“Het is niet goed dat de mens alleen zij”

Er zijn mensen die willen dat God de richting aangeeft in hun leven, die de bijbel lezen en daaruit concluderen dat een homoseksuele relatie niet past in een leven voor God. Ook zijn er mensen die zich door God willen laten leiden, die de bijbel als richtingaanwijzer gebruiken en daaruit concluderen dat een homoseksuele relatie in Gods ogen mag bestaan.

In dit artikel wil ik laten zien hoe mensen door het lezen van dezelfde teksten tot verschillende conclusies komen.Onder het kopje ‘Zelf op zoek naar Gods wil’ komt, naast een meer algemene beschouwing, mijn persoonlijke opvatting over een aantal zaken met betrekking tot het gebruik en misbruik van de bijbel sterk naar voren.

Het lijkt mij niet heel zinvol om uitgebreid aandacht te besteden aan de manier waarop mensen teksten gebruiken om te zeggen dat God een afkeer heeft van homoseksualiteit, omdat de meeste lezers mijn inziens vaker (op christelijke scholen, catechisatie, bijbelstudievereniging etc.) met dergelijk opvattingen in aanraking zijn gekomen dan met theorieën die andere uitkomsten bieden. Wel wil ik de meest gebruikte teksten noemen die christenen hanteren om een homoseksuele relatie af te keuren en daarbij wil ik summier aangeven waarop die afkeuring gebaseerd is. Wie er als christen namelijk anders over denkt, kan toch niet zonder meer aan deze teksten voorbij gaan.

De 7 teksten die prof. J. Douma bespreekt in zijn boek ‘Homofilie’
(5e, sterk herziene druk, Kampen, 1984) zijn Genesis 19, Richteren 19,
Leviticus 18:22 en 20:13, Romeinen 1:26-27, 1 Corinthe 6:10 en 1 Timotheus 1:8-10.

Sodom
De wens van de mannelijke bevolking van Sodom om seks te hebben
met de gasten van Lot (in Genesis 19) wordt als zonde aangemerkt en
vaak direct gebruikt als argument tegen homoseksuele relaties in het algemeen.

Mensen die deze tekst anders uitleggen, hebben daar vaak de volgende redenen voor.
Het gaat hier niet om enige liefdesrelatie, maar om een geplande groepsverkrachting,
wat zowel homo- als heteroseksueel af te keuren is.
Naast het onvrijwillige element gaat het hier om de schending van het gastrecht,
dat in die cultuur zeer zwaar woog: dat Lot zijn dochters aanbiedt in plaats van de twee mannen,
betekent dan ook niet dat heteroseksuele ontucht minder erg is dan homoseksuele ontucht,
maar dat men toen liever een van zijn gezinsleden liet lijden dan zijn gasten.
Ook niet onbelangrijk is het feit dat het moeilijk is om aan te nemen dat
de hele bevolking van Sodom homoseksueel was.

Het gaat hier dus niet om de zonde van mensen die een liefdesrelatie willen opbouwen
met iemand van hun eigen geslacht, maar om de zonde van losbandigheid,
het wel eens iets anders willen dan je eigen vrouw, mensen treiteren en choqueren.

Gibea
Richteren 19 heeft veel elementen gemeen met Genesis 19, maar is veel minder bekend.
Deze tekst kan op bijna dezelfde manier naar twee kanten
(tegen homoseksualiteit of tegen verkrachting en schending van het gastrecht)
uitgelegd worden, maar een extra lastig element hierbij is dat de bijvrouw van de Leviet
(de gast) wel aan de boosdoeners wordt overgegeven
(niet door de gastheer, maar door haar man).
Zou hij als man in die cultuur meer waard zijn geweest,
of als Leviet, of zou men heteroseksuele verkrachting in die culuur echt
minder erg hebben gevonden?

De wetten
‘En gij zult geen gemeenschap hebben met een, die van het mannelijk geslacht is,
zoals men gemeenschap heeft met een vrouw, een gruwel is het.’ (Leviticus 18:22).

‘Een man die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijk geslacht,
zoals men gemeenschap heeft met een vrouw, – beide hebben een gruwel gedaan,
zij zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen.’ (Leviticus 20:13).
De teksten in Leviticus lijken in eerste instantie volkomen antihomoseksueel te zijn.
God noemt het een gruwel dat een man gemeenschap heeft met een man,
zoals men gemeenschap heeft met een vrouw.
Daar staat tegenover dat mannen met elkaar echter niet exact dezelfde vorm van gemeenschap
kunnen hebben als met een vrouw.
Om die reden wordt de tekst door sommigen als onbruikbaar beschouwd,
door anderen als een verbod op anaal geslachtsverkeer
terwijl het dus verder niets over andere liefdesuitingen/technieken zegt,
en weer anderen gebruiken de tekst om alle seksuele handelingen tussen mannen af te keuren.
De teksten worden ook wel als cultuurgebonden aangemerkt en ze staan in een rij van
geboden en verboden, waarvan een aantal nu ook niet meer door christenen gehouden wordt.

Natuurlijk of tegennatuurlijk
‘daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten, want hun vrouwen hebben de
natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke.
Eveneens hebben de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven,
en zijn in wellust voor elkander ontbrand, als mannen met mannen schandelijkheid
bedrijvende en daardoor het welverdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende.’
(Romeinen 1:26-27).

De discussie over Romeinen 1:26-27 richten zich hoofdzakelijk op de vraag wat met
‘natuurlijk’ en ‘tegennatuurlijk’ bedoeld wordt en of Paulus wist dat er
behalve homoseksuele daden ook mensen waren die zich echt homoseksueel voelden,
zoals wij nu meer weet hebben van wat homoseksueel-zijn inhoudt.
Als je er als man van overtuigd bent dat je natuur op seksueel gebied homoseksueel is,
dan zou het voor jou tegennatuurlijk zijn om een vrouw lichamelijk lief te hebben.

Door het feit dat er sprake is van een verruilen van de natuurlijke omgang
voor de tegennatuurlijke, voelen de meeste homoseksuelen zich ook niet erg aangesproken; ze hebben namelijk nooit iets te kiezen (of te ruilen) gehad.
In mijn ogen toont het slot van vers 27 ook niet aan dat homoseksualiteit strafbaar is,
maar juist dat de daar bedoelde verwording/ontaarding zelf al een straf is.
Deze tekst kan beschouwd worden als een beschrijving van de homoseksualiteit
die in de Romeinse cultuur een onderdeel was van de sociale,
militaire en politieke opvoeding van jonge jongens door een leermeester,
vaak een staatsman of militair.
Als je deze tekst beschouwt als een beschrijving van een element
in de cultuur van het grote Romeinse rijk, hoeft het dus niets over mensen
met een homoseksuele aard te zeggen.

