‘Met de vrouw die je bemint…’: paneldiscussie lesbisch Bijbellezen

“ Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet op elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven.” (Prediker 9: 9)

 Al eeuwenlang vormt de Bijbel een belangrijke inspiratiebron voor mensen die op zoek zijn naar God, het goede leven en elkaar. Alleen… de Bijbel is ‘oud’, en vanuit een mannelijk, heteroseksueel perspectief geschreven. Het valt niet altijd mee om je als vrouw aangesproken te voelen, helemaal wanneer je ook lesbisch bent. Toch zijn er ook vele christelijke lesbische vrouwen die in de Bijbel een belangrijk richtsnoer hebben gevonden in hun zoektocht naar antwoorden op grote en kleine levensvragen. Hoe maak je als lesbische vrouw deze vertaalslag van eeuwenoude teksten naar de praktijk van alledag?

Over deze vraag gaan vooraanstaande gelovige vrouwen met elkaar en de deelnemers in gesprek tijdens een forumdiscussie. Deelnemers aan het panel zijn in ieder geval Hantie Kotzé (predikant en geestelijk verzorger bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam), Charlotte Venema (voorzitter Protestantse kerk Amsterdam) en Jolande van Baardewijk (theologe, documentairemaker en creatief denker). Het gesprek is bedoeld om van elkaar te leren hoe we ons deze oude, heilige teksten eigen kunnen maken.

De forumdiscussie vindt plaats op zondag 5 augustus van 13:45 – 14:45 uur in de Keizersgrachtkerk te Amsterdam en sluit aan bij de Gay Pride Kerkdienst die om 12 uur ´s middags wordt gehouden op dezelfde locatie. De forumdiscussie wordt georganiseerd in samenwerking met de Protestante Kerk Amsterdam.

 

 

Refo Coming Out 2

Je bent onze dochter en we houden van je ….

Het duurde relatief lang voordat ik het toe durfde geven. Het was wel al eens vaker door mijn hoofd geschoten, maar dat soort gedachtes duwde ik vol afgrijzen snel weer weg: ‘ik…. lesbisch? Nooit!!’ Toen ik 24 was kon ik er niet meer omheen: ja, ik val op vrouwen. Het woord ‘lesbisch’ kreeg ik nog niet door m’n strot.

Enerzijds gaf het een enorme opluchting. Heel veel dingen waar ik niets van had begrepen, werden nu duidelijk. Nu begreep ik bijvoorbeeld waarom ik zo ontzettend onder de indruk was van die basisschooljuffrouw; nu begreep ik waarom ik zo graag dat ene meisje uit de kerk steeds wou zien en ontmoeten al durfde ik niet tegen haar te praten; nu begreep ik wat ik voor die reisgenote voelde tijdens die wandelvakantie in Oostenrijk; nu begreep ik waarom ik midden in de nacht uren zat te bellen met een vriendin; ga zo maar door….

Anderzijds kwam er een berg van onmogelijkheden en bezwaren op me af. Want als vrouw op andere vrouwen vallen, kan niet. Met mijn reformatorische opvoeding was dat onmogelijk en ook nog eens een grote schande. Een gruwel in Gods ogen en een schande voor mezelf en mijn familie. Mijn plan was dan ook om het eerst weer weg te stoppen. Gewoon met niemand erover praten en mijn leven lang er niet voor uit komen. Dat hield ik niet lang vol; ik stikte er bijna in. Helemaal toen ik de bekende Bijbelteksten erop na had geslagen, gelezen met mijn reformatorische bril. Dat kán toch niet waar zijn, dat God zó over mij denkt? De volgende actie die ik ondernam was boeken lezen: wat zeggen anderen erover? Daar werd ik niet veel wijzer van. De enige conclusie die ik trok, was dat er ontzettend veel meningen en verklaringen zijn. Afhankelijk van het boek dat ik las, paste ik mijn eigen mening weer aan.

