen zeiden de vriendjes van de dochters. Wat moesten we met al die goedbedoelde hartelijkheid? Wij voelden ons ongemakkelijk bij het idee van naar het stadhuis gaan en een soort huwelijk afsluiten. We deden er alles aan om te voorkomen dat het een namaak hetero vertoning zou worden. We wilden geen ja woord geven. Daar begonnen we niet aan. Het was toch gewoon een contract? Familie en vrienden wuifden onze bezwaren weg en kondigden hartelijk hun komst aan.

Dan maar een open huis die dag. De mensen die zich voor de bijeenkomst op het stadhuis niet aan ons opdrongen nodigden we in de loop van de dag uit. We kochten op de valreep nieuwe kleren en toen………… wilde ik ook wel een corsage en kreeg het vreselijk op mijn heupen over mijn lippenstift. Ik bekeek er een heleboel, kon geen keuze maken en dreef mijn lief tot wanhoop tot ze er een eind aan maakte door te vragen of ik wel wist waar ik mee bezig was. Wat gebeurde er met me die laatste week? Ineens kwam ik in het gevoel dat ik ging trouwen, de bruid was, mooi wilde zijn. Ik voelde me plotseling onderdeel van een traditie die blijkbaar dieper zat dan ik dacht en die er alleen op dat gebied uit kwam. Of mijn haar goed zat, daar ging het om op dat moment.

We spraken de bijeenkomst door met de ambtenaar van de burgerlijke stand. We zochten een leuke tekst uit die zij voor mocht lezen over de zoektocht naar de wederhelft. Zelf zouden we een gedicht voor lezen waarin we iets van onze liefde voor elkaar uitdrukten.

De dominee vroeg of hij nog een rol kon spelen, maar dat wilden we niet. We voelden ons al 15 jaar gezegend met elkaar en we konden echt niet zoveel aan op dat gebied.

Het open huis was gezellig. We werden in de bloemetjes gezet, er waren cadeautjes en de post bracht ansichtkaarten. We waren verrast en voelden ons gelukkig.

Mensen vragen wel eens hoe we erop terug kijken. Het antwoord is’ tevreden’. Wij deden wat we konden, wat op dat moment bij ons paste. Eerlijk gezegd zijn we nog niet veel veranderd sinds die tijd. Misschien had onze kleding iets feestelijker kunnen zijn, met wat meer kleur erin. Maar we hadden ons huis net gekocht en we waren zuinig en veel tijd en geld hadden we er niet voor over. We hebben nooit overwogen de partnerregistratie om te zetten in een huwelijk. Er is niets wezenlijks veranderd in onze relatie, in ons leven. Niet door het samenwonen, niet door de gang naar het stadhuis.

Wat wel veranderd is? Dat die meiden en ik elkaar nu in de kerk tegen komen is niet toevallig.

Dat betekent dat mijn vriendin niet mijn enige grote liefde is.

Jos Hordijk

Roze zaterdag

Vanmorgen vertelde ik iemand dat ik in Breda was geweest om roze zaterdag te vieren. Hij vroeg me wat ik daar gedaan had en voor ik het wist was ik in een geanimeerd gesprek verwikkeld.

Ik beschreef enthousiast hoe vol de stad was en wat een prachtig bont publiek er liep. Mijn gesprekspartner vroeg indringend door waarom ik het zo fijn vond om ander homo’s te zien. Hij vroeg zich af of ik dan de andere dagen van het jaar iets mis en of ik daar aan lijd. Zo werd het een heel leuk gesprek over roze zaterdag terwijl het eigenlijk een beetje saaie dag was.

Voor we goed en wel in Breda zijn hebben we al bonje over een parkeerplaats. Mijn vriendin roept dat ze veel te gestresst is en dat we nooit meer met de auto naar zo’ n rot stad gaan. Ik probeer haar te sussen door te zeggen dat we de kerkdienst kunnen overslaan als we geen parkeerplaats vinden. Daar wordt ze alleen maar kwaaier van. Ze heeft zich erop verheugd en anders hadden we wel thuis kunnen blijven. Alle aardige plaatsen in de kerk zijn al bezet als we om kloksslag 12.00 uur komen binnen stormen.

Ik vind nog een redelijke plaats achter een pilaar, maar mijn vriendin schuift naar voren tot voorbij het podium, zodat we tegen de achterkant van de voorgangers aan kijken en bovendien nauwelijks een woord verstaan. Nou ja, met een beetje humor slaan we ons er wel doorheen. Wat we verstaan blijkt een hoog emancipatorisch en bemoedigend gehalte te hebben en dat is aan ons niet zo besteed. Wij vinden het wel leuk om lesbisch te zijn.

Gelukkig hebben we op onze plaats ver vooraan in de kerk een fraai uitzicht op de fotograaf. Hij is de gebarricadeerde preekstoel aan het beklimmen, krijgt een telefoontje, en beantwoordt dit alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Nou ja, hij is niet op de viering gericht en wij inmiddels ook niet meer.

Na de onovertroffen multiculturele viering van vorig jaar was het dit jaar weer een gewone oecumenische viering en kon het niet anders dan dat we weer met onze beide benen op de grond terug moesten. Gelukkig blijken de andere kerkgangers nog steeds de moeite van het bekijken waard en dat gaat nu juist heel goed vanuit onze merkwaardige positie.

Veel mensen, een volle kerk, dat is al genieten in een kerkdienst anno 2002. Veel jonge mensen ook, leuke mensen met piericings en tatoeages. Leuke vrolijke kleren en open gezichten, mensen die lekker zitten te zingen alsof ze wekelijks in de kerk zitten. Misschien is dat ook wel zo.

We zien ook bekende gezichten, dames van de wandeling op het damespad, vrouwen van de Holy females, potten van verkeerd verbonden. En zo hebben we toch nog een genoeglijk uurtje met het bekijken van onze broeders en zusters.

‘s Middags staan we een uurtje in een kraampje van verkeerd verbonden en delen en foldertjes spekkies aan voorbijgangers uit. De parade missen we helaas door dat uurtje en dat vind ik jammer.

Daarna het park in op zoek naar de spiegeltent waar een pottenkoor optreedt. Een beetje slenteren door het park, wat drinken en wat eten en voor we het in de gaten hebben wordt het een stuk kouder en daar zijn we niet op gekleed. Na het verorberen van een pizza gaan we op zoek naar de auto en bijna, bijna gaat het weer mis, want waar hebben we het kreng gelaten. We zijn moe, we hebben het koud en willen die vreemde stad uit.

Met een enorme omweg lukt het en met een zucht van verlichting verlaten we Breda. Dat was het weer voor een jaar. Als ik de volgende dag dit verhaal aan mijn kennis vertel pikt hij eruit dat ik zeg zo te genieten van de flanerende homo’s tussen het gewone winkelende publiek.

Hij verwondert zich hier over, dacht dat Nederland inmiddels zo vrij was dat iedereen er allang zo bij liep als zij/hij verkiest. Daar sta ik nou weer verbaasd over en ik vraag hem hoe vaak hij mannen hand in hand door de stad ziet lopen. Hij vraagt of ik aan deze onzichtbaarheid lijd. Ik dacht het niet, maar mijn vreugde over onze zichtbaarheid op roze zaterdag geeft inderdaad te denken.