Knapenschender en schandjongens
‘Dwaalt niet! Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandjongens,
knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters,
zullen het Koninkrijk Gods niet beërven.’ (1 Corinthe 6:10)

Veel (christen)homo’s voelen zich helemaal niet verwant met de knapenschenders
en schandjongens uit 1 Corinthe 6:10 en 1 Timotheus 1:8-10.
De woorden doen aan prostitutie en aan ongelijkwaardigheid denken
en zeker niet aan het samen opbouwen van een levenslange relatie,
waarnaar veel (christen)homo’s op zoek zijn.

Mijn wil of Gods wil
Veel homo’s willen graag, hoe moeilijk het ook kan zijn,
Gods wil boven hun eigen wil stellen. Maar soms wordt het zoeken naar Gods wil
bemoeilijkt, doordat je eigen meningen of wensen dreigen te overheersen.

Als je bidt om wijsheid en je openstelt voor de Heilige Geest,
dan mag je toch aannemen dat jouw verlangens en Gods wil dichter bij elkaar komen?
Ik bedoel: dan mag je toch meer op je gevoel, op je geweten gaan vertrouwen
omdat de Heilige Geest zich daarin genesteld heeft.

Ik lees Gods woord, ik bid om wijsheid en om de Heilige Geest in mijn hart
en ik geloof dat ik van God mag zoeken naar een man.
Dat laatste denk ik al jaren, maar er duikt steeds weer twijfel op:
twijfel of ik mezelf echt openstel voor God.
Die twijfel is gebaseerd op het feit dat het beter in mijn straatje past
om voor een homoseksuele relatie te zijn dan tegen.

Aan de andere kant accepteer ik ook niet klakkeloos de opvatting van (heteroseksuele) christenen die tegen homoseksualiteit zijn, omdat die evenzeer meer op eigen aversie of andere persoonlijke gevoelens gebaseerd kan zijn dan op inzicht in Gods wil.

Liefde kan toch niet schadelijk zijn
Veel mensen kunnen niet geloven dat God een liefdesrelatie tussen twee mannen in principe afkeurt,
onder andere omdat ze er geen schade in kunnen zien,
terwijl dat bij de meeste andere geboden van God veel duidelijker ligt.
Bij ontrouw en echtbreuk doe je namelijk iemand pijn, bij moord breng je iemand schade toe,
bij fraude en diefstal doe je iemand tekort.
Ook al kun je begrip hebben voor iemand die haar
liefdeloze man ontrouw is, voor iemand die een slecht mens
ombrengt of voor een arme die van een rijke steelt, Gods geboden blijven daarbij overeind staan.
Maar hoe kun je klakkeloos aannemen dat God liefde, het mooiste wat hij de mens gegeven heeft, zou verbieden?

De scheppingsorde
Naast de genoemde bijbelteksten, wordt Gods bedoeling met de schepping aangehaald om
te beweren dat homoseksualiteit niet in Gods bedoeling past.
God schiep namelijk een man en een vrouw, de vrouw werd na de man geschapen
om zijn alleen zijn aan te vullen en op te lossen.

Veel christenen gebruiken die combinatie, die God toen maakte, als norm: man en vrouw horen bij elkaar.

Ik neem direct aan dat de combinatie man-vrouw een perfecte combinatie is;
God heeft alles namelijk perfect geschapen.
Maar ik geloof niet dat er nu nog een perfecte man-vrouw relatie is.
Alle mannen en alle vrouwen zijn toch na de zondeval gestraft met onvolkomenheden.
Niemand kan zijn/haar naaste meer volmaakt liefhebben.
Daarom zie ik Gods oorspronkelijke orde niet als reden om alleen te moeten blijven
of om een vrouw te ‘nemen’.

Ook vind ik het oneerlijk als teksten over homoseksuele uitspattingen en
over cultuurgebonden of cultische homoseksualiteit
(tempelprostitutie met vruchtbaarheidsrituelen in de tijd van Leviticus),
gebruikt worden om een liefdesrelatie tussen twee mannen of twee vrouwen af te keuren.
Is het ooit in iemand opgekomen om al het heteroseksuele overspel en alle heteroseksuele uitspattingen
in de bijbel te gebruiken als argument tegen het huwelijk?

Ten slotte
Het laatste woord is nog niet gezegd over homoseksualiteit en wat God daarvan vond, maar laten we onthouden dat, wanneer twee mensen Gods woord serieus onderzoeken en tot twee verschillende conclusies komen, niet een van beiden per definitie ‘de verkeerde kant’ vertegenwoordigt. God heeft immers zowel ruimte voor mensen die om Hem offervlees laten staan als voor mensen die offervlees eten in de wetenschap dat het hen niet van de enige God af kan leiden (1 Corinthiers 8).
Dit artikel verscheen eerder in ‘Bij de Tijd’, 01-02-’97. auteur: onbekend

Ontmoeting

‘Wat leuk om jullie weer eens te zien’ zei ik tegen de meiden die op me op het middenpad van de kerk met een brede glimlach tegemoet kwamen. ‘Wat leuk, ik herkende jullie meteen. Komen jullie bij me in de buurt zitten?’ Ik zong die dag in het koortje en ik was een van de voorgangers in de dienst. Na de dienst toen ik dolgraag met ze wilde kletsen kwam er een vrouw naar me toe met een heel verhaal, maar gelukkig zag ik ze uit mijn ooghoek rustig op een bankje zitten. Ik ken ze van een uitstapje een jaar of vier geleden. Toen waren ze net samen gaan wonen. Nu hadden ze een huis gekocht. ‘En verder ‘zei ik, ‘ getrouwd of gepartnerregistreerd? Nog niet en jij’ was hun wedervraag. Gepartnerregistreerd, een aantal jaren geleden al, toen dat nieuw was. Dat is mooi genoeg voor ons. Toen later het huwelijk opengesteld werd voor dames met dames voelde dat aan als een brug te ver. Bij onze partnerregistratie voelden wij ons al een beetje ongemakkelijk. De media sprong er bovenop, niet op de onze, maar in het algemeen, collega’s maakten grappen, van het stadhuis belden ze of ze ons telefoonnummer door mochten geven aan de pers. Mooi niet.

Die partnerregistratie was leuk, maar de weg er naar toe.

We kochten een huis in 1997. Op dat moment waren we al 15 jaar samen. We woonden voor die tijd niet samen, maar wel naast elkaar. Ik had kinderen en zij niet. Zo hield zij ruimte voor zichzelf en ik ruimte voor de kinderen. En we deelden ons leven toch wel. We aten samen en sliepen samen, maar tussen het eten en het slapen waren we ieder in ons eigen huis.