In die tijd was ik juist bezig om op mezelf te gaan wonen. Ik zou samen met een vriendin die uit het buitenland kwam in één huis gaan wonen. Omdat ik daarvoor naar een andere woonplaats zou verhuizen, ging ik op bezoek bij mijn dominee. Gedurende het gesprek zei hij ‘realiseer je je wel dat er eventueel praatjes van kunnen komen als je in een dorp samen in één huis gaat wonen met een vrouw?’ Ik ervoer die opmerking als een duwtje in de rug om over mijn ‘ontdekking’ te praten. Hij bevestigde mijn beeld dat het volgens de Bijbel niet kon en gaf me het adres van een christelijke hulpverleningsinstantie. Naar aanleiding van een andere kwestie belde hij me een aantal maanden later op. Aan het einde van het gesprek vroeg hij ‘ben je eigenlijk nog naar een hulpverlener gegaan?’ Ik zei dat ik dat nog niet had gedaan, want tja, dat vond ik ook weer zo’n stap. Hij sloot het gesprek toen af met de opmerking: ‘ga maar op korte termijn naar een hulpverlener, zodat je snel weer een vrolijke en gezonde meid wordt’. Die opmerking sloeg in als een bom en tot op heden heb ik nog steeds moeite om die man te respecteren. Temeer omdat ik hem later confronteerde met deze opmerking en hij laconiek reageerde ‘ik kan me niet herinneren dat ik zo’n opmerking heb gemaakt en ik kan het me ook niet indenken dat ik dat heb gezegd, omdat ik altijd heel goed weet om te gaan met dit soort kwesties’. Tja, dan ben je uitgepraat….

In die tijd kwam ik in contact met een lesbische collega. Ik werd al snel verliefd op haar. En deze keer dus bewust. Voor mezelf was dit een extra bevestiging van het feit dat ik lesbisch was. Daarnaast zorgde dit wel voor heel veel extra verwarring. Nadat we elkaar een paar keer hadden ontmoet, kregen we een relatie. Vanaf dat moment werd het steeds lastiger om mijn lesbisch-zijn te verbergen voor mijn omgeving. Twee niet-christelijke vriendinnen had ik het al verteld. Zij reageerden heel positief en steunden me zoveel als mogelijk. Mijn broer woonde tegenover mij en had al snel in de gaten dat er meer was tussen mij en ‘die ene meid die zo vaak langskwam’. Toen ik het hem vertelde, was één van zijn reacties ‘zorg dat pa en ma het niet te weten komen’. Een raar dubbelleven was dat. Mijn ouders kwamen het echter al snel te weten. Ze vonden het heel moeilijk om er mee om te gaan. Heel begrijpelijk, dat vond ik zelf namelijk ook. Eén opmerking van hen zal ik nooit vergeten: ‘we zijn het niet eens met wat je allemaal doet, maar je blijft onze dochter en we zullen altijd van je blijven houden’. Dat was geen loze uitspraak. Ondanks dat het vaak moeilijk is geweest en soms nog wel eens is of zal worden hebben ze die basishouding van ‘we houden van je’. Na verloop van tijd erkenden ze dat homoseksualiteit bestaat en geen ziekte is. Ze begrepen daarmee ook meer van mijn gedrag in het verleden. Ze hebben echter wel vastgehouden aan het feit dat zij het vanuit Bijbels oogpunt onmogelijk vonden dat ik een relatie had. Ik heb ruim twee jaar een relatie met mijn vriendin gehad. Ze hebben haar nooit willen zien of spreken. Als ik haar naam noemde, viel de kamer stil.