Nadat het laatste kind de deur uit was kochten we samen een huis. En een paar maanden later kwam de partnerregistratie in beeld. We zouden er niets aan doen. Dit was een zakelijke stap. Zorg voor elkaar nemen, dingen goed regelen en wettelijk familie van elkaar worden. Dat sprak ons wel aan. De kinderen mochten dan wel mee, om te getuigen, maar verder geen flauwe kul. Met de kerst ging het mis. Familie bij elkaar en gezellig praten over de dag waar wij niets aan zouden doen. Nieuwe kleren kopen, wij niet, feestje geven, nee joh, we gaan om 9.00 uur naar het stadhuis en dat is het.

‘Maar wij komen’ zeiden haar broers, ‘hoe laat is het’ zei mijn zus, mogen wij mee komen zeiden de vriendjes van de dochters. Wat moesten we met al die goedbedoelde hartelijkheid? Wij voelden ons ongemakkelijk bij het idee van naar het stadhuis gaan en een soort huwelijk afsluiten. We deden er alles aan om te voorkomen dat het een namaak hetero vertoning zou worden. We wilden geen ja woord geven. Daar begonnen we niet aan. Het was toch gewoon een contract? Familie en vrienden wuifden onze bezwaren weg en kondigden hartelijk hun komst aan.

Dan maar een open huis die dag. De mensen die zich voor de bijeenkomst op het stadhuis niet aan ons opdrongen nodigden we in de loop van de dag uit. We kochten op de valreep nieuwe kleren en toen………… wilde ik ook wel een corsage en kreeg het vreselijk op mijn heupen over mijn lippenstift. Ik bekeek er een heleboel, kon geen keuze maken en dreef mijn lief tot wanhoop tot ze er een eind aan maakte door te vragen of ik wel wist waar ik mee bezig was. Wat gebeurde er met me die laatste week? Ineens kwam ik in het gevoel dat ik ging trouwen, de bruid was, mooi wilde zijn. Ik voelde me plotseling onderdeel van een traditie die blijkbaar dieper zat dan ik dacht en die er alleen op dat gebied uit kwam. Of mijn haar goed zat, daar ging het om op dat moment.

We spraken de bijeenkomst door met de ambtenaar van de burgerlijke stand. We zochten een leuke tekst uit die zij voor mocht lezen over de zoektocht naar de wederhelft. Zelf zouden we een gedicht voor lezen waarin we iets van onze liefde voor elkaar uitdrukten.

De dominee vroeg of hij nog een rol kon spelen, maar dat wilden we niet. We voelden ons al 15 jaar gezegend met elkaar en we konden echt niet zoveel aan op dat gebied.

Het open huis was gezellig. We werden in de bloemetjes gezet, er waren cadeautjes en de post bracht ansichtkaarten. We waren verrast en voelden ons gelukkig.

Mensen vragen wel eens hoe we erop terug kijken. Het antwoord is’ tevreden’. Wij deden wat we konden, wat op dat moment bij ons paste. Eerlijk gezegd zijn we nog niet veel veranderd sinds die tijd. Misschien had onze kleding iets feestelijker kunnen zijn, met wat meer kleur erin. Maar we hadden ons huis net gekocht en we waren zuinig en veel tijd en geld hadden we er niet voor over. We hebben nooit overwogen de partnerregistratie om te zetten in een huwelijk. Er is niets wezenlijks veranderd in onze relatie, in ons leven. Niet door het samenwonen, niet door de gang naar het stadhuis.

Wat wel veranderd is? Dat die meiden en ik elkaar nu in de kerk tegen komen is niet toevallig.

Dat betekent dat mijn vriendin niet mijn enige grote liefde is.

Jos Hordijk

Roze zaterdag

Vanmorgen vertelde ik iemand dat ik in Breda was geweest om roze zaterdag te vieren. Hij vroeg me wat ik daar gedaan had en voor ik het wist was ik in een geanimeerd gesprek verwikkeld.

Ik beschreef enthousiast hoe vol de stad was en wat een prachtig bont publiek er liep. Mijn gesprekspartner vroeg indringend door waarom ik het zo fijn vond om ander homo’s te zien. Hij vroeg zich af of ik dan de andere dagen van het jaar iets mis en of ik daar aan lijd. Zo werd het een heel leuk gesprek over roze zaterdag terwijl het eigenlijk een beetje saaie dag was.

Voor we goed en wel in Breda zijn hebben we al bonje over een parkeerplaats. Mijn vriendin roept dat ze veel te gestresst is en dat we nooit meer met de auto naar zo’ n rot stad gaan. Ik probeer haar te sussen door te zeggen dat we de kerkdienst kunnen overslaan als we geen parkeerplaats vinden. Daar wordt ze alleen maar kwaaier van. Ze heeft zich erop verheugd en anders hadden we wel thuis kunnen blijven. Alle aardige plaatsen in de kerk zijn al bezet als we om kloksslag 12.00 uur komen binnen stormen.

Ik vind nog een redelijke plaats achter een pilaar, maar mijn vriendin schuift naar voren tot voorbij het podium, zodat we tegen de achterkant van de voorgangers aan kijken en bovendien nauwelijks een woord verstaan. Nou ja, met een beetje humor slaan we ons er wel doorheen. Wat we verstaan blijkt een hoog emancipatorisch en bemoedigend gehalte te hebben en dat is aan ons niet zo besteed. Wij vinden het wel leuk om lesbisch te zijn.

Gelukkig hebben we op onze plaats ver vooraan in de kerk een fraai uitzicht op de fotograaf. Hij is de gebarricadeerde preekstoel aan het beklimmen, krijgt een telefoontje, en beantwoordt dit alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Nou ja, hij is niet op de viering gericht en wij inmiddels ook niet meer.

Na de onovertroffen multiculturele viering van vorig jaar was het dit jaar weer een gewone oecumenische viering en kon het niet anders dan dat we weer met onze beide benen op de grond terug moesten. Gelukkig blijken de andere kerkgangers nog steeds de moeite van het bekijken waard en dat gaat nu juist heel goed vanuit onze merkwaardige positie.

Veel mensen, een volle kerk, dat is al genieten in een kerkdienst anno 2002. Veel jonge mensen ook, leuke mensen met piericings en tatoeages. Leuke vrolijke kleren en open gezichten, mensen die lekker zitten te zingen alsof ze wekelijks in de kerk zitten. Misschien is dat ook wel zo.

We zien ook bekende gezichten, dames van de wandeling op het damespad, vrouwen van de Holy females, potten van verkeerd verbonden. En zo hebben we toch nog een genoeglijk uurtje met het bekijken van onze broeders en zusters.

‘s Middags staan we een uurtje in een kraampje van verkeerd verbonden en delen en foldertjes spekkies aan voorbijgangers uit. De parade missen we helaas door dat uurtje en dat vind ik jammer.

Daarna het park in op zoek naar de spiegeltent waar een pottenkoor optreedt. Een beetje slenteren door het park, wat drinken en wat eten en voor we het in de gaten hebben wordt het een stuk kouder en daar zijn we niet op gekleed. Na het verorberen van een pizza gaan we op zoek naar de auto en bijna, bijna gaat het weer mis, want waar hebben we het kreng gelaten. We zijn moe, we hebben het koud en willen die vreemde stad uit.

Met een enorme omweg lukt het en met een zucht van verlichting verlaten we Breda. Dat was het weer voor een jaar. Als ik de volgende dag dit verhaal aan mijn kennis vertel pikt hij eruit dat ik zeg zo te genieten van de flanerende homo’s tussen het gewone winkelende publiek.

Hij verwondert zich hier over, dacht dat Nederland inmiddels zo vrij was dat iedereen er allang zo bij liep als zij/hij verkiest. Daar sta ik nou weer verbaasd over en ik vraag hem hoe vaak hij mannen hand in hand door de stad ziet lopen. Hij vraagt of ik aan deze onzichtbaarheid lijd. Ik dacht het niet, maar mijn vreugde over onze zichtbaarheid op roze zaterdag geeft inderdaad te denken.

Evangelische Coming Out 2

Het is voor mij al weer enkele jaren geleden dat ik lid ben geworden van het CHJC. Ik wist al heel lang dat ik lesbisch was, maar durfde dat aan niemand te vertellen. In de evangeliegemeente waar ik toentertijd lid van was werd dit fenomeen beschouwd als een zware zonde.

Uiteindelijk heb ik het aan iemand durven vertellen. Er werden gebedskringen voor mij opgericht opdat ik maar mocht genezen van deze “tegennatuurlijke afwijking”. Toen de genezing niet lukte werd het gebed omgezet in dat ik kracht mocht vinden in het alleen door het leven gaan. Iets doen met je homoseksuele gevoelens was een onbegaanbare weg.

Zo heb ik dus een aantal jaren gestreden tegen mijn verliefdheden en het verdriet dat ik alleen zou blijven. Uiteindelijk heb ik dit niet vol kunnen houden. De drang om lief te hebben en van iemand te houden was te groot. Na een jaar van intensieve Bijbelstudie en gebed kwam ik tot de conclusie dat er nergens in de Bijbel een verbod op homoseksualiteit staat, maar wel op het uitleven van je lusten.

De evangeliegemeente had hier toch een andere opvatting over en ik werd de deur gewezen. Inmiddels had ik ook gehoord van het CHJC en me opgegeven om kennis te maken.

Ik vond het doodeng om de eerste keer naar het CHJC te gaan. Ik kende geen mensen die homoseksueel waren en worstelde nog steeds met de indoctrinaties dat ik zondig en zwak was. Van te voren had ik een afspraak gemaakt met de contactpersoon van de vrouwengroep. Na een leuk gesprek in een cafetaria begon het allemaal wat minder eng te worden. Zo ging ik dus op weg naar mijn eerste activiteit: pannenkoeken bakken en eten. Ik vond het zo bijzonder dat er vrouwen waren die lesbisch en christen zijn. Dat feit alleen al heeft me erg gesteund in mijn zelfacceptatie. Ook het feit dat de combinatie geloven en lesbisch zijn echt bestond, heeft me erg geholpen.

Vanaf die tijd bezoek ik bijna iedere maand de activiteiten van de vrouwengroep en inmiddels ben ik ook wat actiever geworden binnen het CHJC.

Ik vind het nog steeds bijzonder om deel uit te maken van een groep gelovige lesbische vrouwen, en voel me hierdoor ook gesterkt. Ook wil ik een actieve bijdrage leveren binnen het CHJC, zodat er ook voor anderen een plek is waar lesbisch zijn en geloven normaal is. In de loop der jaren is deze vrouwengroep uitgegroeid tot een groep van ongeveer dertig leden. Nog steeds is het een gezellige plek voor mij, waar ik ondertussen ook echte vrienden heb gemaakt, veel lol heb beleefd, maar ook genoeg diepgaande gesprekken gevoerd heb. Het CHJC is een veilige en gezellige groep waar iedereen welkom is!

( datum: 2001)

Coming Out van Marja

Ik was me op school aan het vervelen, zat in 1983 gewoon 17 jaar te zijn in Zwolle, toen een klasgenote Angela, er uitziend als een rasechte stereotype pot: stoer, leren jasje en heel erg jongensachtig naar mij toe kwam lopen. Ze ging achter mij staan en wilde iets van mijn tafel afpakken. Daar moest ze echter een beetje moeite voor doen, want ik zat namelijk een beetje in de weg, dus boog ze zich behoorlijk over me heen. Ik kreeg daarbij nogal wat kriebels in mijn buikje, nu was dat op zich geen probleem. Ik begreep alleen de link niet tussen die kriebels en het gegeven dat ze door een andere meid werden veroorzaakt. Ik had op dat moment namelijk een vriendje, Roelof. Wat me wel direct opviel is dat ik dat gevoel bij Roelof nog niet eerder had gehad. Sterker nog, die mocht niet eens aan me zitten. Dat laatste begreep ik dus eigenlijk ook niet. Het hele lesbisch zijn, homoseksualiteit in z’n algemeenheid eigenlijk, speelde helemaal niet bij me. Bestond ook helemaal niet in mijn belevingswereld, althans, niet bewust.

Nu ik er zo bij nadenk: enige tijd voor de dag dat Angela zich zo over me heen boog en ik dus die kriebels in m’n buik voelde, zag ik eens dat Angela met haar vriendinnetje op school kwam – er gingen nogal wat verhalen over die twee door de school heen- en dat zij samen, heel sneaky het toilet indoken. Al behoorlijk nieuwsgierig van aard en nu bovendien aangewakkerd door de roddels die toch al de ronde over haar deden, ben ik die twee achterna gelopen. Ik begon een beetje te dralen in het toilet, spoelde een keertje door, begon extra lang mijn handen te wassen en de boel in de gaten te houden. Ineens zag ik in de spiegel een koppie boven de deur uitkomen, kijkend of ik misschien al weg was. Je gelooft natuurlijk dat het een ongekend komische situatie was. Wat daar nou allemaal gebeurde laat zich wel raden. In ieder geval, ik zag het, maar toch drong het niet echt tot me door.. kan het nog naïever?! Nou, dat veranderde natuurlijk wel enigszins nadat Angela zo over me heen boog.