Ondertussen was ik er zelf nog steeds niet over uit of een relatie nu wel of niet kon. Dit had grote invloed op de verhouding tussen mij en mijn vriendin. Te meer omdat zij niet gelovig was en daardoor niet alles van mijn strijd begreep. Mijn familie kwam regelmatig met uitspraken, artikelen of boeken waarin het onderscheid tussen homofilie en homoseksualiteit werd gemaakt. Het verschil was het praktiseren, zoals dat dan werd genoemd. Zelf was ik een keer voor een intakegesprek geweest bij de EHAH in Amsterdam, een organisatie die tegenwoordig Different heet. Tijdens dat intakegesprek kreeg ik echter te horen dat ik eerst mijn relatie moest verbreken, anders konden ze mij niet genezen. Na dat gesprek was ik dus spontaan genezen van de EHAH. Toen ik op internet ging zoeken, kwam ik op de CHJC-site terecht. En via die site ook op de site van de Holy Females Ik las alle artikelen die op de sites stonden. Het verwarde me want de mogelijkheid van christen-zijn en homoseksualiteit was nieuw voor mij, toch gaf het mij ook een gevoel van begrepen worden. Ik, mijn vriendin en onze relatie werden dus van alle kanten beïnvloed door meningen van anderen. Omdat ik zoveel van mijn vriendin hield, kon ik het niet voorstellen dat een relatie in Gods ogen niet goed was. Na een paar maanden kwam ik tot de conclusie dat het erop aankomt wat je zelf kunt verantwoorden tegenover God. Ik heb toen bewust gekozen voor de relatie met mijn vriendin; in de maanden ervoor had ik het namelijk al twee keer gepresteerd om het uit te maken.

Ik zat op dat moment in de Gereformeerde Gemeente. Gezien het feit dat ik hun standpunt kende, bracht ik mijn relatie daar niet ter sprake. Mijn kerkbezoek nam heel snel af en al gauw bezocht ik geen kerk meer. Bidden en Bijbellezen vond ik ook niet meer zo nodig. Het zei me allemaal weinig meer en doordat ik mijn reformatorische bril nog op had, voelde ik me meer afgewezen dan begrepen door de Bijbel. Ik genoot van mijn relatie en vermeed God, de Bijbel, mijn familie en kerkelijke kennissenkring. In die tijd leerde ik een christelijke heteroseksuele vrouw kennen die al snel een heel goede vriendin werd. Zij stond open tegenover mijn relatie, ondanks het feit dat ze neigt naar de mening dat een homoseksuele relatie vanuit Bijbels oogpunt niet mogelijk is. In de gesprekken met haar werd regelmatig over het geloof gesproken en werd ik steeds met mijn eigen houding geconfronteerd. Uiteindelijk leidde dat ertoe dat ik een gesprek kreeg met een dominee van de PKN. Die dominee begreep mijn tweestrijd en gaf zijn eigen overwegingen rondom het onderwerp weer. Hij erkende dat de Bijbel hierover verschillen uitgelegd wordt en benadrukte dat ik zelf mijn daden tegenover God moest kunnen verantwoorden. Hierdoor kwam ik weer vaker in de kerk. Daar ervoer ik dat als ik God vermeed, dat dit nog niet betekende dat God mij vermijdt. Voor mijn gevoel kwam Hij steeds weer naar mij toe.

Mede door het feit dat ik weer meer actief bezig was met het geloof, liep de relatie met mijn vriendin niet goed meer. Na ruim twee jaar hebben we de relatie beëindigd. In de maanden daarna kreeg ik weer in volle hevigheid de vraag op me af of een homoseksuele relatie in Gods ogen mogelijk was. Uiteindelijk kwam ik al stampvoetend tot de uitspraak dat als een relatie in Gods ogen niet mogelijk was, dan het geloof in God voor mij geen waarde meer had. Vervolgens trok ik de conclusie dat een relatie dus wel mogelijk is. De periode die daarop volgde heb ik voor mezelf het onderwerp laten rusten. In die tijd ben ik wel intensief met God en de Bijbel bezig geweest, vooral ook betreffende mijn persoonlijke relatie met God en de manier waarop de Bijbel gelezen kan worden, zonder reformatorische bril. Het onderwerp kwam niet meer naar boven totdat ik weer verliefd werd op een vrouw en op een avond een gesprek kreeg met heel goede vrienden die vonden dat een relatie vanuit Bijbels oogpunt niet mogelijk was. De vraag kwam weer in volle hevigheid op me af. Diezelfde avond heb ik de bekende Bijbelteksten weer eens doorgelezen. Doordat ik meer objectief de Bijbel had leren lezen, kwam hier voor mij geen veroordeling meer uit naar voren. Daarnaast hoorde ik in een kerkdienst kort na die avond dat God niet meer van ons vraagt dan trouw te zijn en de weg te gaan de Hij wijst, de weg van het liefhebben. Een weg die wij al zoekend, stap voor stap, leren. Dat was voor mij een extra bevestiging dat ik mezelf kon zijn. En dat ik dus ook op mijn manier van een vrouw mag houden en een relatie met haar kan hebben.