Die kriebel in mijn buik kwam in het begin dus nogal vreemd over, maar tegelijk ook heel erg vertrouwd. Na enige tijd begon ik mij bewust te worden van mijn lesbische gevoelens en heb die vervolgens ook direct in de praktijk gebracht. In de popfoto van destijds stond een advertentie, daar heb ik op gereageerd en zo heb ik mijn eerste vriendinnetje Barbara leren kennen. Nou, toen was ik dus voor de heteroseksuele eeuwigheid verloren!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Wat ik wel heel erg moeilijk heb gevonden was het kenbaar maken van mijn lesbisch zijn aan mijn familie. Mijn familie was en is nog steeds, redelijk conservatief. Niet zozeer in kerkelijke zin; mijn familie die grotendeels Nederlands Hervormd is, ging gewoonlijk alleen maar op speciale momenten, zoals bij bruiloften, kerst en begrafenissen, naar de kerk. Dat is nu overigens wel iets anders. Over het algemeen hebben zij wel een sterk geloof in God en het was dus meer die combinatie die me “wat” angst inboezemde. Om die reden heb ik het uiten van mijn lesbisch zijn, uitgesteld tot mijn 19e jaar. Ik woonde inmiddels in Nijverdal, een dorp in Overijssel. Ondertussen had ik dus al wel een vriendinnetje, namelijk Barbara. Die kwam al uitgebreid bij mij thuis zonder dat ik haar had voorgesteld als mijn vriendin. Thuis wisten ze, naar mijn idee, niet beter dan Barbara was “een” vriendin. Toen ik het uiteindelijk thuis vertelde bleken mijn zorgen geheel onterecht. De reactie van mijn ouders was van, maar meid, dat weten we toch al lang. Het bleek namelijk dat mijn ouders, toen ik een jaar of 16 was en verkering had met Roelof, al de conclusie getrokken hadden dat ik wel eens lesbisch kon zijn. Dat had vooral te maken met de manier waarop ik met Roelof en met jongens/mannen in het algemeen, omging. Zij konden later natuurlijk ook de vergelijking maken met mijn omgang met Barbara.

Mijn ouders hebben de familie verder geïnformeerd over mijn lesbisch zijn. Ook zij keken er niet van op. Nu toch iedereen het wist hoefde ik me ook bepaald niet meer in te houden voor wat betreft mijn voorkeuren. Het is natuurlijk wel zo dat een aantal familieleden er wel moeite mee hadden, maar die hebben dat eigenlijk nooit naar mij toe laten blijken, niet in de zin van vervelend doen of zo. Nou, zelfs die mensen zijn inmiddels over de streep hoor. Nadat een vrouwenstel in de gereformeerde kerk van Raalte, waar mijn oom en tante te kerke gaan, hun kinderen lieten dopen zijn zij ook om. Mijn grootouders ook, zij hebben het er altijd moeilijk mee gehad, maar dan meer in de zin van dat zij niet begrepen dat zoiets kon bestaan.

Volgens een tante zou mijn grootvader van vaders kant en zijn toenmalige vriendin wel erg negatief naar mij toe gereageerd hebben. Je hebt het nog nooit met een kerel gedaan, dus hoe weet je nou of je lesbisch bent. Nou, als zo’n kerel z’n “@#$” eens in je stopt dan wordt dat ook wel weer anders. Eerlijk gezegd kan ik me die specifieke opmerking helemaal niet herinneren. Ik weet wel dat zij er niet bepaald positief tegenover stonden, maar zo’n opmerking?! Ik ben ook praktisch genoeg om te weten dat niet iedereen altijd alles kan waarderen en dat vind ik ook helemaal niet erg. Zolang mensen zich niet misdragen moet iedereen zelf weten wat hij denkt en binnen het redelijke ook wat hij zegt. Overigens moet ik daar nog wel bij vertellen dat mijn grootvader inmiddels geen probleem meer heeft met mijn lesbisch zijn. Hij is er ingegroeid om het maar zo te zeggen.

Dat was het eigenlijk, veel meer valt er niet over te zeggen. Ik ben bij mijn weten nog nooit ergens afgewezen of verkettert om mijn lesbisch zijn en als dat in stilte wel zo gebeurd is dan is dat in ieder geval niet mijn probleem.

Marja ( 2002)

 

 

Coming Out van Esther

Mijn coming out, zoals dat heet, is nu ruim twee jaar geleden. In tegenstelling tot veel verhalen die ik gehoord heb, was het een rustig en vrij pijnloos proces. Toch wil ik er hier wat over delen, in de hoop dat anderen er wat aan hebben.

Mijn naam is Esther, ik ben 22 jaar en woon momenteel in Ierland, waar ik bijna een jaar geleden naar toe verhuisd ben met mijn vriendin. Aan mijn coming out is veel vooraf gegaan. Voordat ik überhaupt wist dat ik lesbisch was, had ik al een gevoel van anders zijn. Niet omdat ik niet op jongens viel, daar heb ik heb me nooit zorgen om gemaakt. Wel vroeg ik mij af wanneer ik toch de ‘ware’ zou ontmoeten.

Ik voelde mij in andere opzichten anders was dan mijn omgeving die voornamelijk uit evangelische christenen bestond. Ik ben nogal diepzinnig en dacht veel na. In mijn beleving deden andere christenen dat niet. Hoe zat dat met mensen die niet in God geloven? Zou hij hen echt allemaal naar de hel laten gaan? Bestond er eigenlijk wel een hel? Hoe kan er een plek zijn waar God niet is? Waarom zijn oosterse geneeswijzen fout en waarom zouden andere godsdiensten niet ook een deel van de waarheid kunnen kennen? Wie God zoekt, vindt Hem toch? De vragen die ik stelde waren voor mijn omgeving vaak moeilijk te begrijpen en ik denk dat mijn puberteit niet alleen voor mij, maar ook voor hen heel erg lastig geweest is.

Toen ik vier jaar geleden voor een jaar naar het buitenland vertrok om als au-pair te werken, was dat vast niet alleen voor mij een opluchting. In Ierland kwam ik thuis, hoewel mijn reis verre van beëindigd was en is. De enige kerk in het dorp waar ik zat was een katholieke kerk, en omdat ik altijd al nieuwsgierig was naar andere vormen van christendom, ben ik niet eens echt op zoek gegaan naar iets anders. ‘s Zondags ging ik naar de mis en genoot van de rust, die ik in Evangelische kerken nog niet eerder tegengekomen was. De symbolen en rituelen spraken mij dieper aan dan ik daarvoor was aangesproken. Ik voelde me thuis. Regelmatig ging ik een weekend naar een klooster. Spiritueel gezien was het een heerlijk jaar, waarin ik veel leerde, veel van mijn oude vooroordelen losliet, ook die ten opzichte van homoseksualiteit, wat belangrijk is voor dit verhaal en dichtbij God leefde. Het werd me ook duidelijk dat ik niet zo’n interesse had in jongens. Op een of andere manier is het nooit in me opgekomen dat ik misschien op meisjes viel.

Ik denk dat God me tegen die schok beschermd heeft: alle acceptatie ten spijt zou het toch heftig geweest zijn om me te realiseren dat ik zelf ook lesbisch ben. God’s timing was perfect, maar daarover later meer. Aangezien ik duidelijk geen interesse had in jongens, en wel in een spiritueel leven dichtbij God, begon ik te overwegen het klooster in te gaan. Ik was nog niet eens katholiek, maar tegen de tijd dat ik Ierland verliet, had ik besloten in Nederland echt te gaan kijken of ik bij de katholieke kerk kon gaan horen. Daar komt nog aardig wat bij kijken, catechisatie, communie doen en dergelijke. Het was een proces dat ik in gang wilde gaan zetten.

Drie jaar geleden kwam ik terug uit Ierland en ging naar de universiteit, waar ik mijn huidige vriendin leerde kennen. Het klikte meteen en we werden goede vriendinnen. Als ik terugkijk, kan ik lachen om mijn blindheid, want ik had absoluut niet door wat er gebeurde. Een aantal maanden later pas, realiseerde ik me opeens dat ik zo gelukkig was omdat ik verliefd op haar was. God’s timing was perfect. Op het moment dat ik mijn ogen opende tot de mogelijkheid, stroomde ik over van puur geluk en wist dat het goed was. Was dit moment eerder gekomen, had ik waarschijnlijk toch nog moeten worstelen. Nu was er eigenlijk geen weg meer terug.

Toen ging alles heel snel. We kregen een relatie en waren erg gelukkig. Toch heeft het nog een paar maanden geduurd voordat ik mijn ouders en vrienden op de hoogte stelde. Met een jongen had ik dat ook zo gedaan. Hoewel ik ervan overtuigd was dat dit goed was, wilde ik het niet direct op de proef stellen door het aan de omgeving te vertellen. Ook mijn vriendin wilde het nog even stil houden. We hebben gewacht op het moment dat we er beiden aan toe waren, omdat we vonden dat onze ouders het min of meer op hetzelfde moment moesten weten. Uiteindelijk kwam het toch nog onverwacht, omdat haar moeder ernaar vroeg.

De reacties vanuit mijn omgeving zijn over het algemeen positief geweest en in veel gevallen positiever dan ik had verwacht. Van mijn ouders wist ik dat het wel goed zou zitten, maar ik was erg gelukkig toen ik merkte dat mijn zusje er ook niet mee zat. Mijn ouders zijn gescheiden. Ik woonde bij mijn vader. Toen ik hoorde dat mijn vriendin het aan haar moeder had verteld, ben ik direct naar beneden gelopen om het mijn vader te vertellen. Achteraf bleek het niet al te goed getimed, maar ik was wel een beetje nerveus en wilde het zo snel mogelijk achter de rug hebben. Ik kreeg weinig reactie; later werden er wel wat vragen gesteld, maar toen het allemaal duidelijk was, is het snel geaccepteerd. Met mijn moeder ging ik in die tijd eens per maand uit eten en bij de volgende afspraak heb ik het verteld. Voor mijn vrienden had ik voor mezelf de deadline van mijn verjaardag, twee maanden later, gesteld: dan wilde ik mezelf kunnen zijn. Stiekem denk ik dat mijn vrienden er al aan gewend waren dat ik dingen deed waarvan zij denken dat het niet goed is, want ze reageerden niet al te verrast en gelukkig ook niet al te veroordelend. Hoewel ik weet dat niet iedereen het ermee eens is, is de vriendschap in veel gevallen toch blijven bestaan. De leukste reactie die ik gekregen heb, is van heel goede vrienden van me. Ik vertelde “Ik ben verliefd. En het goede nieuws is, zij is ook op mij.” Waarop hij zei: “Goh, en wat doet haar vader?”

Natuurlijk heb ik ook een aantal niet zo fijne reacties gekregen. De vervelendste was van een penvriendin. Ik wist dat zij ertegen zou zijn, maar omdat ze een vriendin was, wilde ik het niet verzwijgen. Ik schreef haar hoe het zat en dat ik hoopte dat ze het kon respecteren en accepteren, zelfs als ze het er niet mee eens was. Helaas kreeg ik een brief terug dat ze niet meer wilde schrijven met iemand die in zonde leeft. Dat deed pijn.

Aan de andere kant heb ik ook heel fijne reacties gehad. Een vriendin van mij die ik het eigenlijk niet durfde vertellen vanwege haar geloofsovertuiging die zoals ik vermoedde heel conservatief is, bleek er helemaal geen problemen mee te hebben. De enige mensen die het niet weten, zijn mijn grootouders van vaders kant. Zij zijn traditioneel christelijk, hebben de scheiding van mijn ouders al te verwerken gekregen, ik wil hen niet nog meer verdriet aan doen. Natuurlijk zou ik graag willen dat het hen geen verdriet zou doen, en natuurlijk ben ik het er niet mee eens dat zij het verkeerd vinden, maar soms is het belangrijker rekening met mensen te houden, dan hen van je eigen gelijk te overtuigen.

Gesprekken met vrienden en familie zijn pas later op gang gekomen. Veel mensen moesten er toch in eerste instantie aan wennen en waren misschien ook wel bang dat ik ook verliefd op hen was. De vraag is een paar keer voorbij gekomen. Gelukkig is dat snel op te lossen. Nu mijn vriendin en ik al bijna twee en een half jaar bij elkaar zijn, merk ik dat de acceptatie groeit. Nog steeds is niet iedereen het ermee eens, maar gesprekken zijn mogelijk. Een paar weken geleden zei mijn moeder dat ze vindt dat we het zo goed doen samen. Dat vond ik heerlijk om te horen en ik hoop dat meer mensen dat denken. De liefde waarmee Petra in mijn christelijke vriendenkring is opgenomen, waardeer ik enorm en dat betekent veel meer voor me dan dat we het ergens niet over eens zijn.

De Katholieke kerk behoor ik nog steeds niet toe. Ik kan niet bij een kerk horen die zo nadrukkelijk tegen mijn liefde is, dat voelt als zelfverraad en als verraad van haar. Jammer is het wel. Het was en is de enige kerk waar ik mij echt thuis gevoeld heb. Voorlopig ga ik niet naar een kerk. Op dit moment zou het me te veel kosten om weer een kerk te zoeken waar ik me thuis kan voelen. Daarbij komt dat dit hier in Ierland nog net wat lastiger ligt.

Het is me wel duidelijk geworden dat coming out een doorgaand proces is. Bij iedere nieuwe vriendschap of nieuw contact moet je weer de overweging maken of je vertelt dat je een vriendin hebt. Wij hebben er bewust voor gekozen het hier niet aan de grote klok te hangen. We laten liever eerst zien dat we van elkaar houden en bij elkaar horen, zodat mensen een eventueel oordeel daarop baseren. Vrienden die regelmatig bij ons thuis komen, vertellen we het wel, maar die zijn dan ook vaak niet meer verbaasd. Je wilt ook niet in een hokje geplaatst worden. “Lesbisch” beschrijft mij niet. “Christelijk” ook niet. Zelfs “christelijke lesbienne” is een onvolledig label.