Nadat ik eenmaal die bevestiging heb gekregen, twijfel ik niet meer. Soms vragen mensen nog wel eens om te beargumenteren waarom ik vind dat een relatie wel kan. Tja, ik kan dan een hele verhandeling geven over hoe verschillend de teksten in Leviticus en Romeinen uitgelegd kunnen worden. Daar begin ik niet meer aan; ik hoef mezelf niet te verdedigen. Ik kan voor mezelf verantwoording afleggen tegenover God en ik voel dat het zo goed is. Dat is niet iets wat je uit kunt leggen, dat is iets wat een ieder zelf uit zal moeten vechten. Ik hoop dat iedereen die dit leest en nog twijfelt over het wel of niet aangaan van een relatie, dat gevecht aandurft. Ik kan je verzekeren: het is de moeite waard!

 

Willeke ( 2008)

 

Christelijke homo-organisaties: “Duidelijkheid minister Schippers over vergoeding ‘homotherapie’ is goed, maar reikt niet ver genoeg.”

Vijf christelijke homo-organisaties: LKP, CHJC, ContrariO, HolyFemales.nl en Netwerk Mirre, zijn tevreden over de duidelijkheid van minister Schippers (VWS). Zij stelt dat psychiatrische behandelingen bij de christelijke hulpverleningsorganisatie Different uitsluitend in aanmerking komen voor vergoeding wanneer deze op deugdelijke basis worden aanbevolen. Deze beslissing kan echter niet het einde inluiden van het gesprek met deze organisatie.

Alleen vergoeding voor psychiatrische behandelingen
In haar brief aan de Tweede Kamer op dinsdag 5 juni jl. schrijft de minister: ‘Different kan alleen psychiatrisch behandelen, indien een diagnose is gesteld voor een psychiatrische stoornis.’ De christelijke homo-organisaties zijn tevreden over de duidelijkheid van deze uitspraak, die een einde maakt aan de eerder bij Different vastgestelde gebrekkige diagnostiek van cliënten. René Venema, voorzitter van ContrariO: “Er zijn duidelijke richtlijnen voorhanden voor wat een psychiatrische stoornis is en daar zal Different zich ook aan moeten houden. Een gelovige homoseksueel die moeite heeft met zijn/haar homoseksualiteit kan dus niet zomaar gediagnosticeerd worden als een cliënt die psychiatrische behandeling nodig heeft.”

Ongelukkige suggestie van de minister
De christelijke homo-organisaties zijn echter ongelukkig met de suggestie van de minister aan Different om psychisch lijden dat het gevolg is van de orthodoxe christelijke geloofsovertuiging in een pastoraal traject vorm te geven. Jeroen Windhorst, voorzitter van CHJC: “Een dergelijk traject wordt niet ‘beschermd’ door goede diagnostisering- en behandelingsrichtlijnen. Gezien de uitgangspunten van Different zal de inzet van deze organisatie zijn de cliënt af te laten zien van een homoseksuele relatie, en zelfs aan te dringen op een zogenaamde ‘gezonde heteroseksuele praktijk. De getuigenissen op de website van Different suggereren dit op zijn minst. Daar kan niemand dan nog wat van zeggen, maar daar was het ons nu juist wel om te doen.” Wielie Elhorst, voorzitter van het LKP: “Juist deze praktijk heeft veel cliënten van organisaties als Different psychische en sociale schade berokkend. Zij komen vaak na een jarenlange worsteling toch bij organisaties als die van ons uit. Wij bieden mensen de ruimte zichzelf zowel te accepteren in hun seksuele oriëntatie én relatie alsook hun geloof te behouden.”

Gesprek met Different blijvend nodig
De christelijke homo-organisaties zijn van mening dat met het schrijven van de minister niet verondersteld kan worden dat een schadelijke praktijk van hulpverlening bij Different aan christelijke homo’s en lesbiennes tot een einde is gebracht. Gesprek met deze organisatie blijft noodzakelijk. De christelijke homo-organisaties zetten zich blijvend voor dat gesprek in.