Esther ( 2010)

Coming Out van Dicky

Tijdens mijn jaren op de mavo, midden jaren 70, viel het mij op dat ik nooit verliefd werd. Al mijn vriendinnen kregen vriendjes, maar ik kon geen jongen ontdekken waar ik verliefd op kon worden. Ik maakte mij daar niet druk om. Zei tegen mezelf dat ik waarschijnlijk wel een laatbloeier was. Na mijn eindexamen vond ik het toch wel erg lang duren en ging ik eens bij mezelf na of ik er een oorzaak voor kon vinden. Ik ging mezelf eens kritisch onder de loep nemen en het viel me op dat ik altijd wel een vriendin was, waarvoor ik heel speciale gevoelens had. Zou dat dan soms verliefdheid zijn? Dat was daarvoor nooit bij mij opgekomen. Verliefd werd je op vrienden, niet op vriendinnen. Niet dat ik erg onder de indruk was van de ontdekking. Ik zag het meer als iets voorbijgaands dat later, als ik oud genoeg was, wel weer over zou gaan. Mijn hormonen gingen met me op de loop; dat kun je krijgen als je in de pubertijd zit. Dan had je last van hormonen, en dit zou daar dan ook wel bij horen.

Kort daarop kreeg ik een ongeluk en had ik andere dingen aan mijn hoofd dan verliefdheid en relaties. Ik ‘vergat’ al die onzin over verliefd zijn op vriendinnen. Toch probeerde ik nog wel om er bij te horen. Ik heb in die tijd ook nog een vriend gehad om mezelf over een drempel heen te helpen: als ik maar eenmaal een vriend had, werd ik vanzelf wel verliefd. Nodeloos om te zeggen dat het niet hielp. De gevolgen van dat ongeluk hielden mij ongeveer 10 jaar bezig.

Op mijn 28ste ging ik weer leren bij een opleidingscentrum voor volwassenen. In mijn groep zat een lesbische vrouw. Ze woonde samen met haar partner vlak bij het opleidingscentrum en sprak openlijk over haar relatie met een vrouw. Ik kon het meteen hartstikke goed met haar vinden en dat ze lesbisch was deed me verder niet veel. Daar had ik geen problemen mee, maar ik was het zelf niet, dus dat was gewoon geen onderwerp voor mij. We werden goede vriendinnen. Ze hielp me met de trauma’s als gevolg van dat ongeluk, waar ik toen nog steeds mee rondliep. Ik kwam ook vaak bij haar. Toen ze me vroeg of ik ook lesbisch was zei ik natuurlijk ‘nee’. Achteraf vertelde ze me dat zij en haar vriendin er toen al van overtuigd waren dat ik ook lesbisch was. Ze hadden gezien hoe ik reageerde als ze elkaar zoenden in mijn bijzijn. Lesbische vrouwen vinden zoiets leuk en laten dat merken. Hetero vrouwen voelen zich, ongeacht hun opvatting over homoseksualiteit, toch vaak ongemakkelijk als 2 vrouwen elkaar zoenen in hun nabijheid en laten dat ook merken. Ik deed geen van beide; ik reageerde helemaal niet. En dat was voor hen veelbetekenend. Toen ze bij mij thuis kwamen en zagen dat ik een lesbisch boek in de kast had staan was het voor hen helemaal een uitgemaakte zaak. Uiteraard zag ik het in die tijd zelf niet zo. Ik was een vrouw, feministisch en geëmancipeerd, en daardoor geïnteresseerd in het leven van andere vrouwen en dat boek ging over vrouwen. Daarom had ik het gekocht, absoluut niet omdat ik zelf lesbisch was. Ogenschijnlijk werd mijn antwoord, dat ik niet lesbisch was, geaccepteerd. Ondertussen hadden ze een plan bedacht om mij uit de kast te krijgen. Die vriendin begon er tegen mij over dat ze het niet leuk voor mij vond dat ik geen vriend had en dus begon ze pogingen te doen mij te koppelen aan een man uit onze groep. Ik kreeg het toen ineens heel benauwd. Dacht: ‘weer iemand die me iets op wil dringen wat ik niet wil hebben’. Het woordje ‘iets’ zette mij aan het denken. Ik ben nogal een purist wat taal betreft, en het voelde niet aan als een taalfout. Dus waarom dacht ik dan niet ‘iemand’, ‘iemand’ die ik niet wil hebben. Maar ik dacht ‘iets’ en ging op zoek naar de betekenis die daar achter zat. Ik voelde dat dit belangrijk was. Mijn conclusie was dat ‘iets’ moest slaan op het ‘wat’, in dit geval een man dus. Er gebeurde nog iets belangrijks in die tijd. Een goede vriendin van mij lag op sterven en ik merkte dat ik meer voor haar voelde dan alleen vriendschap. Mijn gevoelens voor haar waren dieper dan dat; ik was verliefd op haar. Na haar dood heb ik daar erg lang om gerouwd. Niet alleen het verlies van haar, maar ook meteen het verlies van de eerste vrouw, waar ik bewust verliefd op was geweest. Zo verliep voor mij de tweede keer dat bij mezelf het vermogen ontdekte verliefd te kunnen worden op vrouwen, maar het was de eerste keer dat ik mijn lesbisch zijn erkende. Dit liep synchroon met het erkennen van en het werken aan de trauma’s die ik van dat ongeluk had over gehouden. Het voelde alsof na 10 jaar, op mijn 29ste, mijn leven weer begon.

In mijn coming out was ik heel drastisch. Vertelde het meteen aan al mijn vrienden. Mijn ouders schrokken eerst wel erg (je hebt je wat laten aanpraten door die lesbische vriendin), maar accepteerden daarna vrij snel dat het wat anders was: ik had mezelf ontdekt en de vrijheid mezelf te zijn. Het hield hen erg bezig. Ze hadden veel behoefte er met hun vrienden over te praten, dus binnen de kortste keren wist heel het dorp het. Dat vond ik wel zo gemakkelijk; nu hoefde ik het niet zelf elke keer opnieuw te vertellen. Tijdens mijn eerste roze zaterdag kwam ik een kennis van vroeger tegen, die mij introduceerde bij de Kringen. Een leuke groep, maar bijna alleen maar mannen. Behalve ikzelf was er nog 1 andere vrouw die wel eens kwam. Via een man die daar ook kwam hoorde ik van het CHJC. Daar ik toen maar eens ben gaan kijken en ik was meteen verkocht; ik zit er dus nog steeds. Daar hoorde ook van het bestaan van de roze diensten. En als ik iets doe, doe ik het vaak voor 200 %, dus na die roze zaterdag zat ik in de kerk met een duidelijk roze T-shirt. Volgens mij heeft de dominee het toen echt wel gezien, want hij noemde homo’s in zijn gebed en dat had ik nog niet eerder van hem gehoord. Ik besloot toen ook meteen dat er in ons dorp ook maar een roze dienst moest komen. Mijn vader was ouderling (bij de Hervormde Kerk, maar de jeugddiensten werden altijd samen met de Gereformeerde Kerk gehouden), dus schakelde ik hem in om bij de kerkenraad te lobbyen. Ikzelf zong in die tijd bij een gospelkoor en zat in het jeugdwerk. Ik kende dus de jeugdouderlingen en veel leden van de jeugdkerkenraad. Daar ging ik dus zelf aan het lobbyen. De reactie van onze wijkdominee tegenover mij was tweeslachtig. Het ene moment zei hij dat ons dorp nog niet toe was aan een dienst over homoseksualiteit, het volgende moment dat homoseksualiteit toch allang alom geaccepteerd was en een speciale dienst absoluut niet nodig. Er waren echter genoeg mensen die er wel achter stonden. Die dienst is er dus gekomen en het was een goede dienst met na afloop gelegenheid om te praten, maar daar werd niet veel gebruik van gemaakt. Het was wel een dienst die de tongen los maakte. Mijn vader hoorde, wanneer hij als ouderling bij de mensen langs ging, ook verhalen van mensen die het er toch moeilijk mee hadden. Deze mensen waren wel in de minderheid gelukkig. Feit is wel dat na die dienst het onderwerp homoseksualiteit weer in de bureaula is verdwenen. Bij het gospelkoor heb ik daarna niet lang meer gezongen. Er werd na mijn coming out toch wel een beetje allergisch gereageerd door bepaalde leden. Iedereen wist dat ik geen relatie had en voor die tijd werd daar geregeld een grap over gemaakt en werd mij belangstellend gevraagd of ik al iemand gevonden had. Daarna niet meer. De grappen hielden op en de belangstelling voor mijn privéleven ook. Een vrouw waar ik tijdens het zingen vaak naast stond deelde mij mee, dat ik het niet in mijn hoofd moest halen verliefd te worden op haar, want daar moest ze niets van hebben. Ik merkte aan veel dingen dat ik nu buiten de groep viel en dus ben ik gestopt met dat koor. Gelukkig niet het enige leuke koor in ons dorp.

Door die lesbische vriendin en haar partner werd ik meegenomen naar het COC. Ik vond het daar soms best wel gezellig, maar voelde me er niet echt thuis. De vrouwen die daar kwamen vormden een kliek waarvan ik het gevoel had dat ik er niet tussen kwam. Toen ik op een avond kruisjes als oorbellen in had, kreeg ik te horen dat dat niet kon als je lesbisch bent. De kerk en homoseksueel zijn pasten niet bij elkaar. Mijn vader heeft een keer bij het COC achter een infokraam van het SLOW (vereniging voor ouders van homo/lesbokinderen) gestaan. Er werd alom verbaasd gereageerd over het feit dat hij ouderling was bij een kerk en geen probleem had met mijn geaardheid. Ik kon er dus wel terecht als lesbienne, maar niet als christen. Bij het CHJC kon dat wel. Ik kwam daar al vrij snel achter de pr-kraam terecht. In die beginjaren kreeg ik ook daar veel reacties van homo’s die niet begrepen hoe ik als lesbo christen kon blijven. Ze hadden veel pijn gehad door de reacties van hun kerk en geloofsgenoten en waren als reactie daarop gestopt met de kerk en het geloof. Omdat in die tijd, begin jaren 90, geloof doorgaans identiek was met ‘de kerk’ was de kloof tussen geloof en homoseksualiteit toen veel groter dan tegenwoordig.

Veel vrienden had ik niet, en de meeste van hen hadden geen enkel probleem met mijn lesbisch zijn. Met de meeste vrienden uit die tijd is het contact toch wel verwaterd, maar het feit dat ik niet langer in het dorp woon heeft daar ook mee te maken. Toen ik met een vriendin naar buiten kwam, raakte ik er weer wat kwijt. Dat ik op vrouwen val, daar kan ik niets aan doen, maar het in de praktijk brengen vonden ze toch niet in overeenstemming met hun uitleg van de Bijbel. Gelukkig had ik in die tijd genoeg echte vrienden gevonden, maar pijn deed het toch.

Zelf heb ik nooit problemen gehad met de combinatie van lesbisch zijn en geloof. God is voor mij liefde en dat is voor mij ook de centrale boodschap van Jezus. Exegese (uitleg van de Bijbel) is altijd al een hobby van mij geweest en zodoende wist ik beter dan te geloven dat de uitleg van de leer, zoals wij die voorgeschoteld krijgen, iets onveranderlijks is wat altijd al zo geweest is. Vaak krijg je die indruk als je in de kerk zit, maar het tegendeel is waar. Veel van de regels die je zondags in de kerk hoort zijn er later bij verzonnen door de kerkmeesters die het ons, het gewone volk, ‘gemakkelijk’ wilden maken door ons voor te schrijven hoe we de liefde van en voor God in de praktijk moesten brengen. Niet dat dit altijd verkeerde regels zijn, maar de wereld waarin wij leven verandert en daarmee de manier waarop we de Bijbel lezen en de manier waarop we dat toepassen in het leven. Ik ben iemand die de Bijbel probeert te lezen met joodse ogen. Jezus was een jood en leefde in een joodse gemeenschap en sprak dus met een joodse dictie (manier van spreken). Dat was zijn publiek en daar stemde hij zijn woorden op af. Daar moet je rekening mee houden als je Zijn woorden leest. Objectiviteit bestaat niet. Ieder mens interpreteert wat ze leest en gebruikt daarbij het beeld van de wereld die zij kent. Dat deden de joden in Jezus tijd, dat deden de eerste christenen in hun tijd en dat doen wij in onze tijd. Als je gelooft dat de eerste christenen geïnspireerd waren in hun uitleg van de leer van Jezus en Luther en Calvijn in hun tijd opnieuw, waarom is het dan voor sommige mensen zo moeilijk te geloven dat wij in onze tijd eveneens geïnspireerd kunnen worden de uitleg weer te herzien? Wij zijn nog steeds verre van ‘vol-maakt’, maar groeien en acceptatie van onze verschillen brengt ons weer een stapje dichter bij de mens zoals God die bedoeld heeft. Dat is in ieder geval mijn visie.

In gesprekken met gelovige homo’s en lesbo’s lijk ik vaak in de minderheid. Nog veel vrouwen die binnen de kerk zijn opgegroeid, hebben, als ze hun lesbisch zijn ontdekken, het eerst moeilijk omdat ze het niet kunnen rijmen met het geloof zoals ze dat altijd van de kansel hebben horen preken. Als ze hun geloof te belangrijk vinden om overboord te gooien kost het hen vaak veel inwendige strijd voor zij kunnen accepteren dat zij ook in hun lesbisch zijn door God geschapen en geaccepteerd zijn. Ik ontmoet zelden vrouwen, vooral van mijn leeftijdsgroep, die vanaf het begin probleemloos met die combinatie konden leven. Jammer……………

Mail naar dickyvdk at keyaccess.nl