[retweet]
[facebook]

Evangelische Coming Out 1

Over een paar dagen ga ik trouwen met M. Dat ik deze belangrijke stap zou gaan zetten met een vrouw, had ik niet voor mogelijk geacht.

Trouwen was iets voor een man en een vrouw. Aangezien ik op een vrouw val, was zoiets voor mij niet weggelegd. God zou dit zeker ook niet goedkeuren. Opgegroeid in een christelijk gezin, waarin homoseksualiteit gezien werd als een zware zonde, en het toekomstperspectief van meisjes gelegen was in het trouwen met een man, en kinderen krijgen. Dat was ook mijn toekomstbeeld, totdat ik verliefd werd op een vrouw. Daarvoor heb ik wel een vriendje gehad, maar dat was meer vriendschap dan vlinders in je buik en verliefdheid. Maar verliefd zijn op een vrouw, dat was eindelijk van binnen dit is het, zo natuurlijk, zo goed en zo mijzelf. Maar op dat moment was ik lid van een evangeliegemeente. Homoseksualiteit was daar een “gruwel in Gods ogen”, een verleiding waartegen ik moest vechten. Ik geloofde dat zelf toen ook, omdat ik niet beter wist. Maar het natuurlijke gevoel en het zo helemaal mijzelf kunnen zijn bij een vrouw, bracht verwarring. Met mijn verstand was het zonde, maar met mijn gevoel was het zoals het moest zijn.

De relatie die ik toen had was een geheime relatie. Niemand wist dat het een lesbische relatie was, maar men zag het als een goede vriendschap. Ik was bang voor het oordeel, bang om buitengesloten te worden en om alleen en eenzaam te zijn. Al mijn vrienden zaten in deze gemeente en vonden dat homoseksualiteit zonde was. Dus als ze er achter kwamen zouden ze mij buitensluiten en veroordelen. Mijn ouders kwamen er per ongeluk achter en toen ben ik 2 jaar niet thuis geweest. Ook zij vinden het een “gruwel in Gods ogen”. Ook de gemeente kwam er achter, en ik ben er toen net op tijd uit gegaan, voordat ik er uitgezet zou worden. Ik heb toen mijn geloof op een laag pitje gezet, want het was teveel om te geloven en lesbisch te zijn. Dit heeft een paar jaar geduurd, maar altijd was er die onrust. Ik heb gepraat met kerkelijke lesbische vrouwen die een relatie hadden, en vroeg hen of God het goed vond dat ik lesbisch was. Het enige wat ik steeds terug kreeg, is dat ik er op een gegeven moment zelf rust in zou krijgen. Maar de onrust bleef.

Ik heb toen besloten om niet meer lesbisch te zijn en terug te gaan naar de gemeente. Daar heb ik gebeden en gesmeekt dat het over zou gaan. Er werd voorbede gedaan voor mij, en ieder die ervan wist was lief en aardig, want ik was een zondaar die zich wilde bekeren. De onrust en chaos werden alleen maar groter. Ondertussen was ik ook lid geworden van het CHJC (zie ook www.chjc.nl) want het bleef maar in mijn hoofd hangen dat er ook christelijke homo’s waren en ik vroeg me af of die wel met God konden leven. Opnieuw ben ik uit de gemeente gegaan, want dit werkte niet. Heel persoonlijk ben ik toen met God bezig gegaan. Ik heb bij de vrouwen van het CHJC een rust ervaren die ik ook graag wilde. Door met er samen over te praten, maar vooral door die rust te ervaren is er ook bij mijzelf rust gekomen. Heel langzaam, maar gestaag werd het bij mij echt duidelijk dat God mij heeft geschapen zoals ik ben n.l. lesbisch, en ik mag zijn wie ik ben. Mijn ouders zijn niet veranderd en de gemeente ook niet, maar ik ben veranderd en kan volledig mezelf zijn. Ik ben God enorm dankbaar dat ik M. heb leren kennen en dat we samen heel gelukkig een relatie in liefde en trouw hebben.

(2001)